Start
mei 2011
De entree op de arbeidsmarkt: de loopbanen van huisartsen vanuit longitudinaal perspectief
In de capaciteitsramingen voor huisartsen en andere artsenberoepen die het Capaciteitsorgaan en het NIVEL uitvoeren, wordt het ‘loopbaangedrag’ met behulp van een aantal parameters gemodelleerd. In eerdere verdiepingsstudies van het NIVEL naar uitstroom en het ‘stopgedrag’ van huisartsen is nagegaan welke trends er waar te nemen zijn wanneer onderscheid wordt gemaakt tussen leeftijdsgroepen, geslacht, werkzame positie en perioden. Hiertoe zijn cross-sectionele analyses verricht die een uitgebreid inzicht geven op groeps- cq. aggregaat-niveau. Om de gehele loopbaandynamiek van individuele huisartsen door de tijd heen in kaart te brengen, dus vanaf arbeidsmarktintrede tot aan uittrede, zijn longitudinale paneldata benodigd. De huisartsenregistratie die het NIVEL sinds 1975 voert biedt deze data. Dit projectvoorstel is gericht op het analyseren van deze data.
 Hoe kan de instroom, doorstroom en uitstroom van huisartsen gedurende hun loopbaan gemeten worden met de gegevens die sinds 1975 beschikbaar zijn in de panelregistratie van het NIVEL?
 Gegeven deze indicatoren, welke modellen kunnen worden toegepast om deze arbeidsmarkttransities (of: loopbaan events) systematisch te analyseren?
 Wat zijn de uitkomsten van de longitudinale loopbaananalyses op de NIVEL paneldata, voor de huisartsenpopulatie als geheel, naar geslacht, leeftijd, periode, cohort en werkzame positie?
 In hoeverre verschillen de uitkomsten van de longitudinale loopbaananalyses met de cijfers en trends die tot nu toe uit cross-sectionele analyses van gegevens over huisartsen zijn gehanteerd? En hoe kunnen deze eventuele verschillen worden verklaard?
 Wat betekenen deze uitkomsten voor de parameters en de waarden die gehanteerd worden in het capaciteitsramingsmodel voor de huisartsen?
Voor de eerste vraag zullen de databases van de NIVEL-huisartsregistratie verkend en geprepareerd worden.
De tweede en derde vraag betreft welke vormen van survival- en event history-analyse het beste toegepast kunnen worden, gegeven de beschikbare paneldata en variabelen. Het doel is om modellen te definiëren die aan de ene kant informatief en overzichtelijk zijn, en aan de andere kant methodisch/statistisch betrouwbaar en realiseerbaar. Zowel de survival- en event history-analyses dienen in ieder geval de onafhankelijke schatting van leeftijd-, periode en cohorteffecten op de loopbaanontwikkeling van huisartsen mogelijk te maken, iets wat tot op heden nog niet is gedaan.
Met de beantwoording van vraag vier en vijf tenslotte, wordt beleidsmatig gereflecteerd op de uitkomsten van het onderzoek. Een belangrijke vraag is hoe persoonskenmerken (zoals geslacht, opleidingsplaats) zich verhouden tot contextkenmerken (periode/cohort-gerelateerde gebeurtenissen zoals verandering van het curriculum, arbeidsmarktomstandigheden voor in- en uittrede) voor wat betreft de loopbaanontwikkeling van huisartsen. Zo kan worden nagegaan wat de effecten zijn geweest van bepaalde macro- of beleidsevents, zoals de stelselherziening, veranderende beleidsregels, financieringsregels, pakketmaatregelen.
Dit project levert een rapport en artikelen op die het inzicht vergroot in de loopbaandynamiek van huisartsen in Nederland, door middel van longitudinale analyse van de NIVEL paneldata. Deze inzichten dienen ter verdere verdieping van de parameters die in het capaciteitsramingsmodel worden gehanteerd betreffende de instroom, doorstroom en uitstroom van de beroepsgroep in de komende jaren.
Dit project wordt gesubsidieerd door
Capaciteitsorgaan
Contactpersonen (2) :
R.S. (Ronald) Batenburg
Programmaleider en bijzonder hoogleraar Arbeid en Organisatievraagstukken in de Gezondheidszorg (Radboud Universiteit)