Ga naar
Andere patiëntentengroepen over het recht om te kiezen

Zie ook
Patiënten over het recht
op verantwoorde zorg

 
Patiënten over de mogelijkheden om hun recht te halen

Download
Auteur R.D. Friele, A. Albada, E.M. Sluijs
Patiënten over hun rechten in de gezondheidszorg: een overzichtsstudie
Contact | Organisatie | Vacatures | Publicaties | Onderzoek | Informatiesystemen |
Home NIVEL oud > Consument > patienten over hun rechten > het recht om te kiezen > voor een behandeling > Patienten
Patiënten over het recht om te kiezen:
kiezen voor een behandeling
Patiënten
 
Patiënten vinden het belangrijk om goed te worden geïnformeerd over de behandeling, mogelijke risico’s en verschillende behandelmogelijkheden. Deze verwachtingen van patiënten sluiten goed aan bij de uitgangspunten van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). In de praktijk blijkt echter dat de besluitvorming op basis van deze informatie niet altijd rationeel en onafhankelijk verloopt. Patiënten worden vaak niet geïnformeerd over behandelalternatieven, ze kennen dus alleen het éne behandelvoorstel van de arts. Toch zeggen ze een goed geïnformeerde keuze te hebben gemaakt. Patiënten kunnen tegelijkertijd stellen dat ze meebeslisten over de behandeling en dat hun arts de definitieve beslissing heeft genomen. Bij de verdere uitwerking van het begrip informed consent in de WGBO zou meer rekening moeten worden gehouden met het feit dat besluitvorming niet iets is dat in onafhankelijkheid en op één moment plaats vindt.

Informatie
Nederlanders hechten veel waarde aan informatie en uitleg over de diagnose, de behandelmogelijkheden en de daaraan verbonden risico's (Dute et al, 2000). Bijna alle huisartspatiënten (91%) kregen informatie over de behandeling. De helft (49%) kreeg informatie over behandelalternatieven en 34% kreeg informatie over eventuele bijwerkingen (Brink-Muinen et al., 2004). Ook bijna alle ziekenhuispatiënten melden dat zij informatie en uitleg over ziekte en behandeling hebben gekregen. Dat geldt in mindere mate voor informatie over eventuele nadelen of risico's van de behandeling en mogelijke alternatieven (Janse et al., 2002).

De rechten van patiënten zoals vastgelegd in de WGBO sluiten goed aan bij wat patiënten belangrijk vinden: een goede uitleg over onderzoek, behandeling, medicatie, eventuele risico’s en verschillende behandelmogelijkheden (Dute et al., 2004; TNS, 2003; Schouten et al., 2001; Dute et al., 2000). Patiënten en consumenten zijn over het algemeen ook goed op te hoogte van hun recht op informatie. Uitzonderingen hierop vormen het recht op informatie over verschillende behandelmogelijkheden, het toestemmingsvereiste en de plicht als patiënt om die informatie te verstrekken die van belang is voor de behandeling (van Linschoten et al., 2005; Dute et al., 2000). Patiënten vinden over het algemeen ook dat zij door de betrokken hulpverleners goed worden geïnformeerd.

Besluitvorming
Bij de keuze voor een behandeling willen patiënten wel worden betrokken, maar velen (80%) willen de uiteindelijk keuze aan de arts overlaten. Volgens 60% van de patiënten bij de huisarts, nemen zij inderdaad samen met de huisarts een beslissing. Toch zegt 78% van dezelfde patiënten dat de huisarts de uiteindelijke beslissing neemt (Brink-Muinen et al., 2004). Er wordt overigens niet altijd toestemming aan patiënten gevraagd. Maar 47% van de patiënten bij de tandarts zegt dat de tandarts hen toestemming vraagt voor onderzoek of behandeling (Schouten et al., 2001). Niet alle patiënten vinden dat zij konden meebeslissen over de behandeling en volgens hen wordt niet altijd expliciet toestemming voor de behandeling gevraagd.

Mensen zeggen dus dat zij meebeslisten over de behandeling, terwijl zij ook zeggen dat de arts de uiteindelijke beslissing heeft genomen (Sixma, 2004; Van den Brink-Muinen et.al., 2004). Patiënten zeggen ook goed geïnformeerd te zijn, terwijl ze informatie hebben gekregen over maar één behandelingsmogelijkheid en niet over eventuele alternatieven. Strikt genomen valt er dan niets te kiezen. De manier waarop patiënten kiezen voor een bepaalde behandeling is daarmee niet te karakteriseren als een individuele keuze gebaseerd op een volledige set aan informatie, maar eerder een keuze in samenspraak met een hulpverlener waarin men vertrouwen heeft.

WGBO
Het dominante beeld achter de WGBO is dat van een patiënt die met een acuut probleem bij bijvoorbeeld een huisarts komt, na enig onderzoek wordt geïnformeerd over de diagnose en behandelalternatieven om vervolgens te komen tot een beslissing die leidend is voor de verdere behandeling. Dit dominante beeld houdt geen rekening met vertrouwen als basis van besluitvorming, met het procesmatige karakter van besluitvorming en ook niet met ketenvorming in de zorg.

De WGBO zou rekening moeten houden met het vertrouwen van patiënten in hun zorgverlener. Vertrouwen is de basis is van de besluitvorming in de zorg. Dit vertrouwen van patiënten legt een grote verantwoordelijkheid bij de individuele hulpverlener. Door besluitvorming daarnaast als een proces te beschouwen zou de wet meer recht doen aan de manier waarop mensen in de praktijk beslissen: niet op één moment en niet alleen.

Besluitvorming is eerder een proces dan iets wat op één moment gebeurt. Uit studies blijkt dat mensen maar een klein deel van de informatie die zij in een consult krijgen onthouden en dus kunnen gebruiken voor een weloverwogen beslissing (Ley, 1982; Ley, 1979). Het is heel onwaarschijnlijk dat mensen in één consult, waarin ze bijvoorbeeld hoorden dat ze een bepaalde ziekte hebben, nog meer informatie kunnen opnemen, de implicaties van een keuze overzien en een verantwoorde keuze kunnen maken. In de praktijk willen patiënten op een beslissing kunnen terugkomen. Als rekening wordt gehouden met het tijdsverloop dat patiënten nodig hebben voor beslissingen in de zorg, kunnen naast artsen, ook andere hulpverleners (bijvoorbeeld verpleegkundigen) ingezet worden om tot een goed geïnformeerde beslissing te komen. Dit sluit aan bij de gegroeide praktijk waarin verpleegkundigen (Verkaik et al., 2003) en andere professionals een steeds grotere rol spelen in het geven van informatie aan patiënten. 

Beslissingen die andere hulpverleners of artsen verderop in de zorgketen nemen hebben bovendien grote invloed op de behandeling. Veel zorgprocessen zijn niet te karakteriseren vanuit alleen de arts-patiënt relatie. Andere hulpverleners zoals, paramedici, artsen, verpleegkundigen, verzorgenden, zijn vaak een belangrijk onderdeel van zorgprocessen. Dit zal alleen maar toenemen met verdere taakherschikking en taakherziening in de zorg. Dit vraagt ook om een heroriëntatie op de enkelvoudige arts-patiënt relatie als basis van de WGBO.

[http://www.nivel.nl/oc2/page.asp?pageid=8281]
Laatste update: 18 december 2006