Publicatie

Publication date
Cliëntervaringen met de zorg en CZ zorgkantoor: een onderzoek onder ouderen en mensen met een beperking voor de leveringsvormen Zorg in Natura en Persoonsgebonden Budget.
Garritsen, H., Boer, D. de. Cliëntervaringen met de zorg en CZ zorgkantoor: een onderzoek onder ouderen en mensen met een beperking voor de leveringsvormen Zorg in Natura en Persoonsgebonden Budget. Utrecht: Nivel, 2018.
Download de PDF
Dit rapport beschrijft de ervaringen van cliënten in de langdurige zorg met de zorg zelf en met het zorgkantoor, op grond van een vragenlijstmeting. Het gaat om cliënten met een beperking die zorg in natura ontvangen en ouderen of mensen met een beperking die een persoonsgebonden budget ontvangen.

Ervaringen met zorg en het zorgkantoor goed
De ervaringen met de zorg en met het zorgkantoor zijn over het algemeen goed. Cliënten met een beperking die zorg in natura ontvangen geven de zorg een 7,8 als rapportcijfer en het zorgkantoor krijgt een 7,9. Cliënten die een persoonsgebonden budget ontvangen geven het zorgkantoor ook een 7,9 als rapportcijfer. Het rapportcijfer dat cliënten met een persoonsgebonden budget geven aan de zorg is een punt hoger (8,8 – 8,9). Dit sluit aan bij enkele andere bevindingen waarbij mensen met een persoonsgebonden budget betere ervaringen rapporteren. Zij zouden bijvoorbeeld vaker opnieuw kiezen voor dezelfde vorm van zorg (persoonsgebonden budget of zorg in natura), hebben minder moeite met de administratie en ze geven vaker aan dat zij de zorg krijgen die ze nodig hebben en dat dit ook bijdraagt aan hun welbevinden.

Zorgkantoor aanzienlijk minder bekend bij cliënten met een beperking met zorg in natura
Cliënten met een beperking die zorg in natura ontvangen zijn aanzienlijk minder goed bekend met het zorgkantoor vergeleken met cliënten die een PGB ontvangen. Slechts een kwart was bekend met de naam en de rol van het zorgkantoor en slechts de helft daarvan heeft ook werkelijk contact gehad met het zorgkantoor. Bij cliënten met zorg in natura speelt waarschijnlijk een rol dat deze cliënten veel meer dan cliënten met een PGB, de zorgaanbieder als eerste aanspreekpunt zien bij vragen (63 vs 28%). Andersom zien cliënten met een persoonsgebonden budget het zorgkantoor veel meer als aanspreekpunt voor vragen (41 – 49% vs 4%). Tegelijkertijd zien we dat cliënten die wel contact hadden met het zorgkantoor daar heel tevreden over zijn en het zorgkantoor zouden aanbevelen aan anderen. Dit suggereert dat het zorgkantoor ook meerwaarde zou kunnen hebben voor cliënten met zorg in natura waar ze nu nog geen contact mee hebben.

De rol van het zorgkantoor
Het zorgkantoor maakt afspraken met aanbieders van langdurige zorg voor zorg in natura en verstrekt het persoonsgebonden budget. De overheid verwacht dat het zorgkantoor burgers tijdig informeert dat zij een beroep kunnen doen op het zorgkantoor bij het regelen van langdurige zorg. Dit rapport laat zien dat cliënten met een persoonsgebonden budget over het algemeen een goed beeld hebben van wat het zorgkantoor doet en voor ze kan betekenen. Voor cliënten met een beperking die zorg in natura ontvangen is dat vrijwel niet het geval. Zij wenden zich voornamelijk tot de zorginstelling als zij vragen hebben en niet of nauwelijks tot het zorgkantoor. Dit geldt zowel voor cliënten die recent in zorg zijn gekomen als cliënten die al vele jaren zorg zijn. Een belangrijke vraag voor het zorgkantoor is of zij moeten inzetten op de directe relatie met de groep cliënten met een beperking die zorg in natura ontvangen, of dat zij dat beter indirect, via de zorgaanbieder kunnen doen. (aut. ref.)
Gegevens verzameling
Author of this publication: