Publicatie

Publicatie datum
FZO-onderzoek 2016: ramingsrapport.
Velden, L. van der, Batenburg, R. FZO-onderzoek 2016: ramingsrapport. www.nivel.nl: NIVEL, 2016.
Download de PDF
Inleiding
Dit is een achtergrondstudie voor het Capaciteitsorgaan. Gekeken is wat de benodigde opleidingscapaci-teit is voor een vijftiental medisch ondersteunende en gespecialiseerd verpleegkundige beroepen in de komende 3 á 4 jaar. De opleidingen voor deze beroepen worden gefinancierd door het Fonds Ziekenhuis-opleidingen (FZO). Naast een landelijke raming, zijn ook regionale ramingen uitgevoerd voor de twaalf samenwerkingsverbanden (“FZO-regio’s”) waarin instellingen participeren die belang hebben bij de oplei-dingen voor deze beroepen. Een belangrijk onderdeel van de achtergrondstudie was het ondersteunen van de dataverzameling van een zestal gegevens bij 97 instellingen waar deze beroepen uitgeoefend worden.

Het gaat om alle zieken-huizen in Nederland en tevens om een aantal gespecialiseerde instellingen zoals dialysecentra en radio-therapeutische instellingen. In elke instelling is nagegaan welk beroep daar uitgeoefend wordt, wat in totaal 945 combinaties van beroepen en instellingen oplevert. Voor 97% van deze combinaties zijn gege-vens verkregen waarmee de actuele situatie van het beroep in de instelling kan worden vastgelegd, in termen van huidige capaciteit, in- uit- en doorstroom, en de verwachtte vraag naar dat beroep. Voor de ontbrekende 27 kon voor deze raming gebruik worden gemaakt van gegevens die eerder zijn verzameld. Dat geldt ook voor 71 combinaties waarvoor niet alle gegevens zijn aangeleverd.

Uitkomsten
De belangrijkste conclusies voor de raming zijn:
• Er lijkt op dit moment geen groot tekort te zijn aan voldoende opgeleide beroepsbeoefenaren: de gemiddelde vacaturegraad (dat wil zeggen het aantal FTE vacatures ten opzichte van de totale zorg-vraag in FTE) is 2,7%. Dat geldt voor vrijwel alle beroepen en alle regio’s. Dat neemt niet weg dat er voor een aantal beroepsgroepen en in één regio’s relatief veel vacatures zijn, namelijk voor klinisch perfusionisten (9,6%), deskundigen infectiepreventie (6,2%), SEH-verpleegkundigen (4,5%), Oncolo-gieverpleegkundigen (4,3%), IC-neonatologieverpleegkundigen (4,1%) en IC-verpleegkundigen (4,0%) en in SR(ijnmond)Z (4,3%).
• De huidige opleidingsinspanning is voor de meeste beroepen waarschijnlijk maar net genoeg om in de nabije toekomst (de komende 6 jaar) aan de vervangingsvraag tegemoet te komen, maar zeker niet genoeg om aan de uitbreidingsvraag tegemoet te komen.
• Voor de meeste beroepen is vaak een verdubbeling van de instroom nodig om te voorkomen dat er in 2022 tekorten van rond de 10% aan beroepsbeoefenaren.
• Alleen voor de Deskundigen Infectiepreventie en de Oncologieverpleegkundigen is het omgekeerde het geval en is de huidige instroom eerder te hoog dan te laag.
• Onzekerheden bestaan vooral op het punt van de te verwachten uitstroom en de doorstroom van beroepsbeoefenaren tussen instellingen binnen elk van de regio's, en tussen de regio's.
• Specifiek voor de Radiodiagnostisch en Radiotherapeutisch laboranten is er onzekerheid over de instroom in de voltijd MBRT-opleidingen, die qua financiële kaders afwijken van de duale deeltijd op-leidingen en de in-service-opleidingen. (aut. ref.)
Vragen, bel of mail:
R.S. (Ronald) Batenburg
Programmaleider en bijzonder hoogleraar Arbeid en Organisatievraagstukken in de Gezondheidszorg (Radboud Universiteit)