Publicatie

Publication date

Herijking stedelijke achterstandsgebieden 2012.

Devillé, W., Wiegers, T.A. Herijking stedelijke achterstandsgebieden 2012. Utrecht: NIVEL, 2012.
Download the PDF
De lijst met buurten waar huisartsen en verloskundigen een achterstandstarief mogen rekenen, is geactualiseerd. 224 buurten zijn aangemerkt als achterstandsbuurt, 145 daarvan zijn dezelfde als in 2008, 70 buurten vallen niet meer onder de criteria, 63 achterstandsbuurten zijn nieuw op de lijst en 16 buurten zijn opnieuw opgenomen in de lijst. Voor een aantal huisartsen en verloskundigen heeft dit effect op hun inkomsten.

In achterstandsbuurten is het gemiddelde inkomen laag. Er wonen relatief veel mensen met een uitkering of pensioen. Het percentage niet-westerse allochtonen is hoog en er zijn veel adressen op een klein oppervlak. Patiënten uit deze buurten doen vaker een beroep op de huisarts dan patiënten uit andere buurten, ze komen vaak met complexere problemen, veel ook met een sociaal karakter. Hierdoor neemt de werkdruk van de huisarts toe. Huisartsen krijgen daarom sinds 1996 een toeslag voor patiënten uit deze buurten. En sinds 2009 ook verloskundigen. Daarnaast wordt per inwoner van een achterstandsbuurt een bedrag gestort in een achterstandsfonds om de huisartsenzorg in die buurten te verbeteren.

Lijst stedelijke achterstandsbuurten
Voor een rechtvaardige verdeling van deze extra middelen identificeert het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) de achterstandsbuurten op grond van CBS-gegevens over het percentage ‘niet-actieven’, lage inkomens, het aantal adressen in de buurt en het percentage niet-westerse allochtonen. Het onderzoek wordt uitgevoerd op verzoek van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en gesubsidieerd door Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de achterstandsfondsen. De lijst met buurten waar huisartsen een achterstandstarief mogen rekenen is in 1999 voor het eerst opgesteld en is ook in 2003 en 2008 geactualiseerd.

Enschede en Bergen op Zoom
NIVEL-onderzoeker professor Walter Devillé: “Bij elke herijking lijkt er een ongeveer even grote verschuiving op te treden in het aantal erkende achterstandsbuurten. Zo zijn bij de twee vorige herijkingen al minder buurten in Amsterdam aangemerkt als achterstandsbuurt. Dit kan betekenen dat achterstand in Amsterdam over de jaren heen minder geconcentreerd is in specifieke buurten. In Den Haag, Utrecht en steden zoals Enschede en Bergen op Zoom, lijkt de achterstand toe te nemen. De verschuivingen tussen buurten en dus ook tussen achterstandsfondsen, kunnen veroorzaakt worden door een daling in het percentage mensen met een uitkering of pensioen, of niet-westerse allochtonen, maar ook doordat de achterstand in buurten elders in het land in verhouding is toegenomen. Voor een meer stabiele regeling of systematiek zouden we de juiste oorzaken van deze verschuivingen moeten onderzoeken.”