Publicatie

Publicatie datum
Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten: inkomenseffecten van de overgang van BU 2008 naar Wtcg 2009 voor chronisch zieken en gehandicapten.
Veer, J. van der, Rijken, M. Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten: inkomenseffecten van de overgang van BU 2008 naar Wtcg 2009 voor chronisch zieken en gehandicapten. Utrecht: NIVEL, 2012.
Download de PDF
Negen van de tien mensen met een lichamelijke chronische ziekte of handicap ontvangen een tegemoetkoming in hun ziektekosten sinds de invoering van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg). Maar gemiddeld genomen valt hun besteedbaar inkomen wel 172 euro lager uit dan daarvoor, toen veel ziektekosten nog van de belasting aftrekbaar waren. Een op de drie mensen gaat er door de Wtcg op vooruit, gemiddeld met ruim 300 euro.

Sinds 1 januari 2009 is de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) van kracht. Deze wet regelt voor chronisch zieken en gehandicapten een tegemoetkoming in de meerkosten door hun ziekte of beperkingen. Met subsidie van de ministeries van VWS en SZW berekende het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) de inkomenseffecten van de wet. De wet kent een algemene tegemoetkoming en een tegemoetkoming bij arbeidsongeschiktheid. Daarnaast zijn er aanvullende maatregelen voor een gedeeltelijke compensatie van meerkosten. Zo zijn er maatregelen voor ouderen, korting op de eigen bijdrage voor AWBZ-/Wmo-zorg en een fiscale aftrekregeling voor uitgaven die niet worden vergoed.

Systematisch en specifiek
De Wtcg en aanvullende maatregelen vervangen de oude aftrekregeling voor buitengewone uitgaven (BU), een regeling waar ook mensen zonder chronische ziekte of handicap veelvuldig gebruik van maakten. Bijvoorbeeld om de kosten van een bril af te trekken. De opzet van de Wtcg is om de tegemoetkoming meer systematisch en specifiek voor chronisch zieken en gehandicapten te regelen, dan de aftrekregeling voor buitengewone uitgaven deed. Er zijn in Nederland naar schatting 4,5 miljoen mensen met een chronische ziekte of handicap.

Automatisch
De onderzoekers vergeleken de werking van de Wtcg en de aftrekregeling buitengewone uitgaven met behulp van inkomensgegevens uit 2008 van het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (NPCG). Daarnaast keken ze naar de werkelijke verschillen in inkomen tussen 2008 en 2009. In 2009 blijkt 89% van de chronisch zieken en gehandicapten een tegemoetkoming uit de Wtcg te ontvangen en te profiteren van aanvullende maatregelen. Van de aftrekregeling voor buitengewone uitgaven werd in 2008 door 85% van de chronisch zieken en gehandicapten gebruikgemaakt, maar ook door veel mensen zonder chronische ziekte of handicap. Met de nieuwe wet is de tegemoetkoming zo veel mogelijk automatisch geregeld.

Lagere inkomens vooruit
Na invoering van de Wtcg is 35% van de huishoudens er gemiddeld 329 euro per jaar op vooruit gegaan. Dit zijn vooral huishoudens van chronisch zieken of gehandicapten met lagere inkomens, mensen die in 2008 geen gebruikmaakten van de aftrekregeling voor buitengewone uitgaven, alleenstaande arbeidsongeschikten en paren die beiden arbeidsongeschikt zijn. De helft van de huishoudens is er op achteruit gegaan met de Wtcg, gemiddeld 563 euro. Dit zijn vooral mensen met hogere inkomens, huishoudens met een hoge buitengewone uitgaven-kostenpost in 2008 en echtparen die niet arbeidsongeschikt zijn. Gemiddeld gaan chronisch zieken en gehandicapten er zo’n 172 euro op achteruit.

Relatieve tegemoetkoming
NIVEL-programmaleider Mieke Rijken: “Het lijkt erop dat de wet doet waar hij voor bedoeld is. Vrijwel alle mensen met een chronische ziekte of lichamelijke beperking krijgen een tegemoetkoming, dus de groep chronisch zieken en gehandicapten die gecompenseerd wordt is niet kleiner geworden door het wegvallen van de oude aftrekregeling. Gemiddeld genomen valt hun besteedbaar inkomen wel lager uit dan voor 2009. Mensen met een laag inkomen, profiteren meer van de nieuwe tegemoetkomingsregeling dan mensen met een hoger inkomen. De hoogste inkomensgroep heeft gemiddeld bijna 1% minder te besteden.”

NPCG
Voor het onderzoek werd gebruikgemaakt van het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (NPCG). Dit panel bestaat uit ongeveer 3500 zelfstandig wonende mensen uit de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder met een chronische ziekte of matige tot ernstige lichamelijke beperkingen. In totaal zijn de gegevens van 2522 huishoudens in dit onderzoek opgenomen.
Vragen, bel of mail:
P.M. (Mieke) Rijken
Senior onderzoeker persoonsgerichte integrale zorg