Nieuws
18-05-2004
Praktijkondersteuning bespaart huisarts niet veel tijd

Inzet van een praktijkondersteuner verlicht de totale werklast van de huisarts nauwelijks. Zo’n praktijkondersteuner is bijna altijd een verpleegkundige op HBO niveau en  soms een praktijkassistente met een extra opleiding. Gemiddeld neemt die 6,1% van de contacten van de huisartspraktijk voor zijn/haar rekening. Zowel huisarts als patiënt zijn blij met de praktijkondersteuner: de kwaliteit van zorg verbetert erdoor, met name bij mensen met astma/copd. Voor de oplossing van het huisartstekort is echter een verdergaande taakdelegatie noodzakelijk.

Het NIVEL onderzocht de effecten van de introductie van de praktijkondersteuner in opdracht van de Stichting Praktijkvoering Huisartsen met subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In 12 huisartspraktijken is onderzocht in welke mate de inzet van de praktijkondersteuner heeft bijgedragen aan een verlichting van de werklast van de huisarts en of met deze vorm van taakdelegatie het verwachte tekort aan huisartsen kan worden tegengegaan. Dit is het eerste kwantitatieve onderzoek op dat gebied.

Van alle contacten met bekende diabetici in de praktijk neemt de praktijkondersteuner er 37% voor zijn/haar rekening. Bij contacten met mensen met hoge bloeddruk/hypertensie, pil/anticonceptie en vetstofwisselingsstoornissen ligt het aandeel van de POH rond de 10%. Opvallend is dat slechts 4% van de astma/COPD patiënten door de praktijkondersteuner worden behandeld. Toch hoort het periodiek controleren van deze patiëntencategorie ook bij de diens taken.

Eind 2002 was in meer dan een derde van de huisartspraktijken in Nederland een praktijkondersteuner werkzaam, voor gemiddeld 8 uur per week per fulltime werkende huisarts. Uit het onderzoek blijkt dat de huisartsen in zo’n praktijk zelf significant minder patiënten per maand zien dan huisartsen in een praktijk zonder praktijkondersteuner. Met name de diabetescontroles worden voor een aanzienlijk deel (37%) overgenomen door de praktijkondersteuning.

Uit recent NIVEL onderzoek blijkt dat de afgelopen 15 jaar het takenpakket van de assistentes steeds verder is uitgebreid. De taken van de praktijkondersteuner zijn niet duidelijk vastgelegd en gevreesd werd dan ook dat zij eerder taken van de assistente zouden afsnoepen dan het werk van de arts zouden verlichten. Die vrees blijkt ongegrond:  assistentes in praktijken met een praktijkondersteuner zien per maand  gemiddeld enkele patiënten méér. En in het algemeen hebben praktijken met praktijkondersteuning niet minder maar juist meer uren assistentie. Huisartsen die veel naar hun assistentes delegeren, delegeren kennelijk ook veel naar praktijkondersteuners.

De praktijkondersteuner richt zich op bepaalde categorieën patiënten chronisch zieken, vooral  diabetici (37% van de contacten van de praktijkondersteuner ) en mensen met een verhoogde bloeddruk (17% van de contacten).
Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van gegevens die zijn verzameld in het kader van het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH) en de Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk (NS2).

Download dit NIVEL rapport