Nieuws
11-03-2014
Stemmen nog niet vanzelfsprekend bij verstandelijke beperking

In Nederland heeft iedereen boven de 18 jaar stemrecht. Ook mensen met een verstandelijke beperking. De helft van de mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking uit het Panel Samen Leven van het NIVEL maakte er gebruik van bij de laatste verkiezingen. Familieleden noemen diverse oorzaken en redenen waarom stemmen door mensen met een verstandelijke beperking nog niet vanzelfsprekend is.

 
Tijdens de landelijke verkiezingen in 2012 stemde iets meer dan de helft (52%) van de mensen met een verstandelijke beperking uit het Panel Samen Leven van het NIVEL. Onder de algemene bevolking lag het opkomstpercentage rond de 75%. Van de mensen met een verstandelijke beperking bracht 43% zelf zijn stem uit, een klein aantal (9%) gaf anderen een volmacht en 48% stemde niet. Er gingen meer jongeren naar de stembus dan ouderen (65% tegenover 41%) en meer mensen met een lichte verstandelijke beperking (68%) dan mensen met een matige beperking (39%).
 
Stemrecht voor iedereen
Volgens de wet moeten alle burgers effectief en volledig kunnen participeren in het politieke leven. Stemprocedures, faciliteiten en voorzieningen moeten gemakkelijk te begrijpen en gebruiken zijn voor iedereen met stemrecht en waar nodig  moet ondersteuning worden geboden. NIVEL-onderzoeker Mieke Cardol: “Mensen met een verstandelijke beperking kunnen met hun stem invloed uitoefenen op beleid dat hen aangaat. Zeker ook nu bij de komende Gemeenteraadsverkiezingen, omdat gemeenten een steeds grotere rol gaan spelen in de zorg en ondersteuning van mensen met beperkingen.”
 
Een persoon per stemhokje
Een deel van de mensen met een verstandelijke beperking heeft in 2012 zijn stem niet uitgebracht, bijvoorbeeld omdat stemmen in de woonomgeving gewoonweg geen gebruik is. En voor een aantal bleek het niet mogelijk omdat er geen familielid of bekende mee mocht in het stemhokje, terwijl dat bij een lichamelijke beperking wel is toegestaan. Mieke Cardol: “Je zou verwachten dat juist mensen die niet kunnen lezen en schrijven of voor wie de stemformulieren te ingewikkeld zijn, dan stemmen via een volmacht. Maar kennelijk wordt hier maar weinig gebruik van gemaakt.”
 
Geen stemrecht?
Opmerkelijk is dat 5% van de familieleden aangeeft dat er niet is gestemd omdat degene met de verstandelijke beperking onder curatele staat of geen stemrecht heeft. Mieke Cardol: “Hieruit blijkt dat de informatievoorziening hierover ook naar de directe omgeving van mensen met een verstandelijke beperking nog beter kan. Volgens de wet heeft immers iedereen stemrecht.” Daarnaast geven familieleden ook aan dat twee derde van hun naasten met een verstandelijke beperking onvoldoende begrijpt wat er speelt om te kunnen stemmen, en dat een kwart er niet in is geïnteresseerd.
 
Panel Samen Leven
Voor het onderzoek zijn 271 familieleden van mensen met een verstandelijke beperking uit het Panel Samen Leven eind 2012 ondervraagd over het stemgedrag van hun naaste tijdens de verkiezingen voor de Tweede Kamer in dat jaar. Het Panel Samen Leven bestaat uit ruim 500 mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking en ruim 400 familieleden.
 
Subsidiënt
Ministerie van VWS

Gegevensverzameling