Project
afgesloten

Monitor samenwerkingverbanden in de eerste lijn

Het versterken van de eerstelijnsgezondheidszorg is één van de speerpunten van het overheidsbeleid. Om inzicht te krijgen in hoeverre die gewenste samenwerking van de grond komt waren er tot nu toe vrijwel geen structurele gegevens beschikbaar. In 2005/2006 heeft het NIVEL een studie uitgevoerd naar de indicatoren op basis waarvan samenwerkingsverbanden in de eerste lijn gedefinieerd kunnen worden. Een van de belangrijkste indicatoren om een eerstelijns samenwerkingsverband te onderscheiden is het feit dat er minimaal een huisartspraktijk deel van moet uitmaken.
Het doel van deze vervolgstudie is op basis van een aantal indicatoren een inventarisatie te maken van het aantal en type eerstelijns samenwerkingsverbanden, wat als start kan dienen voor continue gegevensverzameling (monitor) over samenwerkingsverbanden in de eerste lijn. De vraagstellingen voor deze studie luiden:
- Hoeveel huisartspraktijken maken deel uit van een samenwerkingsverband in de eerste lijn?
- Hoeveel andere disciplines maken daar ook deel van uit?
- Welke vormen van samenwerking in de eerste lijn zijn te onderscheiden
- In hoeverre zijn er regionale verschillen. In aantal en type samenwerkingsverbanden.
De gegevens worden verzameld in het kader van een up-date van de huisartsenregistratie van het NIVEL (zie BKP-024). Alle 4.500 huisartspraktijken worden schriftelijk geënquêteerd. In deze enquête worden ook een aantal vragen over samenwerking in de eerste lijn opgenomen.
Er wordt een rapport opgesteld, waarin naaste een landelijk overzicht omtrent het aantal en type samenwerkingsverbanden in de eerste lijn met name aandacht wordt besteed aan de regionale verschillen in aantal en type samenwerkingsverbanden in de eerste lijn.
Dit project wordt gesubsidieerd door
Ministerie van VWS