Current Size: 100%

De rol van communicatie in het placebo-effect

De rol van communicatie in het placebo-effect

In iedere medische behandeling treedt een placebo-effect op: een gezondheidseffect dat niet toegeschreven kan worden aan de behandeling zelf, maar er wel degelijk is. In klinisch onderzoek wordt dit placebo-effect meestal als ruis of storende factor gezien. Hoogleraar gezondheidspsychologie Jozien Bensing draait het om. Zij wendt haar Spinozapremie aan voor onderzoek naar het placebo-effect, met als insteek dit juist optimaal te benutten om genezing te bevorderen.

Prof. Bensing over het placebo-effect in
Hoe?Zo! Wetenschapscafé
(Wetenschap 24)





Wat zit er achter het placebo-effect?
De onderliggende mechanismen van het placebo-effect zijn inmiddels in grote lijnen bekend. Vroegere ervaringen, de verwachtingen die patiënten hebben van de behandeling en hun emoties spelen daarin een belangrijke rol. Voor elk van deze mechanismen is inmiddels voldoende bewijs, zij het dat nog niet precies bekend is hoe het precies werkt in alle situaties.  Zo is bijvoorbeeld bekend dat mensen na een operatie meer en sneller baat hebben wanneer er een pijnstiller wordt toegediend door een arts of verpleegkundige die hen vertelt dat de pijn nu snel zal verminderen, dan wanneer de pijnstiller op wordt toegediend afstand via een infuuspompje. We weten echter nog niet of dat komt doordat de patiënt een positieve verwachting krijgt dat de pijn zal verminderen of doordat de patiënt zich ontspant door de warme, persoonlijke aandacht van de arts of verpleegkundige. Of misschien versterken beide mechanismen elkaar ook wel. In exzperimenteel onderzoek wordt getracht deze processen te ontrafelen. In het SPINOZA Communicatielab zijn consulten opgenomen met een identieke medische inhoud waarbij de mate waarin de arts empathisch dan wel zakelijk is en positieve dan wel neutrale verwachtingen aan de patiënt meegeeft in alle mogelijke combinaties wordt gevariëerd. Hierdoor is het mogelijk om het effect van elk van deze elementen afzonderlijk en in samenhang vast te stellen.

Hersenactiviteit
Naast de door patienten gerapporteerde ervaringen, maakt het  placebo-onderzoek ook gebruik van kennis en onderzoeksmethoden uit de neurocognitieve wetenschap. Doel is de subjectieve ervaringen van patienten te verbinden met objectieveerbare fysiologische processen. Momenteel gebeurt dat door psychofysiologische metingen (huidgeleiding, hartslag) te doen terwijl mensen naar de videobeelden kijken. Het ligt in de bedoeling om in de volgende fase eook de hersenactiviteit van de patiënten te meten. Een ‘proof of principle’ studie is in voorbereiding. Daarbij wordt vooral gekeken naar de afscheiding van endorfine en dopamine in de hersenen.