Project
afgesloten

Het Cultureel Interview in de huisartspraktijk: gebruik door POH-GGZ in diagnose en behandeling van niet-westerse patiënten

Angst, depressie en somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten komen veel voor bij eerste generatie niet-westerse migranten. Klachten worden anders gebracht dan door autochtonen, waardoor diagnosestelling niet altijd eenvoudig is. De problematiek bij de huisarts heeft ook betrekking op het motiveren en behandelen van deze patiënten. De moeilijke arts-patiënt relatie heeft zijn weerslag op patiënttevredenheid, vertrouwen, therapietrouw en het aantal verwijzingen naar de 2de lijn. De hypothese is dat aandacht voor de sociale en culturele context tot betere arts-patiëntrelatie en effectievere behandeling zou kunnen leiden. Dit zou bewerkstelligd kunnen worden door het Cultureel Interview (CI) in te zetten in de eerstelijn door de praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg (POH-GGZ). Het CI is een gestructureerde vragenlijst afkomstig uit de 2de lijns GGZ, die als hulpmiddel kan dienen om de invloed van de sociale en culturele context op klacht, klachtbeleving en relatie met zorgverleners te inventariseren.
Het onderzoek wil de volgende vraagstellingen beantwoorden:
1. Op welke punten dient de bestaande korte versie van het CI aangepast te worden om in de eerste lijn bruikbaar te zijn voor POH-GGZ bij verschillende groepen niet-westerse allochtone patiënten?
2. Wat zijn belemmerden en bevorderende factoren en aan welke rand voorwaarden moeten voldaan om het CI succesvol in te zetten in de huisartsenpraktijk door POH-GGZ?
3. Draagt de inzet van het CI door POH-GGZ bij aan een effectiever behandeltraject bij niet-westerse allochtone patiënten in de eerste lijn, door verbetering van vertrouwen in de zorg en verbeterde van therapietrouw?
4. Draagt de inzet van het CI bij aan verbeterde diagnosestelling door verheldering van klachtbeleving en gezondheidsproblemen bij niet-westerse allochtone patiënten?
5. Leidt de inzet van het CI door POH-GGZ bij niet-westerse allochtone patiënten indirect tot gezondheidswinst en minder medische consumptie?
Een mixed methods studie waarbij in samenwerking met autochtone en allochtone zorgverleners uit de eerste lijn (huisartsen, POH-GGZ) de bestaande korte versie van het CI wordt aangepast voor gebruik in de eerste lijn en getest in een pilot. Daarna wordt een gecontroleerde geclusterde effectstudie uitgevoerd met inzet van getrainde POH-GGZ die het CI toepassen. Een beschrijvende proces-evaluatie aangevuld met focusgroepen bieden tenslotte aandachtspunten voor succesvolle implementatie in de eerste lijn.
Kwantitatieve gegevens worden verzameld met gestandaardiseerde vertaalde vragenlijsten en informatie uit het Huisartseninformatiesysteem (HIS). Kwalitatieve informatie wordt verzameld uit de procesregistraties, intakeverslagen, het HIS-journaal, interviews en focusgroepen met POH-GGZ, huisartsen en een klankbordgroep van patiënten uit de interventiegroep.
Er wordt in de interventiegroep een hogere therapietrouw, toegenomen vertrouwen van de cliënt, betere behandelrelatie en betere diagnosestelling of klachtenverheldering verwacht. De verbetering van vroegdiagnostiek en –behandeling die hieruit voortvloeit leidt tot verbetering van sociaal-maatschappelijk functioneren en kwaliteit van leven, wat op zich weer leidt tot fysische en psychische gezondheidswinst. De afname van huisartsenconsulten voor somatisch onvoldoende verklaarbare klachten, minder bijkomende diagnostiek, en lagere zorgconsumptie moeten leiden tot kostenbesparingen.
Resultaten 2012: Een CI getest in de eerste lijn naar bruikbaarheid en implementeerbaarheid en een trainingsmodule voor de implementatie van het CI.
Dit project wordt gesubsidieerd door
ZonMw
In dit project werken we samen met
Pharos, Zorggroep Almere