Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: Begrippenlijst

A    B    C    D    E    F    G    H    I    M    N    O    P    S    U    V    W

 

A


ATC-code:
De ATC-code is de code die binnen het Anatomisch Therapeutisch Chemische classificatiesysteem wordt toegekend. Het ATC-classificatiesysteem wordt internationaal gebruikt voor geneesmiddelgebruiksstudies. In de ATC-code worden geneesmiddelen eerst ingedeeld in groepen naar het orgaan of systeem waarop ze werkzaam zijn en daarna op therapeutische en chemische eigenschappen.

 

B


Beveiligde verbinding (HTTPS-verbinding):
Elektronische (internet-)verbinding waarmee gegevens veilig kunnen worden uitgewisseld tussen verzender en ontvanger. De uitgewisselde gegevens worden versleuteld zodat ze niet te ontcijferen zijn als ze worden afgeluisterd of onderschept.

BIG-register: overheidsregister voor Beroepen in de Gezondheidszorg:
Het BIG-register (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) is een Nederlandse databank, waarin een aantal officieel erkende gezondheidswerkers is geregistreerd. In het BIG-register zijn artsen, apothekers, fysiotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundigen opgenomen. Het register is opgericht op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Alleen wie in het register is ingeschreven, is door de wet bevoegd deze beschermde titel te voeren. De deskundigheid van de geregistreerde beroepsbeoefenaren is hiermee voor iedereen herkenbaar.

 

C


Chronische lijst (fysiotherapie en oefentherapie Cesar/Mensendieck):
Verkorte term voor lijst met aandoeningen die langdurige of intermitterende therapie behoeven, die door de wet bepaald wordt. 
Sinds 2004 wordt fysiotherapie beperkt vergoed. Voor volwassenen van 18 jaar en ouder vindt alleen vergoeding plaats vanuit de basisverzekering wanneer sprake is van een aandoening die voorkomt op deze lijst, waarbij geldt dat het eerste aantal zittingen binnen een behandelepisode voor rekening van de patiënt is of vergoed wordt vanuit de aanvullende verzekering. Voor een aantal aandoeningen geldt er geen limiet in de duur van de behandelepisode, maar voor de meeste aandoeningen geldt een limiet van één jaar.
Jongeren tot 18 jaar krijgen het eerste aantal behandelingen voor fysiotherapie en oefentherapie altijd vergoed uit de basisverzekering,  eventueel aangevuld met nog een aantal extra behandelingen. Jongeren met een aandoening die op de chronische lijst staat kunnen alle behandelingen voor fysiotherapie en oefentherapie vergoed krijgen.

'Client centered’ behandeling:
Cliëntgerichte behandeling (ook wel Rogeriaanse therapie genoemd) is een vorm van psychotherapie waarin het inzicht van de patiënt (cliënt) in zichzelf centraal staat (-gericht). Het uitgangspunt van cliëntgerichte therapie is vaak persoonlijke ontwikkeling. De cliënt bepaalt zelf welke richting de therapie op gaat. Door gesprekken komt de patiënt tot inzichten en emoties die eerst verborgen bleven.

Clustertrekken (A, B, C):
De DSM-IV vermeldt tien persoonlijkheidsstoornissen, die in 3 clusters zijn onderverdeeld. Cluster A kenmerkt zich door vreemd of excentriek gedrag, cluster B door theatraal, emotioneel of grillig gedrag, cluster C door gespannen of angstig gedrag. Mensen kunnen wel bepaalde ‘trekken’ hebben, die vallen binnen het cluster A, B of C, maar net niet voldoen aan de criteria om te spreken van een stoornis. In die gevallen spreekt men van clustertrekken.

Consult diëtist:
Een consult bij de diëtist bevat directe en indirecte cliëntgebonden behandeltijd waarbij tijdseenheden variabel zijn van vijftien minuten tot bijvoorbeeld een uur.

 

D


Directe toegankelijkheid (paramedici):
De definitie van Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie/Oefentherapie/Diëtetiek die binnen Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn wordt gebruikt, is dat patiënten zonder tussenkomst van een verwijzer bij de paramedicus zijn gekomen. Indien er wel contact is geweest met een verwijzer, maar geen verwijsbrief is uitgeschreven, wordt de patiënt toch beschouwd als ‘verwezen’. Directe Toegankelijkheid is voor de fysiotherapeut wettelijk mogelijk sinds 2006, voor de oefentherapeut sinds 2008 en voor de diëtist sinds 2011.

