Project
Start
september 2007
Evaluatie reclamebesluit geneesmiddelen
Dit onderzoek betreft de evaluatie van het Reclamebesluit Geneesmiddelen (RBG). Centraal staat de vraag in hoeverre het RBG voldoet aan de doelstelling van het bevorderen van het rationele gebruik van geneesmiddelen door reclame. Het RBG is een uitwerking van de Europese reclamerichtlijn (92/28/EEG, thans geïncorporeerd in richtlijn 2001/83/EG) en zal deel gaan uitmaken van de nieuwe Geneesmiddelenwet. Het RBG bevat de wettelijke normen voor geneesmiddelenreclame. Deze normen zijn in belangrijke mate via zelfregulering uitgewerkt. Ook handhaving vindt in Nederland grotendeels plaats via zelfregulering. Het functioneren van deze zelfregulering, de handhaving, het toezicht erop en de gevolgen ervan zijn belangrijke aandachtspunten in deze evaluatie.
Het doel van geneesmiddelenreclame volgens het RBG is “het bevorderen van het rationele, doelmatige gebruik van geneesmiddelen door middel van een objectieve, goed doordachte presentatie ervan, waarheidsgetrouw”. Onder reclame verstaat het RBG: “alle vormen van colportage, marktverkenning of stimulering die worden toegepast met het doel de verkoop, het afleveren, het voorschrijven of het verbruik van geneesmiddelen te bevorderen”. In Nederland wordt zelfregulering als belangrijk instrument gezien. Op 1 maart 1999 werd de Stichting Code Geneesmiddelen Reclame (CGR) operationeel (Vreede 2004) met daarin vertegenwoordigd partijen als Nefarma, de KNMG en de KNMP. De IGZ is aangewezen als toezichthouder. Omdat bleek dat het RBG interpretatieruimte bood met betrekking tot gunstbetoon is dit onderwerp in 2003 nader uitgewerkt in ministeriële beleidsregels. Daarnaast zijn de Gedragscode Geneesmiddelenreclame en de Code voor Publieksreclame Geneesmiddelen opgesteld. De KOAG (Stichting Keuringsraad Openlijke Aanprijzing Geneesmiddelen) is eveneens een belangrijke speler. KOAG houdt sinds 1926 toezicht op de publieksreclame. Al met al staat op het veld van de geneesmiddelenreclame een veelheid van partijen.
De probleemstelling van dit onderzoek is hoeverre het RBG voldoet aan de doelstelling van het bevorderen van het rationele gebruik van geneesmiddelen door reclame. Daarbij zal worden aangegeven of aanpassing van het RBG (Geneesmiddelenwet) nodig is - en zo ja, hoe - dan wel of de regeling ongewijzigd kan worden gehandhaafd. De probleemstelling werken we uit op juridisch en empirisch niveau
Het onderzoek bestaat uit een juridisch en empirisch deelonderzoek. Op juridisch niveau is er aandacht voor een analyse van de manier waarop in Nederland de Europese reclamerichtlijn is ingevuld door middel van zelfregulering. Ook zal er binnen het juridische domein aandacht zijn voor de manieren waarop andere Europese landen invulling – in vergelijking met Nederland – hebben gegeven aan de Europese reclamerichtlijn. In het empirische domein gaat het om de vraag hoe het systeem van zelfregulering in de dagelijkse praktijk functioneert. Nadruk ligt hierbij op professionals en zorgconsumenten: hun ervaringen met en meningen over, alle vormen van, geneesmiddelenreclame staan centraal. Binnen het onderzoek zal steeds aandacht zijn voor de onderlinge afstemming van het juridische en empirische onderdeel, onder andere door het organiseren van een aantal workshops voor het hele onderzoeksteam.
Het onderzoek resulteert in een evaluatierapport dat door de Minister van VWS aan de Tweede kamer zal worden aangeboden
Dit project wordt gesubsidieerd door
ZonMw
In dit project werken we samen met
Prof. Mr. J (Jos) Dute en Prof. Mr. J. (Jan) Kabel, Universiteit van Amsterdam, Insituut voor reclamerecht
Related researchers (2)