Nieuws
11-06-2003
NIVEL: thuisbevalling onverminderd populair
Ruim 34 procent van alle bevallingen in Nederland vindt thuis plaats; dit percentage is in vijftien jaar tijd vrijwel gelijk gebleven. Dit is in tegenstelling met de verwachting eind jaren negentig, dat de thuisbevalling zou verdwijnen. Het NIVEL vergeleek gegevens van twee grootschalige nationale studies naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk (NS1 en NS2). Uit hetzelfde onderzoek blijkt, dat ruim 10 % meer mensen gebruik maken van professionele kraamzorg dan 15 jaar geleden, maar dat zij wel minder uren zorg per dag ontvangen.De eerste nationale studie (NS1) is in 1987 gehouden onder 161 huisartsen in 103 huisartsenpraktijken en een steekproef (van13.014 mensen) uit hun ca. 330.000 patiënten. Het vervolgonderzoek uit 2001 (NS2) omvatte 195 huisartsen in 104 praktijken, en een steekproef van 12.699 patiënten uit hun ca. 400.000 patiënten. Voor onderzoek naar de begeleiding bij, de plaats van de bevalling en het gebruik van kraamzorg is gebruik gemaakt van patiënteninterviews. In beide studies gaat het om ongeveer 300 mensen die in het jaar voorafgaand aan het interview, vader of moeder zijn geworden.

Slechts 5 procent van de mensen die de enquête hebben ingevuld geven aan dat de huisarts de bevalling begeleid heeft. Dit percentage is een halvering ten opzichte van 15 jaar geleden. Het aandeel klinische bevallingen is in de afgelopen jaren met 4 procent afgenomen. Het percentage poliklinische bevallingen is daarentegen met 5 procent toegenomen.

Wat betreft de kraamzorg: de afgelopen vijftien jaar vond er een toename van meer dan 10 procent plaats in het aantal cliënten dat gebruik maakt van professionele kraamzorg in de dagen na de bevalling. Er is echter een afname in het aantal vrouwen dat acht uur zorg per dag ontvangt.

Door veranderde leefomstandigheden is er aan langere zorg vaak minder behoefte. Tevens bepalen beleid van zorgverzekeraars, de beschikbare kraamzorg en de inzetbaarheid van personeel deze afname.