Monitor Zorggerelateerde schade in ziekenhuizen - ontslagen en overleden patiënten

Om meer inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van de aard, ernst, omvang en mate van vermijdbaarheid van zorggerelateerde schade in ziekenhuizen, is de landelijke Monitor Zorggerelateerde schade in Nederlandse ziekenhuizen 2009-2013 opgezet. Dit grootschalige onderzoeksproject bestaat uit 5 trajecten, waarin de dossiers van vijf patiëntgroepen worden beoordeeld op onbedoelde, (potentieel) vermijdbare schade.

Aanleiding

Het grootschalige onderzoeksproject 'Monitor Zorggerelateerde schade in Nederlandse ziekenhuizen 2009-2013' is een vervolg op het landelijk dossieronderzoek Patiëntveiligheid in Nederlandse Ziekenhuizen, dat in 2005 en 2006 is door het Nivel en EMGO is uitgevoerd. In 21 ziekenhuizen werden bijna 8000 dossiers (uit het jaar 2004) onderzocht door ervaren en getrainde beoordelaars (artsen en verpleegkundigen), om vast te stellen hoe vaak onbedoelde en vermijdbare zorggerelateerde schade (adverse events) optreedt. Gemiddeld werd bij 5,7% van de ziekenhuisopnames onbedoelde schade en bij 2,3% potentieel vermijdbare schade vastgesteld. In reactie op de resultaten is het veiligheidsprogramma 'Voorkom schade, werk veilig' ontwikkeld. Dit programma heeft als doel de omvang van onbedoelde en potentieel vermijdbare schade binnen vijf jaar te reduceren met 50%.

Dossieronderzoek op vijf patiëntgroepen

In deze Monitor Zorggerelateerde schade 2009-2013 beoordelen we dossiers van vijf patiëntgroepen in ziekenhuizen op onbedoelde (potentieel) vermijdbare schade, in ijf overeenkomstige trajecten: 

  • Traject 1: ontslagen patiënten
  • Traject 2: overleden patiënten
  • Traject 3: patiënten met een acuut myocardinfarct
  • Traject 4: patiënten ouder dan 70 jaar
  • Traject 5: patiënten van verschillende etnische groeperingen

Er vinden voor alle patiëntroepen twee metingen plaats: een in 2009 en een 2012. Per meting wordt een steekproef getrokken van ongeveer 200 dossiers per ziekenhuis.

Overkoepelend doel

Het overkoepelende doel van alle trajecten in de Monitor Zorggerelateerde schade in Nederlandse ziekenhuizen 2009-2013 is tweeledig:

  • Op landelijk niveau maakt het onderzoek het mogelijk om over vijf jaar uitspraken te kunnen doen over de omvang van de reductie van de potentieel vermijdbare schade en de mate waarin de gestelde norm van het veiligheidsprogramma gehaald is.
  • Op ziekenhuisniveau wordt de methode van dossieronderzoek dusdanig ingebed in de dagelijkse praktijk dat ziekenhuizen gedurende de looptijd van het onderzoek continu zelf feedback krijgen over het voorkomen van onbedoelde en potentieel vermijdbare schade.

Methode per traject

Per patiëntgroep / traject is een eigen onderzoekstraject ingezet (waarbij traject 1 en 2 zijn samengevoegd). Hieronder leest u meer over de onderzoeksinfommatie per traject (omvang, doelen, methoden):

Methode bij Traject 1 en 2: ontslagen patiënten en overleden patiënt

We beoordelen dossiers van patiënten die in het ziekenhuis zijn overleden en patiënten die uit het ziekenhuis zijn ontslagen.

Omvang

Er zullen voor beide trajecten twee metingen plaatsvinden: een in 2009 en een 2012. Per meting wordt een steekproef getrokken van ongeveer 200 dossiers per ziekenhuis.

Methode

  1. Eerst beoordeelt een getrainde verpleegkundige de dossiers aan de hand van een triggerlijst met 18 triggers (aanwijzingen voor onbedoelde schade).
  2. Indien het dossier positief scoort op één of meer triggers, wordt het dossier doorgegeven aan een getrainde medisch specialist (chirurg, internist, kinderarts of neuroloog) voor de beoordeling van onbedoelde zorggerelateerde schade en de potentiële vermijdbaarheid ervan.
Methode bij Traject 3: patiënten met een acuut myocardinfarct

We beoordelen dossiers van patiënten die met een acuut myocardinfarc in het ziekenhuis opgenomen zijn (geweest).

Omvang

Aan dit traject nemen ongeveer 15 ziekenhuizen deel. Er zullen twee metingen plaatsvinden. Per meting wordt een steekproef getrokken van ongeveer 150 dossiers per ziekenhuis (waaronder alle dossiers van patiënten met de opnamediagnose acuut myocardinfarct die in het ziekenhuis zijn overleden).

Onderzoeksvragen

  1. Wat zijn de aard, ernst en omvang van onbedoelde (potentieel) vermijdbare schade bij patiënten met een AMI?
  2. In hoeverre kan de onbedoelde schade worden verminderd?
  3. Wat zijn de succes- en faalfactoren voor het implementeren van best practices?

Methode

  1. Eerst beoordeelt een getrainde verpleegkundige de dossiers aan de hand van een triggerlijst met 18 triggers (aanwijzingen voor onbedoelde schade).
  2. Indien het dossier positief scoort op een of meer triggers, wordt het dossier doorgegeven aan een getrainde medisch specialist (cardioloog of internist) voor de beoordeling van onbedoelde zorggerelateerde schade en de potentiële vermijdbaarheid ervan.

