Batenburg, R., Wiegers, T., Ruizendaal, W., Verheij, R., Bakker, D. de
De NIVEL Zorgmonitor Krimpgebieden: resultaten van een quick scan en conceptueel monitorontwerp. Eindrapport.
Utrecht; NIVEL, 2015. 40 p.
In dit rapport wordt het ontwerp van de Zorgmonitor Krimpgebieden beschreven die het NIVEL in opdracht van het Ministerie van VWS verder zal ontwikkelen om de ontwikkelingen in de geschatte zorgvraag en het zorgaanbod in de krimp- en anticipeergebieden in Nederland in kaart te brengen. De monitor maakt onderscheid tussen twee gebruiksperspectieven, (1) een ‘nationaal’ perspectief gericht op monitoring van de verschillen tussen de krimp- en antipeergebieden en de rest van Nederland, en (2) een ‘regionaal’ perspectief gericht op benchmarking van specifieke krimp- of anticipeergemeenten of regio’s. Voor beide perspectieven wordt gebruik gemaakt van verschillende duurzame databronnen die door het NIVEL zelf worden beheerd en vooral betrekking hebben op het zorggebruik, de zorgvraag en het zorgaanbod in de eerste lijn in Nederland.

In dit rapport zijn naast het conceptueel monitorontwerp de resultaten gepresenteerd van een quick scan, een ‘nul-meting’ van de monitor vanuit nationaal perspectief. Daaruit blijkt ten eerste dat het feitelijk huisartsenzorggebruik per inwoner niet systematisch verschilt tussen de tussen de krimp- en anticipeergebieden en de rest van Nederland. Die conclusie geldt ook voor het feitelijk gebruik per inwoner van een aantal tweedelijns voorzieningen. Als we de methode van de Vraag Aanbod Analyse Monitor (VAAM) toepassen, dan zien we dat de geschatte zorgvraag per inwoner in de krimp- en anticipeergebieden wél systematisch verschilt met de rest van Nederland. De VAAM-methode schat de regionale zorgvraag in op basis van de regionale bevolkingssamenstelling, ook als landelijke gegevens over het feitelijk zorggebruik in die regio’s niet volledig dekkend zijn. De VAAM-schattingen geven aan dat de zorgvraag in krimp- en anticipeergebieden systematisch hoger is voor een groot aantal eerstelijns voorzieningen. Niet alleen het geschatte huisartsbezoek en het huisartsbezoek voor chronische ziekten ligt hoger, ook de schattingen van het paramedische en farmaceutische zorggebruik, het vóórkomen van chronische aandoeningen, het mondzorg-gebruik en kunstgebit-bezit is hoger. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of deze resultaten vooral verklaard worden uit het feit dat de gezondheidsdeterminanten minder gunstig zijn in deze gebieden, of ook verband houden met de beschikbaarheid van eerstelijns zorgvoorzieningen of een ander (‘regionaal-specifiek’) zorggebruik. Eén ander resultaat van de quick scan is de VAAM-schatting dat het aantal consulten per (FTE) huisarts in de krimp- en anticipeergebieden systematisch hoger ligt dan in de rest van Nederland, maar de vraag/aanbod-verhoudingen voor de andere vormen van eerstelijns zorg zijn binnen deze pilot (nog) niet in kaart gebracht. Voor de uiteindelijke monitor is het streven de capaciteit en toegankelijkheid van de gehele eerste en tweede lijn in de krimp- en anticipeergebieden in kaart te brengen, voor zover de data en indicatoren daarvoor betrouwbaar en duurzaam genoeg zijn. Een laatste uitkomst van de quick scan is dat voor veel VAAM-schattingen Zeeuws Vlaanderen en Oost Drenthe als krimp- respectievelijk anticipeerregio het meest afwijken van de rest van Nederland. Ook dit verdient verdere verdieping en monitoring.

In dit rapport is ook geïllustreerd hoe de Zorgmonitor Krimpgebieden vanuit regionaal perspectief ingezet kan worden. Eén geanonimiseerde krimpgemeente is daartoe als voorbeeld genomen. De analyses laten zien hoe deze gemeente zich verhoudt tot andere krimp- en anticipeergemeenten die in hetzelfde of juist een andere regio liggen. Het voorbeeld laat zien hoe verschillende benchmark-mogelijkheden gemeenten een handvat kunnen geven om met vergelijkbare gemeenten te gaan praten over maatregelen die mogelijk ook voor hen zinvol zijn om aan de zorgvraag te kunnen voldoen.

De Zorgmonitor Krimpgebieden zal vanaf dit pilot-project verder worden ontwikkeld tot een web- applicatie onder het beheer van het NIVEL. Daartoe zal de monitor zoveel mogelijk afgestemd worden op andere monitors en databronnen, en de informatiebehoeften van verschillende nationale en regionale veldpartijen als de beoogde gebruikers.
ISBN 13:9789461223159