Start
mei 2011
Het arbeidsmarktgedrag van waarnemers: naar nieuwe analyses en monitoring
Thans lijkt het moment meer dan ooit actueel om de vraag te stellen wat bepaalt óf en hoeveel huisartsen waarnemen en waarom. Bracht het genoemde waarneemonderzoek van het NIVEL uit 2005 en 2009 een aantal inzichten naar voren, vervolgonderzoek is echter noodzakelijk omdat in dit onderzoek lang niet alle waarnemers bevraagd konden worden en ook de vragenlijst noodgedwongen beperkt was. Een nieuwe beloftevolle databron lijkt zich nu aan te dienen met de waarneem-monitor die de LHV-afdeling WADI sinds 2010 uitvoert. Deze enquête bereikte in 2010 een response van 491 personen, 36% van het ledenbestand van de WADI. De enquête omvat meer dan 65 vragen over het waarnemerschap, waaronder vragen naar de omvang, samenstelling en motivatie van de waarneemactiviteiten. In mei 2011 zal de WADI de enquête opnieuw onder haar leden uitzetten.
 Wat blijkt uit de WADI-2010-enquête wat betreft de werkzaamheid van de groep waarnemende huisartsen in Nederland? En waaruit bestaat deze werkzaamheid, wat zijn hun motieven en loopbaanvoorkeuren en hoe verschillen deze naar persoonskenmerken, functiekenmerken en praktijkkenmerken?
 Hoe kan binnen de enquêterondes die de afdeling WADI van de LHV uitvoert een monitoringinstrument worden ontwikkeld, gericht op het volgen van de omvang en samenstelling van de groep waarnemers en waarnemende huisartsen in Nederland?
 Hoe kunnen de antwoorden op de bovenstaande twee vragen bijdragen aan het verkleinen van de onzekerheidsmarges van welke parameters en waarden die gehanteerd worden in het capaciteitsramingsmodel voor de huisartsen?
Voor beantwoording van de eerste vraagstelling zullen secundaire analyses uitgevoerd worden op de data die verzameld zijn binnen de Waarneemmonitor 2010 van de WADI (N= 491). Eerst zal univariate analyses plaats vinden om daarna systematisch te analyseren of deze naar een aantal achtergrondkenmerken (leeftijd, geslacht, provincie waarin werkzaam, anciënniteit als huisarts) verschillen. Daarbij zal specifiek gekeken worden wat de determinanten zijn van de huidige en gewenste werkzaamheid van de waarnemers. Met het oog op toekomstverkenningen zal met name op leeftijd- en cohortverschillen gefocust worden.
De tweede vraagstelling van dit onderzoeksvoorstel betreft een advies aan de WADI betreffende hun waarneem-monitor-enquête 2011. Hiertoe is reeds contact gelegd met de WADI, waarbij o.a. afstemming is gezocht met de enquête onder waarnemers die het NIVEL in 2008 heeft uitgezet.
Een antwoord op de derde vraagstelling tenslotte zal gebaseerd zijn op de antwoorden op de eerste twee vraagstellingen. Hiertoe zal geïnventariseerd worden welke parameters in het huidige ramingsmodel voor huisartsenzorg in Nederland bijgesteld moeten worden, in welke richting en in welke mate.
Het rapport en de tussenproducten van dit project zullen het inzicht vergroten in de motivatie, werkzaamheid en het loopbaangedrag van waarnemers en waarnemende huisartsen in Nederland. Dit inzicht dient om de groep waarnemers binnen de capaciteitsplanning huisartsenzorg in Nederland beter in te kunnen schatten wat betreft hun huidige en toekomstige werkzaamheid.
Dit project wordt gesubsidieerd door
Capaciteitsorgaan
Related researcher
R.S. (Ronald) Batenburg
Programmaleider en bijzonder hoogleraar Arbeids- en Organisatievraagstukken in de Gezondheidszorg (Radboud Universiteit)