Publicatie

Publicatie datum
Enkelvoudige Extramurale Ergotherapie: stand van zaken in 2002.
Hofhuis, H., Boer, M. de, Plas, M., Ende, E. van den. Enkelvoudige Extramurale Ergotherapie: stand van zaken in 2002. Utrecht: NIVEL, 2003.
Download de PDF
Het maximum van tien uur ergotherapie thuis per jaar dat door de zorgverzekeraar wordt vergoed, is voor tien procent van de patiënten niet voldoende. Het gaat met name om kinderen met ontwikkelingsstoornissen, CVA-patiënten en patiënten met meerdere aandoeningen of ziekten tegelijk.
De beste oplossing hiervoor is volgens onderzoekers van het NIVEL dat ergotherapeuten zelf beslissen hoe lang ze behandelen en wat ze precies doen. Dit zal niet tot grote kostenstijgingen leiden, want negentig procent van alle extramurale ergotherapie behandelingen duurt tien uur of korter.
Dit zijn de belangrijkste conclusies die het NIVEL trekt in een onderzoek naar de stand van zaken in de extramurale ergotherapie, dat is verricht in opdracht van het College voor Zorgverzekeringen. Extramurale ergotherapie (ergotherapeutische behandeling in de thuissituatie) zit sinds 1 januari 2001 in het ziekenfondspakket. Zoals verwacht heeft dit geleid tot een toename van zowel het aantal ergotherapie behandelingen bij de patiënt als van het aantal vrijgevestigde ergotherapeuten. Voor de zorgverzekeraars gaat het financieel gezien echter nog steeds om een relatief geringe verstrekking.
Het overgrote deel van alle ergotherapeuten die patiënten thuis behandelen, werkt vanuit een instelling zoals een verpleeghuis. Slechts éénderde van alle ergotherapeuten in Nederland levert extramurale zorg. De verwachting is dat dit percentage verder zal toenemen als gevolg van enerzijds de vergrijzing en anderzijds het streven van de overheid en zorginstanties om patiënten zo lang mogelijk thuis te behandelen of eerder te ontslaan uit het ziekenhuis. Er zijn op dit moment voldoende ergotherapeuten om aan de vraag naar ergotherapie thuis te voldoen. Op sommige plaatsen zijn wel wachtlijsten, soms zelfs tot meer dan zeven weken. De oorzaak hiervan is echter geen tekort aan ergotherapeuten, maar een wisselende toestroom van cliënten. Zeker als de extramurale ergotherapie verstrekt wordt vanuit een instelling (zoals een verpleeghuis), kan dit vaak opgevangen worden door tijdelijk meer ergotherapeuten extramuraal te laten werken. Ergotherapeuten leren hun patiënten om opnieuw of op een aangepaste manier alledaagse handelingen te verrichten, zodat ze die ondanks hun beperkingen thuis of op het werk weer kunnen uitvoeren, of er minder snel op achteruit zullen gaan. Daarnaast adviseert een ergotherapeut de patiënt, de mantelzorgers en de betrokken hulpverleners over aanschaf en gebruik van hulpmiddelen, aanpassing van de omgeving en over de zorg en begeleiding die nodig zijn. Aan het onderzoek hebben 117 ergotherapeuten meegewerkt. Zij leverden 1752 registratieformulieren van lopende en afgeronde behandelingen. Daarnaast zijn tien zorgverzekeraars geïnterviewd. Ook is gebruik gemaakt van de Registratie van ergotherapeuten, peiling 2002.