De geestelijke gezondheidszorg kent een rijk geschakeerd palet aan behandelaars. Voor het eerst zijn in één onderzoek vrijwel alle behandelaars en hun kwalificaties in kaart gebracht om te kunnen bepalen hoeveel mensen er in de verschillende beroepsgroepen werken.
Bijna geen enkele huisarts werkt door tot zijn 65e jaar. Huisartsen werken wel langer door dan tien jaar geleden en stoppen minder vaak omdat ze het beroep te zwaar vinden worden door de avond- weekenddiensten, zoals vroeger.
Tandartsen en mondhygiënisten die in één praktijk werken, verwijzen vaker patiënten naar elkaar door. De mondhygiënist neemt de tandarts werk uit handen en kan vroeg problemen signaleren waardoor de tandarts er sneller bij kan zijn.
Voor psychische problemen zoals angst en depressie hoef je niet altijd naar de psycholoog of psychiater. Ook in de huisartsenpraktijk is het mogelijk kortdurend en effectief mensen met psychische problemen te behandelen.
Van de huisartsen in Nederland is 38% vrouw. Binnen vijf jaar zal dat meer dan de helft zijn. Hierdoor zal ook het aantal in deeltijd werkende huisartsen verder toenemen.
De geneeskunde feminiseert in hoog tempo. Was in 1987 nog maar 20% van de artsen en 15% van de specialisten vrouw, in 2007 liep dit al op tot 40% van alle artsen en 34% van de specialisten. In 2027 zal 66% van alle artsen en 55% van de specialisten vrouw zijn.
De vergrijzing, de groei van de bevolking en de toename van het aantal vrouwelijke huisartsen en specialisten, vragen om ongeveer een kwart meer artsen in 2025.
Bij de helft van de Nederlandse huisartsenpraktijken is inmiddels een fysiotherapeut, apotheker, sociaal psychiatrisch verpleegkundige of andere zorgverlener gevestigd. Leidt vestiging op één adres ook tot meer samenwerking?
Het aantal internisten zal de komende jaren toenemen. Daarom verwacht het NIVEL, dat er voldoende internisten zullen zijn om zowel de toename van de zorgvraag door de vergrijzing van de bevolking als andere ontwikkelingen in vraag en aanbod op te vangen.
Vrouwelijke medisch specialisten zijn sterk in opkomst. Bij de gynaecologen groeit het aandeel vrouwen het sterkst. In 2006 was nog 37 % vrouw, in 2020 wordt dat 63 %. Van de gynaecologen onder de veertig was vorig jaar al 73 % vrouw.