Senior onderzoeker Rampen en Milieudreigingen
Publicatie
Het effect van de coronapandemie op de transitie naar werk en vervolgonderwijs: een analyse van uitkomsten onder schoolverlaters op de middellange termijn.
Over dit onderzoek
In dit rapport onderzoeken we in hoeverre de coronaperiode en schoolsluitingen samenhangen met de vervolgstappen van schoolverlaters uit het voortgezet onderwijs (VO) en het middelbaar beroepsonderwijs (MBO), op basis van complementaire databronnen: zelfgerapporteerde vragenlijstdata uit het Schoolverlatersonderzoek (SVO), landelijke registerdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en huisartsregistratiedata uit de Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. De centrale onderzoeksvraag luidt: In hoeverre hangen de coronaperiode en schoolsluitingen samen met de vervolgstappen van VO- en MBO-schoolverlaters? Het huidige onderzoek werd gefinancierd door ZonMw, en maakt deel uit van een breder onderzoek naar de gevolgen van de schoolsluitingen in Nederland op de middellange termijn, van effecten op verspreiding van het virus tot schoolresultaten en loopbaanuitkomsten. De resultaten van dit onderzoek sluiten direct aan bij de deelprojecten gericht op de gevolgen van de schoolsluitingen op eindexamenresultaten, en op de totale langere termijn economische uitkomsten (loopbaan- en salarisontwikkeling).
Belangrijkste bevindingen
De belangrijkste verschillen tussen studenten die voor de coronapandemie hun school verlieten en hun eerste jaren daarna gevolgd werden en de studenten die tijdens hun opleiding of vlak daarna de coronapandemie doormaakten, is dat de laatste groep meer werkt (naast hun studie). Daarnaast hebben schoolverlaters uit het MBO wat minder vaak een startkwalificatie, en stoppen schoolverlaters uit het VO vaker met hun vervolgopleiding dan voor de pandemie.
Tot slot komen de schoolverlaters uit de coronaperiode vaker bij de huisarts voor mentale klachten (en middelengebruik). Dit lijkt echter beperkte gevolgen te hebben op hun transities na schoolverlaten: deze klachten zijn gerelateerd aan iets minder werken en iets vaker een uitkering ontvangen, en onder VO-ers ook aan iets minder deelname aan studie in het tweede jaar na het verlaten van het VO.
Conclusie
Binnen de hierboven beschreven effecten lijken schoolsluitingen geen dominante rol te hebben gespeeld, al zijn een aantal uitkomsten specifiek voor de groep die schoolsluitingen meemaakte. Effecten die alleen voorkomen bij de groep die de schoolsluitingen meemaakte zijn beperkt tot wat minder startkwalificaties bij MBO-schoolverlaters (en VO-schoolverlaters), en meer huisartsbezoek voor mentale klachten en middelengebruik.
De resultaten laten zien dat de coronapandemie gepaard ging met verschuivingen in de manier waarop jongeren hun route na schoolverlaten vormgeven, maar niet met grootschalige verslechtering van transities na schoolverlaten. De bevindingen suggereren dat kernuitkomsten in het onderwijs, zoals diplomering en doorstroom, ondanks ingrijpende onderwijsverstoringen grotendeels zijn geborgd. Wel is er een (kleine) groep uit het VO en het MBO die extra aandacht verdient: er zijn immers wat meer MBO-ers die zonder startkwalificatie uitstromen, wat meer schoolverlaters uit het VO die zonder diploma hun vervolgopleiding stoppen en komen schoolverlaters vaker bij de huisarts voor mentale problemen of middelengebruik.