Nieuws
06-12-2005

Huisarts bij patiënten met hoge bloeddrukklachten zakelijker dan in jaren tachtig

De kwaliteit van de medisch-technische huisartsenzorg bij hoge bloeddruk is de laatste jaren aanzienlijk verbeterd. Huisartsen verrichten meer technische handelingen en verstrekken de patiënt meer informatie over zijn of haar aandoening. Op sociaal gebied blijven huisartsen wat achter in de behandeling van hypertensiepatiënten, ze tonen minder genegenheid tegenover hypertensiepatiënt dan in de jaren tachtig. 
Dit blijkt uit de Tweede Nationale Studie; een omvangrijke studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk die in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is uitgevoerd door het NIVEL in samenwerking met het RIVM. Voor het onderzoek zijn 2784 spreekuurconsulten van 142 huisartsen op video opgenomen en geanalyseerd.
De betere kwaliteit van zorg voor hypertensie is vooral te danken aan een goed gebruik van de richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Zorg volgens deze NHG-standaarden is ‘evidence based’, zij geven de best beschikbare behandelmethode aan.
De keerzijde van deze trouw aan de richtlijnen is dat de huisarts tijdens het hypertensieconsult minder interactie met de patiënten zoekt. Tevens blijkt het gebruik van een computer voor het maken van aantekeningen tijdens het consult stiltes te veroorzaken. Dit kan de patiënt een ongemakkelijk gevoel geven. De huisarts praat tijdens het consult minder en is wat meer taakgericht.