Nieuws
20-01-2014
Reumapatiënt extra gevoelig voor andere chronische ziekten

Reumapatiënten hebben meer kans op andere chronische ziekten. Zo ontwikkelde 56% van de reumapatiënten binnen drie jaar een extra chronische aandoening, vooral COPD, hoge bloeddruk, carpaal tunnelsyndroom of hartfalen. In een controlegroep was dit 46%, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL en VUmc in het wetenschappelijke tijdschrift BMC Family Practice


Reuma is een auto-immuunziekte waarbij de gewrichten ontsteken. In Nederland hebben 48 op de 10.000 patiënten reuma. Dat betekent dat in een gemiddelde huisartsenpraktijk van 2.350 patiënten zo’n 12 patiënten reuma hebben. Zoals veel patiënten met een chronische ziekte, hebben ook veel reumapatiënten naast reuma nog een of meer andere chronische ziekten. Op het moment dat de diagnose reuma wordt gesteld, heeft 70% van de patiënten al minimaal één andere chronische aandoening.
 
Meer beperkingen
Na de diagnose krijgt dus meer dan de helft van de patiënten met reuma er binnen drie jaar nog een chronische aandoening bij. Meerdere chronische ziekten betekenen voor een patiënt vaak meer beperkingen en een mindere kwaliteit van leven.

Preventie
Naast de reuma ontwikkelden de patiënten vooral hart- en vaatziekten, neurologische aandoeningen en COPD. Bovendien was de kans om een extra chronische ziekte te ontwikkelen groter naarmate patiënten ouder waren. NIVEL-programmaleider Joke Korevaar: “De snelheid waarmee een extra chronische aandoening zich ontwikkelt en het hoge percentage patiënten bij wie dat gebeurt, onderstreept het belang van preventie in de huisartsenpraktijk. Het uitstellen van extra chronische aandoeningen kan een positief effect hebben op het dagelijks leven van reumapatiënten.” 
 
NIVEL Zorgregistraties
Het onderzoek is gebaseerd op gegevens van 83 huisartsenpraktijken met 335.000 ingeschreven patiënten uit de NIVEL Zorgregistraties. Over de periode 2001 tot 2010 zijn geanonimiseerde patiënten met een nieuwe diagnose reuma geselecteerd. Al deze patiënten werden gematched aan twee geanonimiseerde controlepatiënten van dezelfde leeftijd en geslacht uit dezelfde huisartsenpraktijk. In de ICPC-codes vergeleken de onderzoekers de ziektegeschiedenissen.
 
 

Contactpersoon: