Nieuws
23-11-2005

NIVEL zoekt nieuwe wegen ter verbetering van therapietrouw

Waarom neemt ongeveer de helft van de mensen die medicijnen moeten gebruiken, deze medicijnen niet vaak genoeg of niet op de juiste manier in? Waarom is dat zo moeilijk te beïnvloeden? Welke individuele aanpak helpt bij welke individuele patiënt? Welke aanpak helpt helemaal niet? Kan de patiënt zelf een grotere rol krijgen bij een trouwer medicijngebruik?
Het onderzoek
Het NIVEL is in opdracht van ZonMw bezig met de afronding van een grootschalig onderzoek naar therapietrouw. Therapietrouw is wereldwijd een probleem van grote omvang. Door het niet opvolgen van therapeutische adviezen, krijgen vele patiënten niet de maximale effecten van hun behandeling, wat nadelige gevolgen heeft voor hun kwaliteit van leven en gezondheidstoestand. Ook al wordt dit probleem reeds lang onderkend en is het onderwerp van vele interventiestudies, de resultaten van deze studies zijn over het algemeen vrij teleurstellend. Een probleem in het vele onderzoek naar therapietrouw is de gebrekkige theoretische onderbouwing van veel interventies. Bovendien lijken de huidige theorien ontoereikend om therapietrouw te benvloeden. Nieuwe invalshoeken zijn nodig en nieuwe wegen waarin patiënten zelf een veel belangrijker plaats krijgen dan tot op heden het geval is. Het NIVEL hoopt deze nieuwe wegen te vinden.

Theoretisch deelonderzoek
Het NIVEL therapietrouw-onderzoek bestaat uit een theoretisch en een empirisch deel. In het theoretische deel worden de resultaten van 15 jaar onderzoek naar therapietrouw op een rijtje gezet. Dit onderzoek is een ‘review van reviews’. De resultaten zullen gebaseerd zijn op ruim 1300 klinische trials naar de effectiviteit van maatregelen of interventies om therapietrouw te vergroten. Voorjaar 2006 worden de resultaten gepubliceerd. Het onderzoek kan leiden tot - hopelijk veelbelovende - vernieuwingen in de theorie en de praktijk van het therapietrouw-onderzoek. Over deze vernieuwingen zal (de komende maanden) eerst de mening van een groot aantal internationale therapietrouw-experts worden gevraagd.
Het uiteindelijke doel van het theoretische deelonderzoek is te bepalen welke interventies effectief zijn om therapietrouw te verbeteren (evidence based) en welke interventies bewezen ineffectief zijn. Ruim de helft van de interventies heeft namelijk geen effect en is in feite een verspilling van tijd, geld en moeite. Dat blijkt uit de eerste resultaten van ons onderzoek.

Empirisch deelonderzoek
In het empirische deel wordt onderzocht bij welke patiëntengroepen een groter risico op therapieontrouw aanwezig is. Er worden risicoprofielen opgesteld om te weten welke patiënten extra zorg of begeleiding nodig hebben. Daartoe wordt geanalyseerd welke kenmerken doorgaans met therapie-ontrouw samenhangen. Bijvoorbeeld kenmerken van de ziekte, kenmerken van de behandeling of de medicijnen - denk bijvoorbeeld aan bijwerkingen - of demografische kenmerken, zoals bijvoorbeeld leeftijd of opleidingsniveau.
Daarnaast wordt bestudeerd of de huisarts van de patiënt invloed heeft op therapietrouw.
Op basis van enqutes die patiënten hebben ingevuld wordt geanalyseerd of persoonskenmerken met therapietrouw samenhangen - bijvoorbeeld leefstijlkenmerken en coping - of omgevingsfactoren, zoals voldoende sociale steun. Specifiek wordt gekeken naar therapietrouw bij drie groepen geneesmiddelen, namelijk antidiabetica, antihypertensiva en antidepressiva.

Gebruikte gegevens
De gegevens die worden gebruikt zijn mede afkomstig uit het UNICA-project, een samenwerkingsverband tussen het NIVEL en de Utrecht Institute for Pharmaceutical Sciences (UIPS). In het kader van het lopende project worden de medicatiegegevens van ruim 110.0000 patiënten zoals verzameld door de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) gecombineerd met gegevens uit de Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk.

subsidiënt(en)

Samenwerkingspartner(s)