DSM-IV:
De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (kortweg DSM) is een classificatiesysteem voor psychische aandoeningen. Voor elke psychiatrische ziekte staat vermeld welke klachten en ziekteverschijnselen bij iemand aanwezig moeten zijn voordat de arts of psycholoog een bepaalde diagnose mag stellen. De DSM wordt gezien als handboek bij het stellen van een diagnose. Er zijn verschillende edities van de DSM-IV, in 1994 is de vierde editie uitgekomen en in 2013 is de vijfde editie gepubliceerd.

E


Eerstelijnskwalificatie NIP:
Psychologen met een eerstelijnskwalificatie zijn aangetoond vakbekwaam in de eerstelijnspsychologie. Het doel van de registratie Eerstelijnspsychologie bij het NIP is het vastleggen van de vakbekwaamheid van de eerstelijnspsycholoog op het terrein van de eerstelijns psychologische zorg. De criteria die het NIP hanteert zijn hier te vinden.

 

F


Feedbackrapportage/ spiegelrapportage:
Zorgverleners en instanties krijgen terugrapportages over de door hen aangeleverde gegevens over de geleverde zorg. Hiermee wordt inzicht geboden in de kwaliteit en inhoud van de eigen zorgverlening en kunnen eigen gegevens worden vergeleken met die van de gemiddelde Nederlandse zorgverlener of zorginstantie van dezelfde discipline.

 

G


Gedeclareerde contacten:
Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn telt contacten bij de huisarts op basis van declaraties. In het Nederlandse gezondheidszorgsysteem anno 2013 geldt dat ieder consult, visite of telefonisch consult kan worden gedeclareerd met een bepaalde code. Meer over hoe huisartsen contacten kunnen registreren ten behoeve van declaraties vindt u op de website van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Gedragstherapeutisch- cognitieve behandeling:
Cognitieve therapie gaat vooral uit van de invloed van het denken op het gevoelsleven en het doen. In gedragstherapie staat het gedrag van de cliënt centraal. Hoe iemand handelt bepaalt namelijk in belangrijke mate hoe iemand zich voelt. Bij een cognitieve gedragstherapeutische behandeling wordt zowel de manier van denken en interpreteren van de cliënt behandeld, als diens manier van doen en laten.

Global Assessment of Functioning (GAF) score:
De Global Asessment of Functioning (GAF) score is een maat waarmee het psychisch, sociaal en beroepsmatig functioneren van een persoon wordt aangeduid in de vorm van een score tussen 0 en 100. De GAF-score is een onderdeel van het DSM-IV-systeem, dat gebruikt wordt voor het diagnosticeren van psychiatrische aandoeningen.

GZ-registratie/ gezondheidszorg (GZ-) psycholoog:
Gezondheidszorgpsycholoog, ook wel GZ-psycholoog, is sinds 1998 in Nederland een wettelijk beschermde titel; deze mag alleen gevoerd worden door iemand die geregistreerd is in het BIG-register. GZ-psychologen richten zich veelal op kortdurende hulpverlening, voor lichte tot matig complexe psychische problemen. GZ-psychologen kunnen zich ook verder specialiseren, bijvoorbeeld  als kinder- en jeugdpsycholoog of eerstelijnspsycholoog.  

 

H

Huisartsendienstenstructuur (HDS): 
Organisatie die verantwoordelijk is voor het leveren van huisartsenzorg buiten kantooruren. De fysieke locatie waar deze zorg wordt verleend is de huisartsenpost. Een HDS kan één of meerdere huisartsenposten omvatten.
 

Huisartsenpost: 
Locatie waar huisartsenzorg buiten kantooruren geleverd wordt.

 

I

 

Incidentie:
is het aantal nieuwe episodes van een symptoom of aandoening in het rapportagejaar per 1000 patiëntjaren.
 

International Classification of Primary Care (ICPC):   
Internationaal geaccepteerde standaard voor het coderen en classificeren van registratiegegevens in de huisartsenzorg. Met deze codering kunnen huisartsen de reden voor contact (symptoom), het ziektebeeld (diagnose) of een verrichting vastleggen.
 

ICPC-clusters:    
Omdat veel individuele ICPC-codes slechts bij kleine aantallen patiënten voorkomen, zijn de codes gegroepeerd in clusters.
 

