Cijfers huisartsenposten - Triage: ingangsklachten en urgentietoekenning

Met welke ingangsklachten heeft de triage-assistent, met wie de patiënt die contact opneemt met de HAP een eerste - telefonisch - contact heeft, van doen? Welke urgenties kent de triage-assistent toe aan de klacht? Antwoorden op deze vragen en meer vindt u op deze pagina.

Een patiënt die zich met een gezondheidsklacht meldt bij de huisartsenpost (meestal telefonisch, zoals patiënten dat geacht worden te doen), wordt door een triage-assistent bevraagd via een triageprotocol van de Nederlandse Triage Standaard (NTS). Op basis van de ingangsklacht en het toestandsbeeld bepaalt de triagist, ondersteund door het triageprotocol, de urgentie en vervolgactie. Vervolgacties zijn onder andere: telefonisch advies, een consult op de huisartsenpost, visite door de huisarts, oproep van een ambulance. Op deze pagina geven we informatie over:

  • Onderdeel 1: Ingangsklachten bij triage
  • Onderdeel 2: Urgentietoekenning door de triage-assistent


Onderdeel 1: Ingangsklachten bij triage
Wanneer een patiënt de huisartsenpost belt, krijgt hij of zij de triage-assistent aan de lijn. Deze beoordeelt de hulpvraag van de patiënt op basis van de ingangsklacht en aan de hand van een triageprotocol van de Nederlandse Triage Standaard (NTS).

Wat valt op, als we de figuur hieronder bekijken:

Kernpunten Triage - ingangsklachten, 2018 en voorgaande jaren

  • In 2018 waren de meest voorkomende ingangsklachten: trauma algemeen / extremiteit, wond, buikpijn (volwassene), urinewegproblemen, huidklachten / borstontsteking en kortademigheid.
  • Er zijn geen grote verschillen ten opzichte van voorgaande jaren.

 

Figuur: Ingangsklachten bij triage door de huisartsenpost, per 1000 inwoners

Jaarcijfers aandoeningen: aanvullende gegevens uit de PeilstationsOnderdeel 2: Urgentietoekenning door de triage-assistent
Op basis van de ingangsklacht en het toestandsbeeld bepaalt de triagist, ondersteund door het triageprotocol, de urgentie en vervolgactie. Een triage-assistent beoordeelt de hulpvraag en kent een prioriteit (urgentie) toe, volgens de indeling van de Nederlandse Triage Standaard. Deze triage heeft als doel dat elke hulpvraag op tijd en op maat afgehandeld wordt. Vervolgacties zijn onder andere: telefonisch advies, een consult op de huisartsenpost, visite door de huisarts, oproep van een ambulance.

De urgentietoekenning bestaat uit zes categorieën:

  • U0 - uitval vitale functies – reanimatie
  • U1 - direct levensgevaar – onmiddellijk
  • U2 - bedreiging vitale functies of orgaanschade – zo snel mogelijk
  • U3 - reële kans op schade – binnen enkele uren
  • U4 - verwaarloosbare kans op schade – dezelfde dag
  • U5 - geen kans op schade – volgende werkdag

Wat valt op, als we de verschillende figuren hieronder bekijken:

Kernpunten Triage - urgentietoekenning, 2018 en voorgaande jaren

  • De meeste hulpvragen die gepresenteerd worden op de huisartsenpost krijgen de urgentie U3 (dringend). Hierna komen hulpvragen in de urgentiecategorie U5 (advies) het meest voor.
  • De urgentie van hulpvragen varieert sterk per type contact:
    • Het merendeel van de hulpvragen die tot een consult leiden wordt geclassificeerd als U3 (dringend).
    • Hulpvragen die telefonisch afgehandeld worden, krijgen meestal de urgentiecategorie U5 (advies).
    • Hulpvragen die leiden tot een huisvisite krijgen meestal de urgentie U2 (spoed) of U3 (dringend).
  • Tussen 2014 en 2018 is het percentage contacten met een hoog-urgente (U0, U1, U2) en midden-urgente (U3) hulpvraag gestegen. Het percentage contacten met een laag-urgente (U4, U5) hulpvraag is in dezelfde periode gedaald, al is er sinds 2017 weer een lichte toename te zien in het aantal U5-contacten.
  • In 2018 is het aantal contacten met urgentie U2 (spoed) licht afgenomen, het aantal contacten met urgentie U3 (dringend) is toegenomen. Het aantal laag-urgente contacten (U4, routine) is verder gedaald, maar het aantal contacten met zeer lage urgentie (U5, advies) is licht toegenomen.

 

Figuur: Urgentietoekenning door de triage-assistent 2014-2018, totaal aantal contacten en contacten uitgesplitst naar consulten op de HAP, telefonische consulten en visites.

Figuur: Urgentieverdeling van contacten op de huisartsenpost: percentage van het totaal aantal contacten
De meeste gezondheidsproblemen die gepresenteerd worden op de huisartsenpost krijgen de urgentie U3 (dringend) (figuur hieronder).

 

Figuur: Urgentieverdeling van consulten op de HAP, naar percentage van het totaal aantal contacten
Het merendeel van de hulpvragen die tot een consult leiden wordt geclassificeerd als U3 (dringend) (figuur hieronder).

Figuur: Urgentieverdeling van telefonische contacten op de huisartsenpost, naar percentage van het totaal aantal contacten
Hulpvragen die telefonisch afgehandeld worden, krijgen meestal de urgentiecategorie U5 (advies). In het geval van urgentie U0 (reanimatie) en U1 (levensbedreigend) bij een telefonisch consult is de melding doorgegeven aan de meldkamer ambulance (figuur hieronder). 

Figuur: Urgentieverdeling van visites op de huisartsenpost: percentage van het totaal aantal contacten
Hulpvragen die leiden tot een huisvisite krijgen meestal de urgentie U2 (spoed) of U3 (dringend) (figuur hieronder).

 

Jansen T, Ramerman L, Verheij R. Cijfers huisartsenposten - Triage: ingangsklachten en urgentietoekenning. Uit: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn [internet]. 2020 [Laatst gewijzigd op 13-10-2020; geraadpleegd op 25-11-2020]. URL: www.nivel.nl/nl/nivel-zorgregistraties-eerste-lijn/triage-ingangsklachten-en-urgentietoekenning