Het NIVEL heeft in opdracht van de landelijke cateraar Albron onderzoek gedaan naar de voorkeuren van cliënten van verpleeg- en verzorgingshuizen op het gebied van eten en drinken en ambiance.
Iedereen heeft wel wat te zeggen over veiligheid in de zorg, toch blijft dit onderwerp in ziekenhuizen vaak onbesproken. Een ‘juiste’ veiligheidscultuur is een belangrijk aspect binnen de patiëntveiligheid. De vraag is dan: Wat is een ‘juiste’ veiligheidscultuur?
Patiënten blijven niet levenslang bij dezelfde huisarts. Een huisartsenpraktijk kent jaarlijks een gemiddeld patiëntenverloop van twaalf procent. Huisartsen zijn zelf redelijk honkvast, maar veranderen iets meer dan voorheen van praktijk. Bij (mannelijke) huisartsen tussen de 40 en 50 jaar is de kans het grootst dat zij de komende jaren in dezelfde praktijk blijven werken.
Consumenten zijn over het algemeen tevreden met hun zorgverzekeraar. Ruim 88 % geeft zijn verzekeraar een 7 of hoger. Op een paar punten kan het wel beter.
De tien procent van de patiënten die het vaakst bij hun huisarts aankloppen, blijken verantwoordelijk voor zo’n 42 procent van de totale werklast van de huisarts. Het gaat daarbij om patiënten die jaarlijks zo’n zeventien keer of vaker contact hebben met de praktijk.
Dat schrijven onderzoekers van het NIVEL deze week in Huisarts en Wetenschap. Het onderzoek is gebaseerd op gegevens van het LINH (Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg) uit 2004.
Patiënten van ziekenhuis Bernhoven willen op de toekomstige servicepunten in Oss en Veghel vooral terechtkunnen voor een diagnose, een spreekuur met een specialist of gespecialiseerde verpleegkundige. Ouderen en chronisch zieken zien ook graag aanvullende voorzieningen zoals een hulpmiddelenuitleen, een apotheek en een woon-zorg-loket.
Ruim een vijfde (21%) van de mensen met de luchtwegaandoening COPD heeft te weinig lichaamsbeweging. Terwijl dit landelijk acht procent is – beduidend minder – en het ministerie van VWS ernaar streeft dit gemiddelde nog terug te dringen tot zeven procent.
Mensen met COPD hebben gemiddeld een fors lager inkomen dan de algemene bevolking. Gezien de ziektelast, de lagere arbeidsparticipatie en hun vaak wat hogere leeftijd is de kans bovendien klein dat deze mensen zich nog aan deze ongunstige financiële situatie kunnen ontworstelen.
Astma, COPD en hooikoorts komen in Nederland vaker voor bij niet-westerse allochtonen. Vergeleken met autochtone Nederlanders lijden vooral Turkse mannen tussen 40 en 65 jaar vaker aan COPD, terwijl astma vaker voorkomt bij Surinamers en Antillianen.