Veer, A. de, Voss, H., Fleuren, M., Francke, A.
Van implementeren naar borgen: leerpunten uit het ZonMw Verbeterprogramma Palliatieve Zorg.
Utrecht; Nivel, 2018. 36 p.
In 2011 is in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het landelijke ZonMw Verbeterprogramma Palliatieve Zorg van start gegaan om de kwaliteit van de palliatieve zorg te verbeteren. In de loop van de volgende vier jaren werden, verspreid over het hele land, 76 verbeterprojecten uitgevoerd. Tijdens een verbeterproject, dat een formele looptijd had van één jaar, gingen zorgverleners aan de slag met een ‘Goed Voorbeeld’, dat wil zeggen een werkwijze, instrument of methode die eerder al van waarde was gebleken in de praktijk. Het Nivel onderzocht medio 2018 in hoeverre de Goede Voorbeelden geborgd waren, ruim één tot 5,5 jaar na afsluiting van de door ZonMw gesubsidieerde verbeterprojecten. We ondervroegen daarvoor projectleiders of andere contactpersonen van de verbeterprojecten.

Goede Voorbeelden gebruikt, maar niet overal even goed geborgd

Vrijwel overal (95%) wordt het Goede Voorbeeld nog steeds op een of andere manier gebruikt. Bij ruim een kwart van de projecten is dit anders dan oorspronkelijk bedoeld: daar is de invoering van het Goede Voorbeeld niet op alle voorgenomen locaties of door alle beoogde zorgverleners gerealiseerd, wordt het Goede Voorbeeld niet meer overal gebruikt en/of wordt het anders toegepast dan oorspronkelijk beoogd. Bij zeven op de tien projecten zal dit gebruik ook onder tijdsdruk naar verwachting doorgaan. Bij zes op de tien (61%) projecten vinden de contactpersonen dat het gebruik van het Goede Voorbeeld (waarschijnlijk) goed geborgd in de organisatie.

Organisaties hebben invloed op borging

Volgens de contactpersonen hebben de betrokken organisaties veel invloed op de mate waarin het Goede Voorbeeld is geborgd, bijvoorbeeld ondersteuning van het management, het personeelsverloop, de beschikbare financiële middelen, beschikbare tijd voor gebruik van het Goede Voorbeeld, de aanwezigheid van een coördinator of andere kartrekker en de opname van het Goede Voorbeeld in het scholingsaanbod.

Ook andere factoren hangen samen met borging

De zorgverleners spelen eveneens een rol bij de borging, aldus de ondervraagde contactpersonen. Het gaat dan vooral om de ervaren meerwaarde, enthousiasme en de onderlinge steun bij gebruik van het Goede Voorbeeld. Het Goede Voorbeeld zélf speelt ook een rol; borging is makkelijker als het Goede Voorbeeld past in de bestaande werkwijzen en (elektronische) patiëntendossiers. Ten slotte beïnvloedt de bredere omgeving de borging, bijvoorbeeld of het Goede Voorbeeld wordt ondersteund door huisartsenkringen of andere niet-direct betrokken organisaties.

Meerwaarde nog steeds ervaren

Ook nu nog, ruim een jaar tot 5,5 jaar na de formele afronding van hun verbeterproject, ervaren contactpersonen nog meerwaarde van het Goede Voorbeeld. Zij noemen dat patiënten en naasten door gebruik van het Goede Voorbeeld zorg krijgen die beter afgestemd is op hun wensen en behoeften. Ook noemen zij dat er meer afstemming en samenwerking is tussen disciplines en dat de (fysieke, psychische, sociale en spirituele) domeinen van palliatieve zorg nu meer aan bod komen. Ook wordt er volgens contactpersonen meer gecommuniceerd met patiënten en naasten, en de zorg zou proactiever en (vroeg)tijdiger ingezet worden. Daarnaast noemen zij dat door het verbeterproject zorgverleners deskundiger zijn geworden en zich meer bewust zijn van de palliatieve fase en palliatieve zorg.

Randvoorwaarden die bijdragen aan borging

Contactpersonen vinden – binnen de door ZonMw vooraf verplicht gestelde randvoorwaarden - samenwerking met een Netwerk Palliatieve Zorg, een implementatieplan en een beschrijving van het doel van het verbeterproject, de meest belangrijke randvoorwaarden voor implementatie en borging van het Goede Voorbeeld.
ISBN 13:9789461225191