Huisartsenposten

De organisatie van huisartsenzorg buiten kantooruren
Bij een gezondheidsprobleem waarmee iemand niet kan wachten tot de volgende werkdag, kan een patiënt 's avonds, 's nachts en in het weekend terecht bij de huisartsenpost. Het is de bedoeling dat de patiënt eerst belt met de huisartsenpost. Een assistent(e) beoordeelt dan de hulpvraag en kent een prioriteit (urgentie) toe. Deze triage heeft als doel dat elke hulpvraag op tijd en op maat afgehandeld wordt. De assistent(e) kan onder supervisie van de huisarts zelf een advies geven, geruststellen of de hulpvraag doorgeven aan de huisarts voor een telefonisch advies, consult of visite.

Huisartsenzorg buiten kantooruren valt in Nederland onder de verantwoordelijkheid van 50 huisartsendienstenstructuren (HDS’en). De fysieke locatie waar deze zorg wordt verleend is de huisartsenpost (HAP), waarvan er in Nederland 122 zijn. Een HDS kan één of meerdere HAPs omvatten.
 

Omvang gegevensverzameling
In 2017 waren 29 HDS’en deelnemer aan Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Op het kaartje zijn de verzorgingsgebieden te zien van de deelnemende HDS’en. Van alle 29 HDS’en zijn complete gegevens over het jaar 2017 aangeleverd, die gebruikt zijn voor deze rapportage. In totaal betrof het gegevens van ruim 1,9 miljoen patiënten die in 2017 contact hadden met de huisartsenpost. In de gezamenlijke verzorgingsgebieden van deze 29 HDS’en woonden ruim 11,9 miljoen mensen.


Representativiteit
De cijfers over 2017 zijn gebaseerd op routinematig elektronisch geregistreerde gegevens van 29 huisartsendienstenstructuren, met een gezamenlijk verzorgingsgebied van ruim 11,9 miljoen inwoners. Qua leeftijd en geslacht vormt de populatie in het verzorgingsgebied van de deelnemende huisartsendienstenstructuren een goede afspiegeling van de Nederlandse bevolking. In vergelijking met de Nederlandse bevolking is er een lichte oververtegenwoordiging van personen die in zeer sterk stedelijke gebieden wonen (zie tabel). Gegevens over Nederland zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 2017.


Inhoud gegevensverzameling
De gegevens die vanaf 2012 voor Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn worden verzameld zijn gegevens die op iedere huisartsenpost worden vastgelegd voor de reguliere administratie en zorgverlening. Op de website vindt u de specificatie van de gegevensverzameling voor iedere deelnemende discipline aan Nivel Zorgregistraties. 

Wijze van gegevensverzameling
Een deelnemende zorgverlener registreert patiëntgegevens en zorginhoudelijke gegevens in het elektronisch medisch dossier. Periodiek wordt handmatig of automatisch een extractie van deze gegevens gemaakt. Alleen gegevens over patiënten die geen bezwaar hebben gemaakt tegen gebruik van hun gegevens worden hierbij meegenomen.
 
Voordat een extractiebestand naar het Nivel verzonden wordt, converteert software van een Trusted Third Party (TTP) patiënt-identificerende gegevens naar een zogenaamd pseudoniem. Dit wordt gedaan om de privacy van patiënten te kunnen waarborgen in het kader van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Meer informatie over privacy is te vinden in het Privacyreglement van NIVEL Zorgregistraties Eerste Lijn.
 
Welke gegevens worden verzameld?

