Zorginnovaties en implementaties

Bij innovaties bestaat vaak een kloof tussen ‘weten’ en ‘doen’. Meestal zijn er al goede praktijkvoorbeelden, zogenaamde ‘best practices’ bekend om bijvoorbeeld problemen als wachtlijsten en medicatiefouten aan te pakken, maar duurt het jaren voordat deze ‘best practices’ zich verspreiden. De oorzaken hiervan zijn complex en divers. Ze kunnen liggen op macro-niveau, zoals het ontbreken van een adequate financiering. Ze kunnen liggen op meso-niveau, waarbij een innovatie niet blijkt te passen in een bestaande zorgorganisatie, of op micro niveau. Dan kan het gaan om gebrek aan tijd, kennis of kunde, maar ook weerstand tegen verandering en het doorbreken van routines kunnen belemmerend werken. Tenslotte kan de vernieuwing zelf kenmerken hebben die het juist lastig maken om deze in te voeren, zoals een richtlijn waarvan de uitvoering veel tijd kost.

Uit een groot aantal onderzoeken is bekend welke factoren de implementatie van innovaties in de zorg belemmeren. Nieuw onderzoek richt zich op de meest effectieve strategieën om innovaties meer succesvol en vooral meer blijvend te implementeren. Naast klassieke strategieën zoals scholing en reminders, worden incidenteel ook nieuwe strategieën ontwikkeld die zich richten op sociale interacties en leiderschap. Aansluitend hierop zoekt het NIVEL antwoorden op de vraag hoe verbeteringen kunnen worden geborgd en verspreid.

Speerpunten van het onderzoek naar zorginnovaties zijn: de invoering van technologische vernieuwingen (zoals elektronische patiëntendossiers en videocommunicatie/tele care), evaluatie van implementatieprogramma’s, doelmatigheidsonderzoek, onderzoek naar belemmerende en bevorderende factoren voor implementatie, en de invloed van de werkomgeving op het volgen van richtlijnen en afspraken. In het onderzoek naar zorginnovaties wordt onder meer samengewerkt met professionals, vertegenwoordigers van beroeps- en brancheorganisaties en / of  deskundigen op gebied van de zorglogistiek.