ICPC-hoofdstukken:   
Omdat veel individuele ICPC-codes slechts bij kleine aantallen patiënten voorkomen, zijn de codes gegroepeerd in hoofdstukken.
 

Integrale bekostiging:
Zorg voor diabetes, COPD en hart- en vaatziekten kan integraal bekostigd worden. Dit houdt in dat zorgverleners voor zorg voor deze aandoeningen een standaardbedrag per patiënt vergoed krijgen. Zij krijgen dus niet meer alle losse contacten voor deze aandoeningen vergoed.
 

M
 

Mediaan:
De mediaan is de middelste waarde wanneer de gegevens in orde van grootte worden gesorteerd. Het voordeel van het gebruik van de mediaan ten opzichte van het gemiddelde is dat de mediaan minder wordt beïnvloed door extreme waarden. Voorbeeld: bij het aantal zittingen per patiënt wordt het gemiddelde omhoog getrokken door een kleine groep patiënten die veelvuldig behandeld wordt, terwijl deze groep de mediaan niet beïnvloedt. In dit soort gevallen wordt daarom de voorkeur gegeven voor het weergeven van de mediaan.

M&I verrichtingen huisartsen:
Verrichtingen zijn handelingen tijdens een consult bij de huisarts (of een visite). Bij de M&I verrichtingen gaat het om bepaalde handelingen die apart vergoed worden. M&I staat voor modernisering en innovatie. Meer informatie over M&I verrichtingen is te vinden op de website van de Nederlandse Zorgautoriteit.

 

N
 

Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) register:
Het Nederlands Instituut van Psychologen ziet het als taak om de kwaliteit van de beroepsuitoefening van de psycholoog te bewaken en te borgen. Hiervoor heeft het NIP verschillende kwaliteitsinstrumenten ontwikkeld, zoals de NIP Registratieregelingen. Hierin zijn kwaliteitscriteria opgenomen waaraan psychologen moeten voldoen.

Nederlandse Norm Gezond Bewegen:
Een volwassen persoon voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) wanneer hij/zij tenminste vijf dagen per week 30 minuten matig intensieve lichaamsbeweging heeft.

 

O

Outcome Rating Scale (ORS) score:
De Outcome Rating Scale (ORS) is een korte vragenlijst waarmee aan het begin van elke therapiesessie gemeten wordt hoe het met iemand gaat op verschillende aspecten van het leven: individueel, relationeel, sociaal en algeheel. Op elk van deze vier vlakken wordt een score tussen 0 en 10 gegeven (totaal dus maximaal 40).

 

P

Paramedische zorg:
Onder paramedische zorg valt zorg verleend door onder andere fysiotherapeuten, oefentherapeuten Cesar/Mensendieck, ergotherapeuten, logopedisten en diëtisten. Paramedische zorg is gericht op het verminderen van de functionele gevolgen van een ziekte of aandoening.

Patiëntjaren:
In veel berekeningen wordt gebruik gemaakt van patiëntjaren als noemer. Dit is een benadering van de populatie waarop de zorggevens betrekking hebben. Iedere patiënt die een vol jaar bij een huisartsenpraktijk stond ingeschreven, telt daarbij voor het hele jaar mee. Een patient die slechts één kwartaal stond ingeschreven in de praktijk, telt ook maar voor een kwart mee in de noemer. Dit werkt ook door in de teller. Consulten die plaatsvonden in een periode dat de patiënt niet stond ingeschreven in de praktijk, zijn ook niet meegenomen in de tellers.

Persoonlijkheidsstoornis:
Een persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door een star en duurzaam patroon van gedachten, gevoelens en gedragingen die binnen de cultuur van de betrokkene duidelijk afwijkt van de verwachtingen. Om bij een patiënt de diagnose van een persoonlijkheidsstoornis te kunnen stellen, moet aan een aantal criteria van de DSM worden voldaan.

Post-doctorale opleiding:
Een postdoctorale opleiding is in Nederland toegankelijk voor afgestudeerden die hun doctoraal- of mastersdiploma aan een universiteit hebben behaald. Een postdoctorale opleiding duurt doorgaans een of twee jaar en kan een verdere specialisatie in het eigen vakgebied zijn (zoals gezondheidszorg psycholoog), maar ook een op een specifiek beroep gerichte opleiding (zoals de universitaire lerarenopleiding).

Prescriptie:    
Geneesmiddelvoorschrift.

