Nieuws
07-02-2017
Bij sommige huisartsen meer pillen

Het percentage patiënten van 55 jaar en ouder die langdurig meer dan 5 verschillende medicijnen gebruiken was in sommige huisartsenpraktijken ruim twee keer zo hoog als in andere praktijken. Dit blijkt uit recent onderzoek van het Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL).

Dat er zoveel verschillen zijn tussen wat huisartsen voorschrijven komt doordat er meerdere combinaties van medicijnen kunnen worden voorgeschreven voor dezelfde kwalen. Er is niet 1 beste oplossing. De voorschrijvende arts zal dus een keuze moeten maken, waarbij rekening moet worden gehouden met hoe medicijnen op elkaar reageren, of de behandeling aansluit bij de voorkeur en wensen van de patiënt en of deze haalbaar is.

Door veranderingen in de conditie van de – vaak oudere – patiënt zal het geneesmiddelenregime ook continu gemonitord en regelmatig aanpast moeten worden. “Juist omdat er steeds meer oudere patiënten zijn en die vaker verschillende medicijnen gebruiken, is het belangrijk dat huisartsen het medicijngebruik van hun patiënten vaker nalopen, zodat eventuele onnodige medicatie kan worden gestopt”, legt onderzoeker Joke Korevaar uit. Hierbij is ook een rol weggelegd voor de apothekers, bijvoorbeeld via het farmacotherapeutisch overleg (FTO) of in structurele medicatiebeoordelingen.

Wat is polyfarmacie?
Mensen die chronisch ten minste 5 verschillende medicijnen gebruiken hebben polyfarmacie. Het komt vaker voor bij specifieke aandoeningen, naarmate mensen ouder worden en of ze meer aandoeningen hebben. Gemiddeld heeft 19,8% van de patiënten van een huisartsenpraktijk polyfarmacie. Zij gebruikten gemiddeld 11,2 geneesmiddelen, waarvan 6,9 middelen chronisch.

Over het onderzoek
Onderzoekers van het NIVEL gebruikten gegevens van 45.731 patiënten uit 126 huisartsenpraktijken die deelnamen aan NIVEL Zorgregistraties eerste lijn en de Stichting Farmaceutische Kengetallen. Om de variatie in polyfarmacie te verklaren werden verschillende patiënt- en praktijkkenmerken bekeken, zoals leeftijd en opleiding van de patiënt en de stedelijkheidsgraad van de praktijk. Deze kenmerken verklaren slechts een klein deel van de gevonden verschillen tussen praktijken, dit wijst erop dat met zorgverleners een grote rol spelen bij het tot stand komen van deze verschillen.

Contactpersoon: