Publicatie

Publicatie datum
Hoeveel EVC’s in de GGZ? Een overzicht en analyse van kwantitatieve gegevens om het potentiële gebruik van het erkennen van Elders Verworven Competenties (EVC’s) in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) te schatten.
Velden, L.F.J. van der, Batenburg, R.S. Hoeveel EVC’s in de GGZ? Een overzicht en analyse van kwantitatieve gegevens om het potentiële gebruik van het erkennen van Elders Verworven Competenties (EVC’s) in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) te schatten. Utrecht: NIVEL, 2014.
Download de PDF
Een EVC-traject kan gedefinieerd worden als een kort evaluatie-traject waarbij kandidaten worden beoordeeld op hun kennis en vaardigheden waarvoor ze geen formele diploma’s bezitten. In het geval iemand door werk- en leerervaringen een competentie heeft verworven die niet erkend is op basis van hun formele diploma’s, dan kan zo'n competentie alsnog gecertificeerd worden. Dit kan leiden tot korting op de opleidingsduur van een vervolgopleiding, of tot het alsnog voldoen aan de voorwaarden om voor een bepaalde functie in aanmerking te komen.
Er is nog weinig bekend over de inzet van Eerder Verworven Competenties (EVC’s) als arbeidsmarkt- en scholingsinstrument in het GGZ-werkveld. Voor werkzoekende en werknemers lijken EVC’s grote voordelen te hebben.
Ook op macroniveau worden EVC’s gezien als deeloplossing voor knelpunten op de arbeidsmarkt. Het is echter de vraag of voor alle type beroepen, opleidingen en instellingen EVC’s meerwaarde hebben. Deze vraag geldt specifiek voor het GGZ-werkveld, waarbinnen EVC’s nog weinig worden toegepast.
Het bovenstaande heeft tot de vraag bij GGZ Nederland geleid of het zinvol is beleid te ontwikkelen ten aanzien van de inzet van trajecten voor het erkennen van Eerder Verworven Competenties (EVC’s) in het GGZ-werkveld. Om een antwoord op deze vraag te krijgen hebben Cinop en NIVEL van GGZ Nederland de opdracht gekregen om kwantitatief en kwalitatief onderzoek te verrichten. Dit deelrapport doet verslag van het kwantitatieve onderzoek dat het NIVEL heeft verricht.
Het NIVEL-onderzoek richt zich op het afbakenen en empirisch in kaart brengen van de arbeidsmarkt van de GGZ-sector op basis van bestaande statistieken en databestanden.
In het bijzonder wordt een inschatting gemaakt van de (potentiële) omvang van opleidingen (en beroepen) waar EVC’s binnen de GGZ toegepast zouden kunnen worden.
Hiermee is input gegeven voor onderzoek waarmee geïnventariseerd wordt wat de huidige ervaringen zijn met EVC’s in de publieke sector, en wat de verwachtingen van de verschillende stakeholders in de GGZ zijn. Dit is het kwalitatieve onderzoek dat door Cinop is uitgevoerd. Tezamen geven beide onderzoeken kennis en inzicht aan GGZ Nederland om te bepalen welke rol zij kan spelen om de inzet van EVC’s onder haar leden eventueel te gaan ondersteunen en/of te borgen.
In het Cinop-rapport “Evc in de ggz. Een onderzoek naar nut en noodzaak van evc voor instellingen in de geestelijke gezondheidszorg” wordt overigens verslag gedaan van het gehele door Cinop uitgevoerde kwalitatieve onderzoek, plus de belangrijkste uitkomsten van het door het NIVEL uitgevoerde kwantitatieve onderzoek.
Het voor u liggende rapport is daarbij vooral bedoeld als document waarin, meer dan in het Cinop-rapport, verantwoording afgelegd wordt over het kwantitatieve onderzoek. Bovendien bevat het enkele additionele gegevens.
Vragen, bel of mail:
R.S. (Ronald) Batenburg
Programmaleider en bijzonder hoogleraar Arbeid en Organisatievraagstukken in de Gezondheidszorg (Radboud Universiteit)