Publicatie

Publication date

Children and asthma medication: when is that inhaler just a breath away? = Kinderen en astmamedicatie: wie heeft de langste adem?

Zuidgeest, M.G.P. Children and asthma medication: when is that inhaler just a breath away? = Kinderen en astmamedicatie: wie heeft de langste adem? Utrecht: Universiteit Utrecht, 2008.
Ruim een op de drie kinderen krijgt voor het achtste jaar minstens één keer astmamedicijnen, maar zij hebben lang niet allemaal astma. Kinderen die op hun achtste jaar werkelijk astma hebben, blijken in de voorgaande jaren wel langer en intensiever behandeld te zijn.
Astma is bij jonge kinderen heel moeilijk vast te stellen doordat daarvoor nog steeds geen goede diagnostische test bestaat. Voor huisartsen is hierdoor moeilijk te bepalen welke kinderen astmamedicijnen nodig hebben en welke niet, terwijl ze erg veel kinderen met een piepende ademhaling op het spreekuur krijgen. Ruim een derde (36%) van de kinderen krijgt voor hun achtste jaar astmamedicijnen. Uit een ander onderzoek blijkt dat nog niet de helft (49%) van de kinderen die astmamedicijnen krijgen de diagnose astma heeft. Dit wijst op ‘overgebruik.
Toch is het gebruik van astmamedicijnen niet zo willekeurig als het lijkt. Vaak kijken artsen hoe kinderen reageren op de medicijnen om de diagnose zekerder te stellen. Als het kind er goed op reageert, is de kans op astma groter. Veel van deze kinderen krijgen de middelen dan ook maar eenmalig voorgeschreven en meestal gaat het dan alleen om een ‘luchtwegverwijder’. Zo’n proefbehandeling is conform de richtlijnen voor ‘astma bij kinderen’, maar dit wordt alleen bij jonge kinderen gedaan, bij gebrek aan diagnostische alternatieven.
Opmerkelijk is dat huisartsen onderling sterk verschillen in de mate waarin ze deze geneesmiddelen voorschrijven bij jonge kinderen. Voor kinderen onder de zes jaar loopt dit uiteen van 4 tot 25%. Dat betekent dat als je met je kind naar de huisarts gaat, je bij de ene medicijnen krijgt en bij de ander niet. Dat verschil is waarschijnlijk zo groot door de onzekerheid in de diagnose. De ene arts gaat hierdoor meer voorschrijven, de ander juist minder. Zolang een goede diagnostiek nog toekomstmuziek is, blijft het toch voor een deel trial and error. Artsen en apothekers moeten de effecten van astmamedicatie bij jonge patiënten in ieder geval continu blijven evalueren om ‘overgebruik’ van deze middelen te voorkomen.