Publicatie

Publication date

Evaluatie 5 jaar tuchtrecht in de jeugdzorg

Schackmann, L., Sankatsing, V.D.V., Boer, R. de, Bruning, M., Friele, R.D. Evaluatie 5 jaar tuchtrecht in de jeugdzorg Utrecht: Nivel, 2020.
Download the PDF
De Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) voert sinds november 2014 het tuchtrecht in de jeugdzorg1 uit op basis van wet- en regelgeving en hun eigen statuten, middels onafhankelijke rechtspraak door de Colleges van Toezicht en Colleges van Beroep (CvT en CvB). De bepalingen over het tuchtrecht in de Jeugdwet (en het Besluit Jeugdwet) vormen het kader van het tuchtrecht. Nu het tuchtrecht in de jeugdzorg vijf jaar bestaat, is het tijd om het tuchtrecht te evalueren, om te onderzoeken of de gestelde doelstellingen worden behaald, maar vooral ook om te zien of er verbeteringen nodig en mogelijk zijn.
In hoofdstuk 1 geven we inzicht in de uitgangssituatie van het tuchtrecht in de jeugdzorg. Dit omvat het ontstaan van het tuchtrecht in de jeugdzorg, welke professionals geregistreerd zijn bij SKJ, het proces van de tuchtrechtprocedure en vervolgens de beoogde doelen/ functies en niet- beoogde effecten van het tuchtrecht.
In hoofdstuk 2 wordt, door middel van een analyse van de cijfers uit de jaarverslagen en een analyse van een aantal beslissingen van het tuchtcollege, gekeken hoe het tuchtrecht van SKJ de afgelopen jaren heeft gefunctioneerd, in het licht van de vraag of met de huidige tuchtprocedure de door de wetgever (en de sector) beoogde doelstellingen worden behaald.
In hoofdstuk 3 presenteren we de bevindingen vanuit de praktijk. Deze bevindingen zijn geformuleerd op basis van het raamwerk van hoofdstuk 1 en betreffen ervaringen en visies vanuit de praktijk, met name over de vormgeving van het tuchtrecht en de doorwerking naar kwaliteit. Deze ervaringen en visies zijn verzameld onder professionals, cliënten en experts uit het veld. Deze input geeft inzicht in het onderscheid tussen de vraag ‘doen we het goed?’ die gaat over het proces van de tuchtrechtprocedure, en de vraag ‘doen we het goede?’ die betrekking heeft op de betekenis van het tuchtrecht voor de jeugdzorg, de professionals, de cliënten, etc.
In hoofdstuk 4 geven we ten slotte een beschouwing op de bevindingen van stap 1 tot en met 4, en vergelijken we de bevindingen met de beoogde en niet-beoogde effecten van het tuchtrecht (hoofdstuk 1). Dit geldt zowel voor het beoogde bereik, als voor de beoogde impact. In dit stuk geven we ook de verschillen en overeenkomsten met het tuchtrecht in andere sectoren weer, door middel van een vergelijking van de resultaten van dit onderzoek met de bestaande literatuur. Ook geven we aanbevelingen voor zowel de uitvoerder van het tuchtrecht als de praktijk, die bij kunnen dragen aan het (nog beter) realiseren van de maatschappelijke doelen van het tuchtrecht. (aut.ref)