Start
mei 2025

Digitale zelfzorgapps in de huisartsenzorg: naar praktijkrelevante impact en duurzame opschaling.

Duur: mei 2026 - apr 2028

Achtergrond 

Digitale zelfzorgapps worden steeds relevanter in de eerstelijnszorg, met sterk wetenschappelijk bewijs voor aandoeningen zoals urine-incontinentie, chronische duizeligheid en vermoeidheid na kanker. Apps zoals URinControl, Vertigo Training en Untire blijken effectief en kosteneffectief, maar het is nog onduidelijk hoe zij structureel kunnen worden geïntegreerd in het Nederlandse zorgsysteem.

Digitale vaardigheden, taal en sociaaleconomische factoren kunnen invloed hebben op het gebruik van deze apps. Daardoor bestaat het risico dat gezondheidsverschillen toenemen als de integratie niet zorgvuldig wordt ingericht. Patiënten kunnen de apps zelfstandig gebruiken, maar er is nog weinig bekend over het daadwerkelijke gebruik in de praktijk: wie gebruikt de apps, bereiken ze verschillende groepen op een eerlijke manier, en hoe worden de resultaten gevolgd?

Huisartsen, fysiotherapeuten en apothekers missen richtlijnen over wanneer en hoe zij patiënten moeten doorverwijzen, hoe resultaten gemonitord moeten worden en hoe apps in dagelijkse werkprocessen passen. Beleidsmakers en zorgverzekeraars zien de potentie, maar zonder betrouwbare praktijkgegevens en gevalideerde meetinstrumenten blijven vergoeding en opschaling versnipperd.

De belangrijkste uitdaging is daarom niet het ontbreken van effectieve apps, maar het gebrek aan kennis en een duidelijk kader voor structurele integratie, effectmeting en opschaling binnen de eerstelijnszorg.

Doel

Het algemene doel van dit project is om wetenschappelijk bewijs en een sterke basis te leveren voor een algemeen toepasbaar kader waarmee digitale zelfzorgapps structureel kunnen worden geïntegreerd en opgeschaald binnen de Nederlandse eerstelijnszorg.
De specifieke doelen zijn:

  1.  in kaart brengen welke uitdagingen patiënten en zorgprofessionals in de dagelijkse praktijk ervaren bij implementatie en opschaling van digitale zelfzorgapps, en het samen ontwikkelen van verbeterstrategieën;
  2.  vier korte vragen in de apps valideren als een structureel en schaalbaar instrument voor het monitoren van uitkomsten;
  3.  praktijkbewijs verzamelen over de effecten van drie apps (voor urine-incontinentie, duizeligheid en vermoeidheid na kanker) op kwaliteit, toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van zorg;
  4.  belangrijke bouwstenen ontwikkelen voor een toekomstig algemeen kader voor landelijke invoering en opschaling van digitale zelfzorgapps.

Werkwijze

Het onderzoek bestaat uit vier werkpakketten (WP):

  1.  WP1: implementatie en gebruik van digitale zelfzorgapps door belemmeringen, succesfactoren en behoeften van burgers, patiënten en zorgprofessionals in kaart te brengen, en samen verbeterstrategieën te ontwikkelen;
  2.  WP2: psychometrische validatie van een monitoringsinstrument met vier standaardvragen in de app over verandering van klachten, bruikbaarheid, zorggebruik en tevredenheid;
  3.  WP3: praktijkevaluatie van de effecten op kwaliteit van zorg, toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid;
  4.  WP4: vergelijkende analyse van de verschillende apps en ontwikkeling van bouwstenen voor een algemeen kader voor integratie en opschaling.

Resultaat

De eindproducten van WP1 zijn:

  • een uitgebreid rapport waarin belemmeringen, succesfactoren en behoeften in kaart worden gebracht voor burgers die digitale zelfzorgapps gebruiken, en voor patiënten en zorgprofessionals binnen de zorgpaden van urine-incontinentie, chronische duizeligheid en vermoeidheid na kanker;
  • een set gezamenlijk ontwikkelde strategieën voor betere doorverwijzing, onboarding en duurzaam gebruik van apps;
  • een gerichte input voor WP4, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen app-specifieke en algemene implementatie-uitdagingen. Dit vormt een bouwsteen voor een toekomstig landelijk kader voor de opschaling van digitale zelfzorgapps in de eerstelijnszorg.

De eindproducten van WP2 zijn:

  • een uitgebreid psychometrisch validatierapport van de vier landelijk aanbevolen vragen in de apps, inclusief analyses van inhoudsvaliditeit, test-hertestbetrouwbaarheid en constructvaliditeit voor alle drie de toepassingen;
  • een algemeen toepasbaar en direct inzetbaar instrument voor structurele en laagdrempelige monitoring van uitkomsten in digitale zelfzorgapps, bruikbaar voor URinControl, Vertigo Training, Untire en toekomstige zelfzorgapps in de eerstelijnszorg;
  • integratie van de gevalideerde vragen in WP3 voor praktijkonderzoek en in WP4 als bouwsteen voor frameworkontwikkeling, zodat consistentie en vergelijkbaarheid tussen de werkpakketten worden gewaarborgd.

De eindproducten van WP3 zijn:

  • een set kwantitatieve effectschattingen voor kwaliteit, toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van URinControl, Vertigo Training en Untire;
  • samenvattingen per app waarin specifieke effecten en gevolgen voor implementatie worden beschreven;
  • data en inzichten als input voor WP4, waarin lessen worden samengebracht tot bouwstenen voor een algemeen kader voor opschaling van digitale zelfzorg binnen de Nederlandse eerstelijnszorg.

De eindproducten van WP4 zijn:

  • een vergelijkend syntheserapport over belemmeringen, succesfactoren en effecten van URinControl, Vertigo Training en Untire;
  • bouwstenen voor een nationaal kader voor implementatie en opschaling van digitale zelfzorgapps, ontwikkeld en gedragen door consensus tussen stakeholders;
  • aanbevelingen voor Digizo over hoe deze bouwstenen kunnen worden gebruikt, in aansluiting op nationale strategieën voor digitale transformatie van de zorg.

De eindresultaten worden verwacht in mei 2028.
 

Dit project wordt gesubsidieerd door
ZonMw
Projectpartners
Amsterdam UMC; Amsterdamse Huisartsenalliantie; UMCG; Instituut Verantwoord Medicijngebruik; Tired of Cancer B.V.