Na telefonische triage krijgen mensen met een laag inkomen vaker een consult per telefoon of aan huis en minder vaak op de huisartsenpost
Nieuws
19-05-2021

Na telefonische triage krijgen mensen met een laag inkomen vaker een consult per telefoon of aan huis en minder vaak op de huisartsenpost

Terwijl mensen met een hoger inkomen na de telefonische triage van de huisartsenpost (HAP) vaker de HAP bezoeken voor een consult, krijgen mensen met een laag inkomen vaker een telefonisch consult of huisbezoek. Dit blijkt uit onderzoek van het Nivel. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn de onderliggende gezondheidsproblemen die mensen met een lager inkomen vaker hebben. Ook hebben mensen in een sociaaleconomische kwetsbare positie vaak minder goede gezondheidsvaardigheden, waardoor zij minder goed hun klachten kunnen uitleggen.

De huisartsenpost (HAP) is bedoeld voor hulp bij acute gezondheidsproblemen die optreden buiten de openingstijden van iemands eigen huisarts. De telefonische triage, vaak het eerste contact tussen patiënt het HAP, heeft als doel zo snel en veilig mogelijk in te schatten welke vorm van zorg mensen nodig hebben. Op basis van het gezondheidsprobleem en de snelheid dat iemand zorg nodig heeft, krijgt de patiënt telefonisch advies (weinig spoed), een consult op de huisartsenpost (HAP) (gemiddelde spoed) of een huisbezoek door de huisarts van de HAP (veel spoed).

Relatie sociaaleconomische positie en zorggebruik op de HAP eerder al aangetoond

Mensen met een laag inkomen hebben meer contact met de huisartsenpost dan mensen met een hoog inkomen, bleek al uit eerder onderzoek. In dit onderzoek ging het Nivel na of de inkomensverschillen ook een rol spelen bij het eerste contact met de HAP, de telefonische triage.

Geen verschillen in inschatting mate van spoed, wel in toewijzing van passende zorg

Mensen met een laag inkomen blijken zich met iets andere klachten te melden bij de HAP dan mensen met een hoger inkomen. Er zijn geen verschillen geconstateerd bij het inschatten – door de triagist – van de mate van spoed waarmee de gemelde zorgvragen behandeld dienden te worden.  Wel verschilt de vorm van zorg die werd toegekend: mensen met een hoger inkomen worden bij gelijke klachten en gelijke inschatting van de mate van spoed vaker uitgenodigd naar de HAP te komen voor een consult, terwijl mensen met een laag inkomen vaker een telefonisch advies of een huisbezoek krijgen.

Tessa Jansen

Dit nieuwe onderzoek wijst uit dat verschil in inkomensgroep in het proces van triage wel een rol speelt bij de toewijzing van passende zorg, maar niet in de inschatting hoe snel iemand zorg nodig heeft. Het zou goed zijn om verder onderzoek te doen om deze verschillen te verklaren, bijvoorbeeld door te bekijken of de gezondheidsvaardigheden van de beller een rol spelen, dus de manier waarop iemand in staat is de zorgvraag uit te leggen aan de triagist.Tessa Jansen onderzoeker Nivel gepromoveerd op sociaaleconomische verschillen in het gebruik van de HAP

Over het onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd met registratiegegevens over zorggebruik op de huisartsenpost uit elektronische patiëntendossiers van huisartsenposten die zijn aangesloten bij Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. We hebben de registratiegegevens van 28 organisaties van huisartsenposten gebruikt, met triagecontacten van 1,3 miljoen mensen. Deze gegevens zijn bij het CBS in een beveiligde omgeving gekoppeld met gegevens over het inkomen van de (geanonimiseerde) patiënt. Inkomen werd hierbij als indicator voor sociaaleconomische status gebruikt. Het onderzoek is gedaan in het kader van het promotieonderzoek van Tessa Jansen.