Nieuws
03-10-2005
Praktijkorganisatie vertoont nauwelijks samenhang met het aantal patiënten per huisarts
Tussen huisartsen zijn er aanzienlijke verschillen in het aantal patiënten. Iets meer dan een derde van de huisartsen heeft circa 2.000 patiënten per fte (=full-time equivalent). Een vijfde deel heeft 3000 of meer patiënten per fte. Het NIVEL (Nederlands Instituut voor Onderzoek naar de Gezondheidszorg) heeft in opdracht van het Capaciteitsorgaan onderzocht of dit verschil samenhangt met de manier waarop de praktijk is georganiseerd. Het onderzoek is verricht met behulp van gegevens van de Tweede Nationale Studie van Ziekten en Verrichtingen in de huisartspraktijk.

Al enige jaren zijn het huisartsentekort en in samenhang daarmee de hoge werkdruk voor huisartsen in Nederland een punt van zorg. Het aantal studenten dat instroomt in de huisartsenopleiding groeit weliswaar, maar onvoldoende om op korte termijn soelaas te bieden. Een van de mogelijke oplossingen die is aangedragen om het tekort terug te dringen is het efficiënter organiseren van de zorg zodat met de bestaande capaciteit meer patiënten afgehandeld kunnen worden.

Uit dit onderzoek blijkt dat huisartsen die assistenten hebben die zelfstandig adviezen geven aan patiënten, beduidend meer patiënten hebben. Overige organisatorische kenmerken van de praktijk, zoals bijvoorbeeld de organisatie van het spreekuur, achtergrondkenmerken van de patiënten, verstedelijking van de praktijkomgeving, het aantal minuten per consult, het percentage visites of  de uren assistentie per 1000 patiënten) blijken geen samenhang te vertonen met het aantal patiënten.
Gegevensverzameling
Contactpersoon:
R.S. (Ronald) Batenburg
Programmaleider en bijzonder hoogleraar Arbeid en Organisatievraagstukken in de Gezondheidszorg (Radboud Universiteit)