SAVE: Triggerlijst GGZ

Voor iedere trigger zijn een aantal specifieke in- en exclusie criteria die ondersteunen in de keuze of in een dossier iets wel/niet getriggerd moet worden. Om dossieronderzoek uit te kunnen voeren, dienen verpleegkundigen in twee dagdelen getraind te worden door een ervaren trainer. Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen.
 

  1. Blijvende of tijdelijke fysieke schade opgelopen door de cliënt tijdens indexopname.
  2. Schade opgelopen door de cliënt als gevolg van agressie en/ of ander grensoverschrijdend gedrag van én naar zichzelf, medepatiënten, personeel, anderen of materieel.
  3. Toepassing dwangmiddelen of dwangmaatregelen tijdens indexopname.
  4. Verkeerd voorschrijven of toedienen van medicatie door een medewerker.
  5. Verkeerd gebruik van medicatie door de cliënt
  6. Onbedoelde reactie op een geneesmiddel
  7. Aanvankelijk niet geconstateerde somatische aandoening of onverwachte verergering van klachten als gevolg van een reeds bekende somatische aandoening tijdens de indexopname.
  8. Complicaties zenuwstelsel en (andere) fysieke complicaties.
  9. Complicaties in de zorgverlener-patiëntrelatie.
  10. Aanvankelijk onvoorziene en ongeplande overplaatsing binnen de instelling naar een afdeling of ruimte met intensievere zorg of controle.
  11. Aanvankelijk onvoorziene en ongeplande overplaatsing naar een algemeen ziekenhuis of andere instelling in de GGZ/VZ na onverwachte verslechtering van de cliënt.
  12. Niet passend verlof of ontslag
  13. Suïcide of suïcidepoging tijdens indexopname of binnen 3 maanden na ontslag.
  14. (Onverwacht) overlijden
  15. Iedere uiting van ontevredenheid over de zorg, al dan niet uitmondend in een juridische claim of klachtprocedure, hetzij overwogen, hetzij feitelijk.
  16. Alle andere ongewenste uitkomsten die hierboven niet worden genoemd.