Publicatie

Datum
01-12-2025

Sport- en beweegdeelname van mensen met een motorische beperking.

Gómez Berns, A., Lindert, C., Water, L. van de, Terpstra, N. Sport- en beweegdeelname van mensen met een motorische beperking. Utrecht: Mulier Instituut, 2025. 62 p.
Download de PDF
In dit rapport wordt beschreven hoe mensen met een motorische beperking deelnemen aan sport- en beweegactiviteiten (sportieve activiteiten). Dit is gevraagd aan mensen met een lichte, matige en ernstige motorische beperking die lid zijn van het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (NPCG) van het Nivel. Dit panel is representatief voor de populatie in Nederland.
De resultaten bieden inzicht in de toegankelijkheid van de sport voor mensen met een motorische beperking. En welke stappen het ministerie van VWS en hun partners nog kunnen nemen om sporten voor mensen met een motorische handicap vanzelfsprekend te maken.

Conclusies:
Deelname aan sportieve activiteiten
- Bijna twee op de drie mensen met een motorische beperking (62%) uit het NPCG beoefenen wekelijks sportieve activiteiten.
- Ze boefenenen vooral individuele sportieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, fitnessen en zwemmen.
- Meestal willen ze niks veranderen aan hun deelname aan sportieve activiteiten (76%).
- Mensen met een lichte motorische beperking wandelen en fietsen bijna twee keer zo vaak als mensen met een matige of ernstige motorische beperking. Deze laatste groep ervaart hier mogelijk vaker belemmeringen bij.

Meest beoefende sportactiviteit: fitness en conditietraining
- Fitness/conditietraining is de meest beoefende sportactiviteit (28%). Zwemmen staat op de tweede plek (7%).
- Mensen met een motorische beperking doen fitness/conditietraining vaak in therapeutisch verband (bijv. onder begeleiding van de fysiotherapeut).
- Mensen met een matige of ernstige motorische beperking doen even vaak aan fitness/conditietraining als mensen met een lichte motorische beperking.
- De sporters met een motorische beperking (37%) in dit onderzoek zijn vaker lid van een fitnesscentrum of andere commerciële aanbieder dan het gemiddelde van alle Nederlanders (26%, RIVM, 2022).
- Van sportverenigingen zijn sporters met een motorische beperking (23%) in dit onderzoek minder vaak lid dan het gemiddelde van alle Nederlanders
(38%, RIVM, 2022). Maar daar ervaren ze wel het meeste plezier in sporten.

Veel onbekendheid met toegankelijkheid sportaanbod
- Ongeveer de helft van de mensen met een motorische beperking weet niet of het sportaanbod in Nederland voldoende toegankelijk is. Dat komt waarschijnlijk doordat ze niet aan het sportaanbod deelnemen.
- Mensen met een motorische beperking ervaren vooral persoonlijke belemmeringen om aan sportieve activiteiten deel te nemen. Bijvoorbeeld vermoeidheid of niet kunnen meedoen vanwege de beperking.
- Eén op de tien mensen met een motorische beperking vindt dat sporten te duur is. Dit is de meest genoemde belemmering uit de omgeving. Mogelijk is dit aandeel nog hoger, omdat een deel van de niet-sporters niet weet welke kosten deelnemen aan sport met zich meebrengt.
- Weinig mensen met een motorische beperking zijn bekend met organisaties, producten en diensten die hen kunnen helpen om deel te nemen aan sportieve activiteiten.

Niet iedere persoon met een motorische beperking is hetzelfde
We zien verschillen in deelname aan sportieve activiteiten op basis van gender, leeftijd, opleiding, inkomen en huishouden. Op basis van herkomst zien we geen significant verschil. De groep respondenten met een herkomst buiten Nederland was klein.
- Vrouwen sporten soms om andere redenen dan mannen. Ze willen bijvoorbeeld vaker meer spierkracht en conditie opbouwen en beoefenen sportieve activiteiten vaker in een informele groep.
- Hoe ouder een persoon met een motorische beperking is, hoe lager de deelname aan sportieve activiteiten en hoe minder vaak ze hier iets aan willen veranderen.
- Mensen met een motorische beperking, een laag inkomen en lager beroepsonderwijs als hoogst behaalde opleiding doen het minst vaak sportieve activiteiten. Ze willen ook minder vaak iets veranderen aan hun deelname aan sportieve activiteiten. Maar als ze deelnemen, ervaren ze daar meer plezier in dan anderen.
- Als mensen alleen wonen, beoefenen ze minder vaak sportieve activiteiten dan wanneer ze met één of meer anderen in huis wonen (bijv. partner of kinderen).

In het rapport worden aanbevelingen gedaan voor de overheid en voor organisaties en professionals.

Gegevensverzameling