De triggerlijst die door verpleegkundigen wordt gebruikt tijdens de beoordeling wordt voor dit traject aangepast.
Een expertteam is betrokken bij de voorbereiding van de training en het opstellen en onderhouden van richtlijnen voor de beoordelingsprocedure.

Traject 4: patiënten ouder dan 70 jaar

We beoordelen dossiers van patiënten ouder dan 70 jaar die worden opgenomen op de afdelingen Interne geneeskunde of Heelkunde.

Onderzoeksvragen

Wat zijn de aard, ernst, omvang en mate van vermijdbaarheid van zorggerelateerde schade bij patiënten van 70 jaar of ouder (2009-2013)?
Wat is het effect van een het werken met een e-learning-module op het voorkomen van schade als gevolg van delirium?

Methode

Er wordt een landelijke dossierstudie uitgevoerd in 20 ziekenhuizen, waarna de gegevens van de patiënten van 70 jaar en ouder apart worden geanalyseerd.
In een aanvullende studie zullen steeds 2 afdelingen van 18 ziekenhuizen deelnemen aan een onderzoek naar het toepassen van de VMS-Praktijkgids 'Kwetsbare ouderen'. We besteden hierbij speciale  aandacht aan het onderdeel 'delirium' uit de praktijkgids. We voeren een dossierstudie uit en we onderzoeken het effect van het werken met de e-learningmodule voor zorgverleners: 'delirium bij kwetsbare ouderen'.

Resultaten

De resultaten van dit laatste onderdeel nemen we ook op bij de resultaten van ons onderzoek binnen traject 4. 

Traject 5: patiënten van verschillende etnische groeperingen

De resultaten van Een voorstudie in opdracht van IGZ (rapport juli 2009) zijn leidend voor de precieze invulling van het vijfde traject.

Voorstudie (2009)

Een voorstudie in opdracht van IGZ (rapport juli 2009) heeft laten zien dat er aanwijzingen zijn voor verschillen in de mate van patiëntveiligheid tussen patiënten van verschillende etnische groeperingen. Met name oudere niet-Nederlandse patiënten lopen een hoger risico op zorggerelateerde schade. Drie mechanismen in de arts-patiënt interactie spelen daarbij waarschijnlijk een rol: een niet-passende reactie op objectieve kenmerken van de patiënt, zoals lage Nederlandse taalvaardigheid en genetische kenmerken; misverstanden tussen patiënt en zorgverlener als gevolg van verschillen in ziektepercepties en verwachtingen van de zorg; en vooroordelen aan de kant van de zorgverleners.

Doel

We geven antwoord op de vraag of de patiëntveiligheid van ziekenhuiszorg verschilt voor verschillende etnische groeperingen en - indien dit het geval is  - doen we aanbevelingen om deze verschillen te minimaliseren. Hiervoor gaan we in op de volgende onderzoeksvragen:
- Zijn er verschillen in de patiëntveiligheid van ziekenhuiszorg voor verschillende etnische bevolkingsgroepen?
- Zo ja, wat is de aard, ernst  en omvang van deze verschillen?
- Wat zijn de oorzaken en preventiemogelijkheden om deze verschillen te minimaliseren?

Methode

Vanwege de verwachte aard en oorzaken van zorggerelateerde schade bij allochtone patiënten zal in deeltraject 5 het dossieronderzoek meer prospectief worden ingericht en worden aangevuld met interviews. Dossiers van verschillende bevolkingsgroepen zullen bij voorkeur binnen 6 maanden na ontslag worden beoordeeld op aanwezigheid van zorggerelateerde schade. Aanvullende interviews zullen worden ingezet om oorzaken en preventiemogelijkheden beter in beeld te brengen. In de pilotstudie wordt nagegaan of en hoe het prospectief dossieronderzoek gecombineerd met interviews met zorgverleners en patiënten uitgevoerd kunnen worden.

Over het onderzoek

Aan dit traject nemen 4 ziekenhuizen deel. Dossiers van patiënten van drie verschillende etnische groeperingen (mede te bepalen n.a.v. de resultaten van de voorstudie) worden onderzocht. Een expertteam is betrokken bij de voorbereiding van het dossieronderzoek en het opstellen en onderhouden van richtlijnen voor de beoordelingsprocedure en interviews.

Resultaten

Per traject verschijnen een of meer publicaties op de Nivel-website met de onderzoeksresultaten (zie bij de rubriek 'Publicaties' op deze pagina). Op landelijk niveau kunnen in 2014 uitspraken gedaan worden over verandering van de potentieel vermijdbare schade bij de vijf onderzochte patiëntgroepen. Deze informatie kan vervolgens gebruikt worden voor verbeterinitiatieven. 

Subsidie en samenwerking

De Monitor Zorggerelateerde schade 2009-2013 is geïnitieerd door de Orde van Medisch specialisten en wordt gefinancierd door het ministerie van VWS. In dit project werken we samen met EMGO+ (Vrije Universiteit medisch centrum, afdeling sociale geneeskunde).

Wagner, C. Monitor Zorggerelateerde schade in ziekenhuizen - ontslagen en overleden patiënten. Uit: www.nivel.nl [Laatst gewijzigd op 11-04-2022; geraadpleegd op 27-11-2022]. URL: https://www.nivel.nl/nl/monitor-zorggerelateerde-schade-ontslagen-en-overleden-patienten