Nieuws
07-05-2015

Patiënten in 34 landen over verbeteren van de eerstelijnszorg

Sterke eerstelijnszorg lijkt wereldwijd de standaard te worden voor goede gezondheidszorg. In landen waar de overheid de structuur van de eerste lijn beter heeft georganiseerd is er volgens patiënten minder te verbeteren, zo blijkt uit een onderzoek van het NIVEL in 34 landen dat is gepubliceerd in het bulletin van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

 
Voor het onderzoek hebben bijna 70.000 patiënten uit 34 landen vragen beantwoord over hun ervaringen met door de huisarts verleende zorg. Over de communicatie met hun huisarts zijn de meeste mensen zeer te spreken, maar niettemin zijn er in veel landen ook mogelijkheden voor verbetering. In sommige landen zien patiënten meer verbeterpunten dan in andere.
 
Meerdere problemen per consult
In Cyprus, Portugal, Slowakije, Spanje en Turkije zien patiënten bijvoorbeeld ruimte voor verbetering in de toegankelijkheid van zorg. Daarnaast hebben patiënten in veel van de landen – ook in Nederland – behoefte aan meer mogelijkheden om tijdens een consult meerdere problemen te bespreken en om ook over persoonlijke problemen te praten. In de continuïteit van zorg is ruimte voor verbetering in Zuid-Europese landen zoals Griekenland, Malta, Turkije en Cyprus. Ook zouden patiënten in onder meer Cyprus, Bulgarije en Polen graag nog meer door de huisarts worden betrokken bij beslissingen over de behandeling.
 
Structuur en ervaringen
De onderzoekers keken wat een sterkere structuur van de eerste lijn uitmaakte voor de ervaringen van de patiënten. In landen waar de overheid meer sturing geeft aan de eerste lijn, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van een beleidsvisie of heldere verdeling van verantwoordelijkheden, blijken patiënten positiever over de continuïteit van eerstelijnszorg dan in andere landen.
 
Ruimte voor verbetering
In landen met betere financiële en economische condities voor de eerstelijnszorg, zoals hogere relatieve uitgaven aan de eerste lijn en een betere dekking voor eerstelijnszorg, blijken de patiënten minder ruimte te zien om de toegankelijkheid, continuïteit en breedte van het aanbod in de eerstelijnszorg nog te verbeteren. Hetzelfde geldt voor de communicatie tussen patiënt en huisarts en de ruimte om gezamenlijk beslissingen te nemen.
 
Stimuleren werkt
NIVEL-onderzoeker Willemijn Schäfer: “Beleid om de eerstelijnszorg te stimuleren blijkt dus een verschil te maken in het oordeel van patiënten over wat er beter kan.”  
    
Subsidiënt
Europese Commissie

Samenwerkingspartners
StANNA- Sant’Anna School of Advanced Studies, Pisa (Italy)
Ghent University- Department of Family Medicine and Primary Health Care, Ghent (Belgium)
RIVM- National Institute for Public Health and the Environment
ULMF- University of Ljubljana, Ljubljana (Slovenia)
Hochschule Fulda - University of Applied Sciences, Fulda (Germany)
 
Betrokken NIVEL-project
QUALICOPC