Programmaleider Rampen en Milieudreigingen; bijzonder hoogleraar 'Crises, veiligheid en gezondheid', Rijksuniversiteit Groningen
Publicatie
De gemeentelijke zorgplicht in de nafase van lokale (mini)- crises: aandachtspunten uit recente casuïstiek.
Een gebeurtenis is vaak niet voorbij als hulpdiensten de locatie verlaten of de crisisorganisatie is afgeschaald. Na de acute fase worden de gevolgen en de omvang van de schade (vaak) pas echt zichtbaar. In deze zogenoemde ‘nafase’ hebben gemeenten een zorgplicht richting hun inwoners. Het doel van dit inventariserend onderzoek is om aan de hand van praktijkcasussen inzichtelijk te maken wat de nafase van een (mini-)crisis vraagt van gemeenten en hoe zij invulling hebben gegeven aan de zorgplicht richting hun inwoners in deze nafase. Inzicht in wat er allemaal op gemeenten afkomt in de nafase draagt bij aan kennisontwikkeling op dit thema. In totaal zijn tien casussen bestudeerd. De dataverzameling heeft plaatsgevonden via een literatuur- en documentstudie en via interviews met functionarissen die betrokken zijn geweest bij de geselecteerde casuïstiek.
Er kan geconcludeerd worden dat veel op gemeenten afkomt in de nafase van een impactvolle gebeurtenis. In de nafase verrichten gemeenten allerlei inspanningen om invulling te geven aan de zorgplicht richting hun inwoners. Voor gemeenten begint het werk (voornamelijk) tijdens de overdracht van de gebeurtenis van de acute fase naar de nafase. Dit onderzoek laat zien dat die ‘warme’ overdracht vaak maar matig uit de verf komt. Het was voor functionarissen zoeken wat er voor de overdracht gedaan moest worden en op welk moment, op welke wijze en aan wie er overgedragen moest worden. Besluitvorming over de invulling van de nafase vond ook niet altijd plaats. Daarnaast werden beperkt (vooraf) uitgangspunten geformuleerd, niet over het ‘wat’, maar ook niet over het ‘hoe’. De organisatie van de nafase werd vooral pragmatisch vormgegeven. Slechts een enkele keer werd een meer gestructureerde aanpak gehanteerd. Afhankelijk van de thema’s die er speelden, werden gemeenteambtenaren gevraagd een bijdrage te leveren aan de nafase – zonder dat ze beschikten over specifieke kennis of ervaring met de nafase, al waren er wel vaak raakvlakken met het reguliere werk.
Verschillende thema’s speelden een belangrijke rol in de nafase. Zo is een zorgvuldige communicatie belangrijk voor een goede relatie met getroffenen. Allerlei communicatiemiddelen werden ingezet, maar soms was de communicatie toch niet toereikend. Een aantal keren opende de gemeente een centraal punt waar inwoners naar toe konden met hun vragen en waar ze ondersteuning konden krijgen op diverse vlakken (eenloketfunctie). Psychosociale zorg en ondersteuning werden vooral direct ingezet bij gebeurtenissen met doden en/of gewonden. Bij gebeurtenissen waar met name de leefomgeving werd aangetast, duurde het langer voordat die ondersteuning werd ingezet.
Hoewel het herstellen van woningen, vervangende woonruimte organiseren en de afwikkelen van schade geen directe verantwoordelijkheid van gemeenten zijn, wil dat niet zeggen dat gemeenten geen inspanningsplicht hebben op die gebieden. Ten slotte is opvallend dat van vrijwel iedere gebeurtenis de acute fase werd geëvalueerd, maar dat het evalueren van de nafase niet vanzelfsprekend is. Ook werd de geboden zorg aan getroffenen vrijwel niet (tussentijds) gemonitord of geëvalueerd. De organisatie van de nafase vraagt aldus om meer bewustzijn van de taak, om een verantwoordelijkheid die meer vraagt dan een pragmatische aanpak, en om duidelijker sturing en coördinatie, inclusief de voorbereiding daarop.