Delier: bespreek in de palliatieve fase tijdig levenseindewensen

03-04-2014
NIVEL: delier

Bij één op de vier patiënten die overlijden na palliatieve sedatie, was onbehandelbare delier de aanleiding om palliatieve sedatie toe te passen. De acute verwardheid van de patiënt kan een belemmering zijn om hem of haar te betrekken bij de beslissing om over te gaan tot palliatieve sedatie, zo schrijven onderzoekers van het NIVEL in Huisarts & Wetenschap.

Delier is een plotselinge verwardheid, die vaak optreedt bij ouderen en zich uit in achterdocht, hallucinaties of onrustig bewegen. Vaak hebben mensen met delier zelf niet in de gaten dat ze verward zijn. Hun familieleden zijn geschokt en denken dat die verwarring niet meer over zal gaan. De verwardheid is doorgaans een bijverschijnsel van een lichamelijke ziekte – bijvoorbeeld een longontsteking – of treedt op na een operatie, uitdroging of vergiftiging. Het is vergelijkbaar met het ijlen bij koorts. Meestal is delier goed te behandelen door de oorzaak weg te nemen of de patiënt te behandelen met haloperidol. In de palliatieve fase – als de zorg niet meer is gericht op genezing maar alleen op verlichting van de symptomen – is delier soms echter alleen te behandelen met palliatieve sedatie.
 
Betrekken bij beslissing
Door de verwardheid is het voor huisartsen lastiger patiënten met delier te betrekken bij de beslissing om over te gaan tot palliatieve sedatie, 77% wordt hierbij betrokken vergeleken met 88% van de patiënten zonder delier. Verpleegkundigen en verzorgenden zijn bij deze patiënten juist vaker betrokken bij de besluitvorming, respectievelijk 69 en 56%.
 
Tijdig bespreken
NIVEL-onderzoeker, huisarts en epidemioloog Gé Donker: “Delier kan moeilijk te herkennen zijn en plotseling en onvoorzien optreden in de palliatieve fase. Je moet met een patiënt de wensen rond het levenseinde en de mogelijkheid van palliatieve sedatie dus tijdig bespreken, omdat het anders misschien niet meer kan. Dit geldt overigens niet alleen voor patiënten met delier, ook bij patiënten met hart- en vaatziekten of longziekten is het door kortademigheid in de palliatieve fase soms niet meer mogelijk met ze te overleggen. Omdat huisartsen niet zoveel ervaring opdoen met delier in de palliatieve fase, is het verstandig de expertise te benutten van palliatieve consultatieteams en kaderartsen palliatieve zorg.”
 
NIVEL Zorgregistraties eerste lijn
Het onderzoek is uitgevoerd bij 42 peilstations, huisartspraktijken uit de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Deze peilstations vertegenwoordigen 0,8% van de Nederlandse bevolking. Ze registreren sinds 2005 aanleiding, symptomen, onderliggende ziekte bij palliatieve sedatie, en wie er betrokken zijn bij de besluitvorming en of een patiënt ook een euthanasieverzoek heeft gedaan.