Palliatieve zorg thuis

Bij palliatieve zorg voor mensen thuis, zijn mantelzorgers (meestal de partner of andere familieleden) heel belangrijk; zij leveren vaak een groot deel van de zorg aan de patiënt. Mantelzorgers hebben een dubbelrol: enerzijds zijn zij ontvanger van palliatieve zorg omdat ze zelf ook behoefte kunnen hebben aan ondersteuning bij het omgaan met de ziekte en naderende overlijden van hun naaste, anderzijds leveren zijzelf vaak het grootste deel van de zorg aan de zieke naaste (Luijkx e.a., 2011).    
 
De huisarts is bij palliatieve zorg thuis verantwoordelijk voor de medische zorg. De palliatieve zorg van de huisarts bestaat voor een belangrijk deel uit het verlichten van pijn en andere lichamelijke en niet-lichamelijke problemen. Persoonlijke aandacht, beschikbaarheid en betrokkenheid vinden patiënten cruciale aspecten van de huisartsenzorg in de palliatieve fase (Borgsteede, 2006). Onderzoek wijst uit dat patiënten in hun laatste levensjaar gemiddeld 27 keer contact hebben met hun huisarts (de Bakker, 2004), waarvan de meeste contacten plaats vinden in de laatste weken/week voor overlijden. De huisarts werkt daarbij vaak nauw samen met wijkverpleegkundigen en andere thuiszorgmedewerkers.  Ook als er nog geen intensieve zorg nodig is, kan een wijkverpleegkundige in overleg met de patiënt en de huisarts besluiten een aantal huisbezoeken af te leggen, waarbij zij zorgbehoeften in kaart brengt en ook informatie geeft over de zorgmogelijkheden. Daarnaast wordt thuiszorg vaak ingeschakeld voor verpleegtechnische handelingen of persoonlijke verzorging van de patiënt (Francke  en Lambrechts, 2011).  
 
Verder worden gespecialiseerde vrijwilligers (zie Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg) meer en meer ingezet om de patiënt extra aandacht te geven of om de mantelzorgers te ontlasten, bijvoorbeeld bij het waken.