Prestatiecodes (paramedici):
Prestatiecodes worden gebruikt om de verschillende behandelvormen van paramedici aan te geven, zoals een reguliere zitting in de praktijk, een reguliere zitting bij de patiënt thuis of een groepsbehandeling. Bij het declareren van een zitting wordt onderscheid gemaakt naar deze verschillende prestaties, die zijn vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit.

Prevalentie:
Beschrijft het aantal mensen met minimaal 1 bestaande of nieuwe episode van een symptoom of aandoening in het rapportagejaar per 1000 patiëntjaren. Indien een symptoom of aandoening minder dan 0,1 per 1000 patiëntjaren voorkomt, wordt dit weergegeven als <0,1 per 1000 patiëntjaren. De morbiditeit op de huisartsenpost wordt weergegeven als het aantal consulten voor een symptoom of aandoening per 1000 consulten.

Psychodynamische behandeling:
Psychodynamische behandeling beoogt een verandering die met name gericht is op het verbeteren van het intermenselijk functioneren. De relatie tussen behandelaar en cliënt is het centrale aandachtspunt van de therapie en het belangrijkste middel om tot verandering te komen.

 

S

 

Screening (paramedici):
Een patiënt die zich via Directe Toegankelijkheid heeft aangemeld, wordt door de paramedicus gescreend. Deze screening heeft als doel om te bepalen of verder paramedisch onderzoek zonder tussenkomst van een arts geïndiceerd is en of het klachtenpatroon binnen het competentiegebied van de paramedicus valt.
 

Stedelijkheid:    
Maat voor de concentratie van menselijke activiteiten, gebaseerd op de gemiddelde omgevingsadressendichtheid:

• zeer sterk stedelijk:  2500 of meer adressen per km2
• sterk stedelijk:   1500 tot 2500 adressen per km2
• matig stedelijk:  1000 tot 1500 adressen per km2
• weinig stedelijk:  500 tot 1000 adressen per km2
• niet stedelijk:   minder dan 500 adressen per km2
bron: Centraal Bureau voor de Statistiek


Systeem therapeutische behandeling:
Systeem therapeutische behandeling is ook wel bekend als gezins- en relatietherapie. Het onderliggende idee is dat als in een systeem (bijvoorbeeld gezin of partnerrelatie) één van de leden een probleem heeft, het hele systeem ontwricht wordt. Andersom kan een individu worden geholpen door het systeem waarin hij/zij leeft te versterken.

 

U


Urgentiecategorie:   
Gezondheidsproblemen die gepresenteerd worden op de huisartsenpost worden tijdens de triage ingedeeld in een urgentiecategorie van de Nederlandse Triage Standaard:
U0 : reanimatie
U1: levensbedreigend
U2: spoed
U3: dringend
U4: routine
U5: advies

 

V
 

Verrichtingen paramedici:
Verrichtingen zijn handelingen die tijdens de behandeling worden toegepast. Na afloop van de behandelreeks registreren fysiotherapeuten en oefentherapeuten Cesar/Mensendieck in Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn maximaal drie verrichtingen, die zijn gebaseerd op de Classificatie Verrichtingen Paramedische Bewegingsberoepen .


Verstrekking:
De uitgifte van een geneesmiddel in de apotheek.
 

Vrijgevestigd:
Fysiotherapeuten, dietisten en oefentherapeuten kunnen werkzaam zijn in de eerste lijn of in de tweedelijn. We gebruiken de term vrijgevestigd om aan te duiden dat het hier gaat om beroepsbeoefenaren in de eerste lijn, werkzaam in vrijgevestigde praktijken.
 

Verzorgingsgebied: 
Elke huisartsendienstenstructuur heeft een verzorgingsgebied. De inwoners van dit gebied moeten in principe gebruik maken van die huisartsendienstenstructuur.

 

W


Weeklevering:
De uitgifte van receptgeneesmiddelen voor één week (of meerdere weken) in een weekdoseerverpakking. De geneesmiddelen in deze verpakking zijn verpakt per voorgeschreven dosering, per dag, per moment van inname.
 

Welvaartsziekte:
Welvaartsziekten zijn ziekten die in welvarende landen meer voorkomen dan in derde wereldlanden. Leefstijl, waaronder voeding en beweging, en de inrichting van de moderne samenleving spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van welvaartziekten. Veel voorkomende welvaartsziekten zijn obesitas, diabetes mellitus, COPD, hart- en vaatziekten en kanker.