Senior onderzoeker Huisartsenzorg
Publicatie
Monitor signalering en begeleiding van alcoholgebruik in de huisartsenpraktijk.
Aanleiding
Driekwart van de Nederlanders van achttien jaar en ouder (76,2%) drinkt weleens alcohol. Ongeveer 5,5% van de Nederlanders boven de achttien gebruikt overmatig alcohol, dat wil zeggen meer dan veertien glazen (vrouwen) of eenentwintig glazen (mannen) per week. Het Samenwerkingsverband Vroegsignalering Alcoholproblematiek (SVA) staat voor een samenleving waarin risicovol alcoholgebruik zo veel mogelijk wordt voorkomen – en als er toch sprake van is, tijdig wordt (h)erkend en behandeld. Het Trimbos-instituut, Verslavingskunde Nederland (VKN) en Tranzo zijn de drie kernpartners die het SVA dragen.
De monitor
Zorgverleners in de huisartsenpraktijk kunnen een belangrijke rol spelen in het voorkomen en behandelen van risicovol alcoholgebruik. In opdracht van het SVA verzamelde Nivel gegevens over hoe zorgverleners in de huisartsenpraktijk alcoholgebruik signaleren, bespreken en begeleiden bij patiënten. De monitor bestond uit een korte online vragenlijst, een verdiepende focusgroep en aanvullende individuele interviews. De oproep werd verspreid onder 1) een aselecte steekproef van 1.000 huisartspraktijken verspreid over Nederland, uit de beroepenregistratie van het Nivel en 2) via onlinekanalen en nieuwsbrieven van relevante beroepsverenigingen.
De doelgroep van de monitor betrof de volgende zorgverleners uit de huisartsenpraktijk: huisartsen, POH-GGZ, POH-Somatiek, POH-ouderen, praktijkverpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en physician assistants.
Resultaten
De online vragenlijst werd ingevuld door 150 zorgverleners, 47 huisartsen, 41 POH’s-GGZ, 32 POH’s-Somatiek, vier POH’s-ouderen, 20 praktijkverpleegkundigen, 2 verpleegkundig specialisten en 4 physician assistants. Aan de multidisciplinaire focusgroep deden zeven zorgverleners mee, drie huisartsen, vier POH’s-Somatiek en één POH-GGZ. Eén huisarts en twee POH’s-GGZ zijn individueel geïnterviewd. Resultaten vanuit de vragenlijst worden aangeduid met een (V) en vanuit de focusgroep / aanvullende individuele interviews met een (F).
- Vragen naar alcoholgebruik: huisartsen gaven aan dat zij bij 18% van hun patiënten naar alcoholgebruik vragen. Bij de andere beroepsgroepen varieerde dit van 65-80% (V). Dit verschil is mogelijk te verklaren doordat huisartsen veel patiënten zien met klachten die volgens hen geen duidelijk verband houden met alcoholgebruik (F). Bij de andere beroepsgroepen is het gebruikelijker om naar alcoholgebruik te vragen, bijvoorbeeld als standaardonderdeel van leefstijlgesprekken (F).
- Registratie van alcoholgebruik: indien alcoholgebruik van patiënten werd besproken gaf 58% van de huisartsen aan het alcoholgebruik altijd te registreren. 42% deed dit alleen wanneer sprake was van risicovol alcoholgebruik. Van de praktijkondersteuners, verpleegkundigen en physician assistants antwoordde 79-100% dat zij alcoholgebruik altijd registeren (V). De zorgverleners die alcoholgebruik registeren gaven aan vooral het aantal eenheden dat de patiënt drinkt te noteren. Huisartsen registreren in het geval van risicovol alcoholgebruik ook de ICPC-code en POH’s-GGZ registreren ook welke redenen de patiënt heeft om te drinken (V).
- Signaleren en begeleiden van risicovol alcoholgebruik: in gevallen waar de zorgverleners risicovol alcoholgebruik signaleren, geven zij patiënten vooral informatie over de risico’s van alcoholgebruik en adviezen om te minderen of stoppen met drinken (V). Soms worden patiënten verwezen, bijvoorbeeld naar de verslavingszorg (V). De zorgverleners benadrukten dat zij hun aanpak aanpassen op basis van de motivatie die zij bij een patiënt ervaren om te minderen of te stoppen met drinken (F). Ook benoemden de zorgverleners dat er bij risicovol alcoholgebruik vaak onderliggende problematiek speelt, zoals eenzaamheid. In dergelijke gevallen zoeken zij naar passende begeleiding, onder meer in het sociaal domein (F).
- Gebruik van richtlijnen en instrumenten: de zorgverleners gaven aan weinig tot geen gebruik te maken van screeningsinstrumenten, ondersteunende documenten / handleidingen of websites. Driekwart van de huisartsen werkte wel met de NHG-Richtlijn ‘Problematisch alcoholgebruik’ (V).
- Ondersteuningsbehoeften: de zorgverleners gaven aan behoefte te hebben aan scholing, in de vorm van eLearnings en webinars (V). Zij zouden graag meer handvatten hebben om het gesprek aan te gaan met patiënten die hun alcoholgebruik ontkennen en waarvan de familie of naasten wel hun zorgen uiten (F).
Conclusie
De monitor is in deze vorm geschikt om herhaaldelijk af te nemen bij grote groepen zorgverleners in de huisartsenpraktijk en kan zo het SVA ondersteunen in haar beleid. Uit deze eerste meting blijkt dat zorgverleners in de huisartsenpraktijk in uiteenlopende mate vragen naar alcoholgebruik. Dit lijkt samen te hangen met verschillen in patiëntenpopulaties en met het feit of vragen naar alcoholgebruik al dan niet een standaardonderdeel is van de zorg die zij leveren. De meest genoemde begeleiding bij risicovol alcoholgebruik is het informeren van de patiënt over de risico’s van alcoholgebruik en het geven van adviezen om te minderen. De NHG-richtlijnen en thuisarts.nl worden veel gebruikt, maar verder maken de zorgverleners weinig gebruik van screenings-instrumenten, richtlijnen, handreikingen, hulpmiddelen en interventies. Het merendeel van de zorgverleners in de huisartsenpraktijk en vooral POH’s-Somatiek geven aan behoefte te hebben aan scholing in de vorm van eLearnings en webinars. Mogelijk kan het SVA hierin voorzien door deze producten te ontwikkelen en/of beter vindbaar te maken, eventueel in samenwerking met het NHG.