De samenhang tussen de gaswinningsproblematiek en de gezondheid van scholieren in Groningen. Gronings Perspectief fase 4.
Download de PDFDit onderzoek bekijkt hoe ervaringen met aardbevingen en woningschade samenhangen met de gezondheid en het welzijn van scholieren in 2019 en 2023. Daarbij is gekeken naar mentale en algemene gezondheid, suïcidegedachten, vertrouwen in de toekomst, ziekteverzuim en spijbelgedrag. Ook nu de gaskraan dicht is, blijft dit onderwerp relevant: aardbevingen kunnen nog steeds optreden en veel bewoners hebben te maken met schade en langdurige herstelprocessen. Het onderzoek maakt deel uit van Gronings Perspectief fase 4, dat de impact van de gaswinningsproblematiek op bewoners onderzoekt.
Het onderzoek is gebaseerd op data van de Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 en 2023 in de provincie Groningen. Leerlingen uit leerjaar 2 en 4 van het regulier voortgezet onderwijs vulden een digitale vragenlijst in. In 2019 deden in de provincie Groningen ruim 5000 leerlingen mee, in 2023 ongeveer 7000. In de analyses is gekeken naar de verschillen tussen drie groepen: scholieren die geen aardbeving meemaakten, scholieren die een aardbeving meemaakten zonder woningschade, en scholieren die een aardbeving meemaakten en ook met woningschade te maken hadden.
Over het algemeen rapporteerden de scholieren een tamelijk goede gezondheid. De gemiddelde mentale gezondheidsscore bedroeg circa 72 op een schaal van 0 tot 100 (74 in 2019 en 71 in 2023). Ongeveer 82% (85% in 2019 en 79% in 2023) beoordeelde de eigen algemene gezondheid als (zeer) goed. Suïcidegedachten kwamen weinig voor. Het gemiddelde zelf-gerapporteerde ziekteverzuim lag op één tot twee dagen per maand. Ongeveer 18% van de scholieren gaf aan weleens lesuren te hebben gemist door spijbelen. Het vertrouwen in de toekomst was gemiddeld een 7,4 op een schaal van 1 tot 10.
In 2019 was de relatie tussen blootstelling en uitkomsten onduidelijk. Scholieren die een aardbeving maar géén schade meemaakten, rapporteerden een iets betere mentale gezondheid dan hun niet-getroffen leeftijdsgenoten, terwijl scholieren die schade meemaakten niet verschilden. In 2023 was het beeld anders. Scholieren die schade aan hun woning rapporteerden hadden slechtere uitkomsten: lagere scores op mentale en algemene gezondheid, meer suïcidegedachten, minder vertrouwen in de toekomst en vaker schoolverzuim en spijbelen. De verschillen in scores en percentages waren niet heel groot, maar wel consistent en statistisch significant. Bovendien liet de hiërarchische modelvergelijking zien dat aardbevingsblootstelling een significante rol speelde voor alle uitkomstmaten. Scholieren die wel een aardbeving maar géén schade hadden meegemaakt,
verschilden nauwelijks van hun niet-getroffenen. Naast schade waren psychosociale factoren zoals stress, eenzaamheid en financiële zorgen thuis de sterkste voorspellers van gezondheid; middelengebruik had nauwelijks invloed.
De conclusie van dit onderzoek is dat de aardbevingsproblematiek in Groningen ook jongeren raakt. Het is daarbij vooral de schade-ervaring die het welzijn beïnvloedt, niet de ervaring van een aardbeving op zich. Psychosociale belasting blijft de belangrijkste voorspeller, maar de invloed van schade komt daar in 2023 bovenop. De kwantitatieve uitkomsten uit de huidige studie bevestigen daarmee het beeld dat uit eerder kwalitatieve onderzoek kwam: de gaswinningsproblematiek treft naast volwassenen ook de jongeren in Groningen.
Hoewel de gaswinning inmiddels is gestopt, zullen de schade en afhandeling nog langere tijd doorwerken op de gezondheid en het welzijn van de jongere generatie. Dit vraagt om blijvende aandacht en ondersteuning, om te voorkomen dat deze jongeren blijvende schade oplopen in hun gezondheid en toekomstperspectief.