Triage

Een patiënt die zich met een gezondheidsklacht meldt bij de huisartsenpost (meestal telefonisch, zoals patiënten dat geacht worden te doen), wordt door een triageassistent bevraagd via een triageprotocol van de Nederlandse Triage Standaard (NTS). Op basis van de ingangsklacht en het toestandsbeeld bepaalt de triagist, ondersteund door het triageprotocol, de urgentie en vervolgactie. De urgentietoekenning bestaat uit zes categorieën: U0, uitval vitale functies – reanimatie; U1, direct levensgevaar – onmiddellijk; U2, bedreiging vitale functies of orgaanschade – zo snel mogelijk; U3, reële kans op schade – binnen enkele uren; U4, verwaarloosbare kans op schade – dezelfde dag; en U5, geen kans op schade – volgende werkdag. Vervolgacties zijn onder andere: telefonisch advies, een consult op de huisartsenpost, visite door de huisarts, oproep van een ambulance.

 

Wat valt op?

  • In 2017 waren de meest voorkomende ingangsklachten: trauma algemeen/extremiteit, wond, buikpijn (volwassene), urinewegproblemen, huidklachten/borstontsteking en kortademigheid.
Jansen T, Hek K, Schermer T. Zorg op de huisartsenpost - Triage. Uit: Nivel Zorgregistraties eerste lijn [internet]. 2019 [Laatst gewijzigd op 12-06-2019; geraadpleegd op 17-06-2019]. URL: www.nivel.nl/nl/nivel-zorgregistraties-eerste-lijn/triage