In Nederland zijn ongeveer 300.000 verpleegkundigen en verzorgenden werkzaam. Samen vormen ze de grootste groep zorgverleners binnen de gezondheidszorg. Zij werken in verschillende sectoren, waaronder de ouderenzorg. Mede door de toename van het aantal zorgafhankelijke ouderen neemt de behoefte aan zorgpersoneel toe. Het nieuwe kabinet heeft voor de komende jaren extra medewerkers voor de ouderenzorg beloofd. Daarbij is het belangrijk om niet alleen oog te hebben voor kwantiteit, maar ook voor kwaliteit. Dat laatste betekent bijvoorbeeld dat het opleidingsniveau afgestemd moet zijn op de complexiteit van zorg voor kwetsbare ouderen.
Ook de eerstelijnszorg, en daarmee de positie van de verpleegkundigen en verzorgenden die in die sector werken, is in beweging. Het overheidsbeleid is erop gericht dat zorg waar mogelijk dicht bij huis geleverd wordt. De wijkverpleegkundige moet weer een verbindende factor worden tussen eerstelijnsprofessionals en bijdragen aan meer kwaliteit, afstemming en continuïteit in de zorg. Het NIVEL-onderzoek naar Buurtzorg, waarin zowel gekeken werd naar ervaringen van cliënten als verpleegkundigen heeft laten zien dat er potentieel veel voordeel te halen is met een dergelijke organisatievorm. De vraag is of deze voordelen ook op de langere termijn zullen blijken en of het Buurtzorgmodel overplaatsbaar is naar andere situaties.
Ook de komende jaren zal in NIVEL-onderzoek aandacht worden besteed aan de positie en werkervaringen van verpleegkundigen in de ouderenzorg en thuiszorg, evenals in andere zorgsectoren. De regelmatige peilingen onder het landelijke Panel Verpleging en Verzorging over beroepsinhoudelijke onderwerpen en werkomstandigheden leveren daar een bijdrage aan.