Medicatiebeoordelingen in de eerstelijnszorg nuttig maar misschien niet altijd nodig

20-11-2018

Het beoordelen van de medicatie door een expertteam van een arts en een apotheker leidt tot een afname van het aantal problemen bij het gebruik van geneesmiddelen. Dit blijkt uit onderzoek van het Nivel en het VUmc naar het toepassen van medicatiebeoordelingen in de huisartsenpraktijk bij patiënten met ouderdomsklachten. Nivel- en VUmc-onderzoekster Floor Willeboordse is hier 16 november op gepromoveerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Medicatiebeoordelingen hebben tot doel om problemen bij het gebruik van geneesmiddelen te verminderen. De inzet van het promotieonderzoek van Floor Willeboordse was om een aantal aspecten van medicatiebeoordelingen te optimaliseren.

Informatie over medicatiegebruik van patiënten zelf onmisbaar bij medicatiebeoordeling
Ondanks de goede implementatie van het programma leidde de Opti-Med medicatiebeoordelingen niet tot betere klinische uitkomsten voor de patiënt, maar wel tot meer opgeloste medicijngerelateerde problemen in vergelijking met de gebruikelijke zorg van de huisarts. Uit literatuuronderzoek bleek dat patiënten nog weinig betrokken worden bij medicatiebeoordelingen. Toch kan de informatie over problemen met het gebruik van geneesmiddelen die patiënten zelf aangeven niet gemist worden bij de medicatiebeoordeling. De vragenlijst die Willeboordse hiervoor ontwikkelde bleek goed bruikbaar.

Efficiëntie uitgebreide medicatiebeoordelingen bij grote groepen patiënten ter discussie
De huisartsen die aan het onderzoek deelnamen waardeerden de adviezen van het expertteam en vonden deze werkwijze goed in te passen in de dagelijkse praktijk. Het onderzoek roept wel de vraag op dergelijke uitgebreide medicatiebeoordelingen bij grote groepen patiënten efficiënt zijn.
Gebaseerd op de bevindingen in dit onderzoek zou verdere implementatie van deze uitgebreide systematische medicatiebeoordelingen bij grote groepen patiënten moeten worden heroverwogen. Er wordt bediscussieerd dat een dergelijke uitgebreide medicatiebeoordeling in de huidige praktijk in Nederland een inefficiënt instrument is. Een hoog-risicogroep die daadwerkelijk profiteert van een medicatiebeoordeling zal in de toekomst beter moeten worden geïdentificeerd.

Het onderzoek
De Opti-Med studie vond plaats in 22 huisartsenpraktijken bij meer dan 500 patiënten. In het onderzoek zijn de volgende aspecten onderzocht: ten eerste is het effect van medicatiebeoordelingen bij een nieuwe doelgroep onderzocht, namelijk patiënten in de huisartsenpraktijk met recente ouderdomsklachten zoals vallen, immobiliteit, duizeligheid, incontinentie of verminderde cognitie. Ten tweede is de doeltreffendheid onderzocht van werken met een vast koppel van een  arts en apotheker, die  de medicatiebeoordelingen uitvoerde en vervolgens een advies over medicatie gaf aan de huisarts van de deelnemende patiënt. Ten derde is de patiëntbetrokkenheid onderzocht, zowel in een systematisch literatuuronderzoek als met behulp van een vragenlijst over de actuele medicatielijst en ervaren medicatie-gerelateerde problemen.

Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking van  het Nivel en de afdeling Huisartsgeneeskunde & Ouderengeneeskunde van het Amsterdam UMC, locatie VUmc. Het onderzoek werd gesubsidieerd door ZonMw.