Cijfers oefentherapeuten - Aanmelding

van behandelepisodes gestart in 2020
Hoe komen mensen bij de oefentherapeut terecht? Op eigen initiatief, via de regeling Directe Toegankelijkheid Oefentherapie? Of via een verwijzing van de huisarts? Of een medisch specialist? Stijgen of dalen deze percentages over de jaren? Dit en meer vindt u op deze pagina.

We presenteren de cijfers over aanmelding bij de oefentherapeut in drie onderdelen:

  • Onderdeel 1: Wijze van toegang
  • Onderdeel 2: Soort verwijzer
  • Onderdeel 3: Conclusie screening directe toegang

Samengevat: Kernpunten aanmelding bij oefentherapeut, 2020 en voorgaande jaren

  • Wijze van toegang: 31% gaat op eigen initiatief naar de oefentherapeut.
  • Soort verwijzer: In 2020 is bij behandelepisodes waarbij de patiënt via verwijzing bij de oefentherapeut komt, in bijna 82% van de behandelepisodes de huisarts de verwijzer.
  • Conclusie screening directe toegang: In minder dan 2% van de behandelepisodes waarbij patiënten via Directe Toegang Oefentherapeut (DTO) naar de therapeut gaan was er sprake van een ‘niet pluis’-gevoel bij de screening, waarbij de oefentherapeut adviseert naar de huisarts te gaan.

KiezenOnderdeel 1: Wijze van toegang

Wat valt op, als we de wijze van toegang per kalenderjaar in de tabel hieronder bekijken:

Kernpunten wijze van toegang, 2020 en voorgaande jaren

  • Het aantal mensen dat op eigen initiatief naar de oefentherapeut gaat is in 2020 licht gedaald ten opzicht van 2019 en 2018.
  • De daling in het aandeel DTO is groter bij mannen dan bij vrouwen. Daarnaast is de dalende trend te zien bij kinderen tot en met 17 jaar, maar niet bij volwassenen.
  • Kinderen t/m 11 jaar komen het vaakst via een verwijzing bij de oefentherapeut, namelijk 91% van de behandelepisodes.
Tabel: Wijze van toegang uitgesplitst naar leeftijd en geslacht (% nieuwe behandelepisodes) 2017-2020
  2017 2018 2019 2020
Percentages algemeen  
Verwijzer 68,9 64,3 64,3 68,7
DTO 31,1 35,7 35,7 31,3
Percentages uitgesplitst naar geslacht  
Mannen        
Verwijzing 75,3 72,2 73,7 80,0
DTO 24,7 27,8 26,3 20,0
Vrouwen        
Verwijzing 65,4 59,1 58,7 60,2
DTO 34,6 40,9 41,3 39,8
Percentage uitgesplitst naar leeftijdscategorie  
0 t/m/ 11 jaar        
Verwijzing 85,6 88,4 83,5 91,3
DTO 14,4 11,6 16,5 8,7
12 t/m/ 17 jaar        
Verwijzing 66,1 60,1 61,8 68,1
DTO 33,9 39,9 38,2 31,9
18 t/m/ 39 jaar        
Verwijzing 55,3 52,6 46,7 40,9
DTO 44,7 47,4 53,3 59,1
40 t/m/ 59 jaar        
Verwijzing 67,8 55,4 60,9 56,5
DTO 32,2 44,6 39,1 43,5
60 jaar en ouder        
Verwijzing 73,7 60,9 67,7 63,2
DTO 26,3 39,1 32,3 36,8
Totaal aantal nieuwe  behandelepisodes * 6.645 9.814 12.406 8.243

* Aantal nieuwe behandelepisodes waarvoor de wijze van toegang bekend was. Kan lager liggen voor de subcategorieën geslacht en leeftijdscategorie.

Cijfers over de zorgverlening in de eerste lijnOnderdeel 2: Soort verwijzer

Wat valt op, als we in de tabel hieronder bekijken welke verwijzers patiënten doorverwijzen:

Kernpunten soort verwijzer, 2020 en voorgaande jaren

  • In 2020 kwam de patiënt bij bijna 82% van de behandelepisodes waarbij de patiënt via verwijzing kwam, met een verwijzing van de huisarts.
Tabel: Soort verwijzer van patiënten die op verwijzing bij de oefentherapeut zijn gekomen (% nieuwe behandelepisodes), 2017-2020
  2017 2018 2019 2020
Huisarts 70,3 79,3 77,6 81,8
Medisch specialist 26,4 17,5 20,8 16,8
Onbekend 3,3 3,2 1,6 1,4
Totaal aantal nieuwe behandelepisodes 4.193 5.091 7.334 4.204

* Aantal nieuwe behandelepisodes van patiënten die via verwijzing bij de oefentherapeut zijn gekomen en waarvoor type verwijzer bekend was.

Onderdeel 3: Screening door de oefentherapeut bij aanmeldingOnderdeel 3: Screening door de oefentherapeut bij aanmelding

Patiënten die op eigen initiatief bij de oefentherapeut komen, ondergaan een screening. Door gerichte vragen te stellen stelt de oefentherapeut binnen een beperkte tijd, circa 10 minuten, vast of de patiënt met zijn of haar klachten aan het juiste adres is:

  • Conclusie 'niet pluis': wanneer de oefentherapeut de klacht / hulpvraag niet indiceert voor oefentherapie (dus bij een conclusie ‘niet pluis'), adviseert deze contact op te nemen met de (huis)arts.
  • Conclusie 'pluis': Wanneer de oefentherapeut de klacht indiceert voor oefentherapie (conclusie ‘pluis’), informeert hij de patiënt over de mogelijkheid - om zonder tussenkomst van een arts - door te gaan met het diagnostisch oefentherapeutisch proces.

Wat valt op, als we de screening door de oefentherapeut bij aanmelding van de patiënt bekijken:

Kernpunten screening door de oefentherapeut, 2020 en voorgaande jaren

  • Van de behandelepisodes waarbij patiënten via DTO naar de therapeut gaan, is minder dan 2% van de gevallen een ‘niet-pluis’-gevoel bij de screening.

Gebruikte methode weekcijfers aandoeningen: Surveillance en PeilstationsBron en verantwoording cijfers oefentherapeuten

Alle cijfers die we in dit onderdeel ‘Cijfers oefentherapeuten’ presenteren, komen voort uit het analyseren van de gegevens die Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn verzamelt bij aangesloten oefentherapiepraktijken. De gegevens die zij opnemen in hun elektronische patiëntendossiers vormen de basis. In deze dossiers staan gegevens over gezondheidsproblemen, contacten, behandelingen en uitslagen van diagnostische tests.
De cijfers over 2020 zijn verzameld op basis van gegevens van 11.139 patiënten die in 2020 zijn behandeld door 177 oefentherapeuten in 53 praktijken.
Bij Methode vaststellen cijfers zorgverlening oefentherapeuten vindt u informatie over onze werkwijze bij het vaststellen van de cijfers.

Veldkamp R., Meijer W. Cijfers oefentherapeuten - Aanmelding. Uit: www.nivel.nl [Laatst gewijzigd op 09-06-2022; geraadpleegd op 06-10-2022]. URL: https://www.nivel.nl/nl/nivel-zorgregistraties-eerste-lijn/aanmelding-0