Publicatie

Publicatie datum
E-mailconsulten: wie, wat en hoeveel?
Huygens, M., Swinkels, I. E-mailconsulten: wie, wat en hoeveel? Huisarts en Wetenschap: 2019, 62(6), 24-26
Download de PDF
Inleiding: Sinds 2006 kunnen huisartsen e-mailconsulten declareren. Toch lijken ze niet vaak e-mailconsulten te doen. Wij vergeleken het gebruik van e-mailconsulten door patiënten in Nederlandse huisartsenprakijken met dat van andere soorten huisartsenconsulten.
Methode: Voor dit onderzoek maakten we gebruik van gegevens uit Nederlandse huisartseninformatiesystemen uit 2010 en 2014 (verrichtingendeclaraties). De gegevensset bestond uit 200 huisartsenprakijken in 2010 (734.122 geregistreerde patiënten) en 434 huisartsenpraktijken in 2014 (1.630.386 geregistreerde patiënten).
Resultaten: In 2010 deed 32% van de huisartsenprakijken minstens één e-mailconsult, in 2014 steeg dit aandeel tot 53%. Toch was het daadwerkelijke gebruik erg laag: e-mailconsulten omvatten in 2014 minder dan 1% van het totale aantal huisartsenconsulten. Het gebruik van e-mailconsulten varieerde sterk tussen praktijken: in praktijken met een grotere patiëntenpopulatie, gelegen in een stedelijk gebied en met een jongere patiëntenpopulatie vonden meer e-mailconsulten plaats. Patiënten die een e-mailconsult hadden waren over het algemeen ouder en hadden vaker vragen over psychische klachten (14,7%), het endocriene stelsel/metabolisme (10,9%) en het hart- en vaatstelsel (10,7%), vergeleken met patiënten die een telefonisch of praktijkconsult hadden.
Conclusie: De helft van de Nederlandse huisartsenpraktijken gebruikte in 2014 e-mailconsulten, maar toch betrof het slechts een fractie van het totaal aantal huisartsenconsulten. Patiënten die een e-mailconsult hadden verschillen van patiënten die een telefonisch of praktijkconsult hadden. (aut. ref.)
Vragen, bel of mail: