Nivel-gevangene-arresteren
Nieuws
20-07-2021

Slechte lichamelijke en psychische gezondheid bij gedetineerden zowel voor als na detentie

Veel gedetineerden ervaren complexe gezondheidsproblemen; gemiddeld ligt hun mentale en fysieke welzijn beduidend lager dan dat van niet-gedetineerden. Uit onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in samenwerking met het Nivel en Universiteit Leiden blijkt dat deze gezondheidsverschillen al voorafgaand aan de detentieperiode aanwezig waren en – tot op zekere hoogte – gerelateerd zijn aan sociaaleconomische verschillen en niet zozeer aan de detentieperiode. Verder blijkt dat aanwezige gezondheidsproblemen niet veranderen in de periode dat mensen gevangen zitten.

Dit onderzoek is uniek omdat de samenwerking tussen de drie partijen het mogelijk maakte om gegevens uit verschillende databases te verbinden, waardoor voor het eerst kon worden onderzocht in hoeverre de gezondheid van gedetineerden voorafgaand aan de detentie verschilt van die van niet-gedetineerden, en in welke mate de gezondheidsproblemen voor en na detentie van elkaar verschillen. Het onderzoek wordt vandaag gepubliceerd in The Lancet Regional Health - Europe.

Oververtegenwoordiging van mensen met slechte gezondheid in penitentiaire inrichtingen

In vergelijking met de algemene bevolking ervaren gedetineerden meer lichamelijke problemen - zoals infectieziekten en chronische aandoeningen - en meer psychische problemen - zoals depressie, verslavingsproblematiek en persoonlijkheidsstoornissen. Tot nu toe is het onduidelijk geweest in hoeverre gedetineerden al voorafgaand aan hun detentieperiode in een slechte gezondheid verkeerden, en dus in hoeverre hun slechte gezondheid een effect kan zijn van de detentie. Om dit goed te onderzoeken moet (1) een groep gedetineerden namelijk over een langere tijd worden gevolgd, (2) moet de gezondheid van deze gedetineerden voor en na de detentieperiode worden onderzocht én (3) moet de gezondheid van een vergelijkbare groep niet-gedetineerden worden onderzocht.

Voorafgaand aan detentie al veel lichamelijke en psychische problemen

Het onderzoek wijst uit dat de gezondheidsverschillen vóór detentie tot op zekere hoogte gerelateerd zijn aan sociaaleconomische verschillen tussen gedetineerden en niet-gedetineerden. Vergeleken met niet-gedetineerden rapporteerden mannelijke gedetineerden in het jaar voor hun detentieperiode vaker sociale problemen, neurologische problemen, spijsverteringsproblemen, problemen gerelateerd aan het genitale systeem en niet-gespecificeerde gezondheidsproblemen. Ter illustratie: 43,7% van de gedetineerden meldde zich met psychische problemen bij hun arts in het jaar voorafgaand aan de detentie, tegenover 17,6% van de niet-gedetineerden.

Geen veranderingen tijdens detentie

In de studie werden geen veranderingen gevonden in gezondheidsproblemen over de tijd, van vóór naar ná de detentieperiode; niet voor de gedetineerden en niet voor de controlegroep met niet-gedetineerden.

Detentieperiode biedt unieke kans om gezondheidsproblemen aan te pakken

Veel personen die een periode in detentie zitten, hebben ervoor én erna veel en complexe gezondheidsproblemen. Hun gezondheid is dan ook een aandachtspunt voor zorgverleners, zowel degenen die binnen de gevangenismuren werken als zij die erbuiten werken. In het onderzoek werd geen negatief gezondheidseffect van de detentieperiode zelf gevonden, maar ook geen positief effect. Het goede nieuws is dus dat de gezondheid niet verder verslechtert in detentie; het slechte nieuws is dat de gezondheid ook niet beter wordt. Een voorzichtige conclusie kan zijn dat de periode van detentie een mogelijkheid biedt om de aanzienlijke gezondheidsproblemen van een groep kwetsbare mensen te verbeteren.

Over het onderzoek

Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van drie gegevensbronnen: gegevens over detentieperiodes zijn gekoppeld aan achtergrondgegevens en aan gegevens over gezondheidsproblemen waarvoor mensen naar de huisarts gingen. Binnen de streng beveiligde omgeving van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werden geanonimiseerde gegevens van 952 gedetineerden die in 2014 of 2015 vastzaten, vergeleken met die van een controlegroep van 4.760 niet-gedetineerden.

Meer weten?

Het onderzoek maakt deel uit van het NSCR-onderzoeksprogramma naar criminaliteit en rechtshandhaving en het Nivel-onderzoeksprogramma Zorgdata en het Lerend Zorgsysteem. Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met dr. Anja Dirkzwager, werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving: ADirkzwager@nscr.nl, nscr@nscr.nl, +31(0)6 2161 8344. Contactpersoon bij het Nivel is prof. dr. Robert Verheij: r.verheij@nivel.nl.