Publicatie

Datum
12-05-2026

De kwaliteit van de huisartsopleiding in 2025: een onderzoek onder huisartsen in opleiding, huisartsen die tot 5 jaar geleden zijn afgestudeerd en huisartsopleiders in Nederland.

Baudoin, S., Aapkes, S., Batenburg, R., Flinterman, L. De kwaliteit van de huisartsopleiding in 2025: een onderzoek onder huisartsen in opleiding, huisartsen die tot 5 jaar geleden zijn afgestudeerd en huisartsopleiders in Nederland. Utrecht: Nivel, 2026. 125 p.
Download de PDF
Dit rapport beschrijft het onderzoek dat in 2025 is uitgevoerd naar de kwaliteit van de huisartsopleiding. De kwaliteit van de huisartsenopleiding wordt om de drie à vier jaar door het Nivel landelijk onderzocht in opdracht van de SBOH, de werkgevers van alle huisartsen in opleiding. Het eerste onderzoek werd in 2005 uitgevoerd onder de aios die toen de opleiding volgden, in latere onderzoeken werd ook onder alumni en huisartsopleiders geënquêteerd. In dit onderzoek zijn alle drie groepen tegelijkertijd onderzocht, (1) de huidige groep artsen in opleiding tot huisarts (verder: aios), (2) huisartsen die maximaal vijf jaar geleden zijn afgestudeerd aan alle opleidingslocaties in Nederland (verder: alumni), en (3) de huidige huisartsopleiders. Het is de eerste keer dat de opleiding vanuit het perspectief van deze drie groepen gelijktijdig wordt geëvalueerd.

Aandachtspunten
Naast de positieve oordelen en verbeteringen ten opzichte van de vorige onderzoeken, komt uit de enquêtes ook een aantal aandachtspunten naar voren. Ten aanzien van het onderwijs zijn dat de volgende drie:
- Medisch inhoudelijke verdieping van het onderwijs: vergeleken met het onderzoek vier jaar geleden beoordelen aios dit onderdeel in 2025 minder goed, voornamelijk in het eerste jaar. Aios geven aan meer behoefte te hebben aan verdieping tijdens het medisch inhoudelijke onderwijs. Ook de verhouding tussen reflectie en het medisch inhoudelijk onderwijs kan volgens hen verbeterd worden.
- Volgorde en aansluiting van het instituutsonderwijs: dit onderdeel is ten opzichte van vorig onderzoek ook minder goed beoordeeld door de aios. Het instituutsonderwijs kan volgens hen beter aansluiten op het onderwijs in de praktijk, op de huisartsenpost en de leerdoelen van de aios.
- Praktijkmanagement: omdat praktijkmanagement in de vorige onderzoeken als aandachtspunt naar voren kwam, is dit onderwerp in 2025 meer in meer detail uitgevraagd. Zoals hiervoor aangegeven, zou ook in de huidige opleiding aan praktijkmanagement volgens aios en alumni meer aandacht worden besteed.

Ten aanzien van de inrichting en systeem van de huisartsopleiding komen ook drie onderwerpen naar voren die ook in de vorige onderzoeken aandachtspunten waren:
- E-portfolio: zowel een deel van de aios als huisartsopleiders geven aan dat het niet duidelijk is wat er wel en niet in het e-portfolio hoort, er niet goed mee overweg kunnen, en dat de samenhang tussen de verschillende systemen onduidelijk is.
- Toegankelijkheid differentiatiemogelijkheden: aios hebben vooral behoefte aan betere toegankelijkheid van de verschillende differentiatiemogelijkheden en meer ondersteuning bij het maken van de keuzes voor de differentiatie.
- Informatie en procedure bij (ont)koppelingen: zowel aios als huisartsopleiders hebben behoefte aan meer transparantie in hoe de koppeling tot stand komt. Rondom ontkoppelingen (voor, tijdens en na) geven aios en huisartsopleiders ook aan betere communicatie en begeleiding nodig te hebben.

Deze aandachtspunten dienen in verhouding te worden gezien van het veel groter aantal onderdelen van de opleiding dat als goed en positief is beoordeeld door de aios, alumni en opleiders die deelnamen aan dit onderzoek. En ook geldt dat veel veranderingen door Huisartsopleiding Nederland zijn doorgevoerd om onderdelen te verbeteren in onder andere het nieuwe Landelijk Opleidingsplan (LOP). Dat neemt niet weg dat een aantal punten, die terugkerend zijn en bij meerdere groepen naar voren kwamen, extra aandacht zouden kunnen krijgen in de voortdurende verbetercyclus van de opleiding huisartsgeneeskunde.