  • Omvang verzorgingsgebied. Het zorggebruik wordt berekend per 1000 inwoners. Het zorggebruik is dan de teller, het aantal inwoners de noemer. Deze noemers zijn gebaseerd op het aantal inwoners in het verzorgingsgebied van de verschillende huisartsendienstenstructuren. Huisartsendienstenstructuren hebben aangegeven welke postcodegebieden tot hun verzorgingsgebied behoren. Voor de bepaling van het aantal inwoners in de verzorgingsgebieden en de leeftijds- en geslachtsverdeling van de inwoners zijn gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek gebruikt, die gaan over het betreffende rapportagejaar (dus gegevens uit 2017 voor het rapportagejaar 2017). Sommige postcodegebieden vallen in het verzorgingsgebied van meer dan één HDS. In die gevallen is een correctiefactor op het aantal inwoners toegepast om dubbeltellingen te voorkomen. 
  • De stedelijkheidgraad. De mate van stedelijkheid van de postcodegebieden is bepaald op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit het jaar 2017. De stedelijkheid is bepaald op basis van de adressendichtheid in een postcodegebied.
  • Omvang zorggebruik en urgentie contacten. Hiervoor worden alle contacten geteld die door de huisartsendienstenstructuren gedeclareerd zijn. Hierin zijn ook de contacten meegenomen die plaatsvonden op doordeweekse dagen tussen 17:00 en 18:00 uur.
  • Geneesmiddelvoorschriften. Geneesmiddelvoorschriften die geregistreerd zijn bij gedeclareerde contacten worden weergegeven. Dit zijn geen voorschriften die uitgeschreven zijn door specialisten, maar wel herhalingen daarvan als deze zijn gegenereerd op de huisartsenpost. Alleen geneesmiddelvoorschriften die geregistreerd zijn in de receptmodule van het elektronisch dossier zijn weergegeven. Dit aantal is waarschijnlijk een onderschatting van het werkelijk aantal voorgeschreven geneesmiddelen. Als een patiënt op dezelfde dag meerdere dezelfde geneesmiddelen krijgt voorgeschreven, zijn deze meegeteld als één geneesmiddelvoorschrift. . Geneesmiddelvoorschriften worden geregistreerd met het Anatomisch Therapeutisch Chemische Classificatiesysteem (ATC). Daarmee wordt de werkzame stof in geneesmiddelen aangeduid.
  • Gezondheidsproblemen. Symptomen en aandoeningen van personen die gebruik maken van de huisartsenpost zijn geregistreerd met behulp van de International Classification of Primary Care (ICPC) (Lamberts & Wood, 1987). Alleen ICPC-codes in de range 01 tot en met 29 (symptomen) en in de range 70 tot en met 99 (aandoeningen) worden beschouwd als betekenisvolle ICPC-codes. Daarnaast beschouwen wij ook A44 (inenting), R44 (influenzavaccinatie) en X37 (cervix-uitstrijkje) als betekenisvolle ICPC-codes. ICPC-codes A97 (geen ziekte) en A99 (andere gegeneraliseerde/niet gespecificeerde ziekte) kunnen betekenisvolle ICPC-codes zijn. De neiging bestaat echter om deze codes te gebruiken als een zorgverlener niet direct weet wat er met een patiënt aan de hand is. Wij zien deze codes daarom niet als betekenisvolle ICPC-codes. Dit geldt ook voor ICPC-codes in de range 30-69 (verrichtingen). Omdat veel individuele ICPC-codes slechts bij kleine aantallen patiënten voorkomen, zijn de codes gegroepeerd in ICPC-hoofdstukken en ICPC-clusters.

Kwaliteitscontrole
Om het zorggebruik op de huisartsenpost te berekenen, maken wij gebruik van zo compleet mogelijke registratiegegevens. Wij passen daarom een aantal criteria toe waaraan de gegevens moeten voldoen, om meegenomen te kunnen worden in onze berekeningen. Om het zorggebruik  op de huisartsenpost te kunnen berekenen, is het nodig om te beschikken over de registratiegegevens van 52 weken. Huisartsenposten zijn tenslotte het hele jaar door open. Voor het jaar 2017, hebben alle deelnemende HDS’en gegevens over 52 weken aangeleverd. De resultaten voor de jaarcijfers 2017 zijn dus gebaseerd op de gegevens van alle deelnemende HDSen. In de jaren 2013-2016 leverden 21 of 22 van de 29 huisartsendienstenstructuren bruikbare gegevens over 52 weken aan, waarbij de samenstelling van de groep per jaar varieerde. Een ander criterium is de ondergrens van het aantal contacten per week. Deze ondergrens hebben wij vastgesteld op 500 contacten per week, per HDS voor de periode 2013-2016. In 2017 is het aantal contacten met de huisartsenpost afgenomen, waardoor er twee HDSen net niet door het kwaliteitsfilter van 500 contacten per week kwamen.  Voor 2017 is de ondergrens daarom verlaagd naar 250 contacten per week.

Om cijfers over gepresenteerde gezondheidsproblemen goed te kunnen berekenen, is het van belang dat er bij contacten met de huisartsenpost een ICPC-code geregistreerd is. Voor cijfers over geneesmiddelenvoorschriften zijn geregistreerde ATC-codes van belang. Daarom zijn er nog twee extra criteria waaraan moet worden voldaan door de HDSen waarvan de gegevens worden gebruikt:

  • Cijfers over gepresenteerde gezondheidsproblemen zijn gebaseerd op gegevens van huisartsendienstenstructuren waarvan bij minimaal 70% van de contacten een betekenisvolle ICPC-code geregistreerd is (27 HDSen in 2017).
  • Cijfers over geneesmiddelenvoorschriften zijn gebaseerd op gegevens van huisartsendienstenstructuren waarvan bij minimaal 85% van de contacten met een geneesmiddelenvoorschrift een betekenisvolle ATC-code geregistreerd is (27 HDSen in 2017).

Kwaliteit gebruik van ICPC-codering huisartsenpost
In 2017 registreerden zorgverleners op de huisartsenpost bij gemiddeld 91,3% van de contacten een betekenisvolle ICPC-code. Dat is nagenoeg gelijk aan 2016. De verschillen tussen huisartsendienstenstructuren zijn echter groot  (range 35,6%-99,5% in 2017). Het percentage contacten zonder ICPC-code is in 2017 iets gestegen ten opzichte van 2016 (van 6,2% naar 6,9%). Ook hierin zijn grote verschillen tussen huisartsendienstenstructuren (range 0,02%-64,2% in 2017).

 

Jansen T, Smits M, Verheij R. Verantwoording huisartsenposten Uit: Nivel Zorgregistraties eerste lijn [internet]. 2019 [Laatst gewijzigd op 29-05-2019; geraadpleegd op 24-06-2019]. URL: www.nivel.nl/nl/nivel-zorgregistraties-eerste-lijn/huisartsenposten